De oppositie weegt: Strenge aanpak geweld en criminaliteit

30 nov

De oppositie in Brugge weegt terug op het beleid. Het college van burgemeester en schepenen gaat in op de vraag de geweld- en criminaliteitsproblematiek sterk en adequaat te willen aanpakken.

Open Vld PLUS kopvrouw Van Volcem vroeg dit met aandrang. Lees hieronder haar interpellatie:

Interpellatie: Mercedes Van Volcem over de onveiligheid aan de stationsbuurt.

Er is heel wat beroering in de media omtrent het aanhoudende geweld onder jongeren in Brugge. Het speelt zich vooral af rond de stationsbuurt. Al hoor ik ook van incidenten in de binnenstad.

Het zou een 50 tal jongeren betreffen, die niet opgevolgd worden na schorsing en spijbelgedrag. Hierdoor gaan zij zich vervelen en beginnen ze andere mensen te terroriseren. Het zou gaan om vandalisme en geweldsdelicten.

Ik hoor noodkreten van betrokken actoren op het veld. Het zou om een problematiek gaan die al jaren aan de gang is, maar nu door de Zehbi’s pas echt ruchtbaarheid heeft gekregen in de media. De problemen zouden zich op verschillende niveaus afspelen, van slechte opgroei-omstandigheden, tot schoolmoeheid, te lange wachtrijen voor instellingen tot slechte opvolging van jeugdige delinquenten.

Reeds in 2004 hield ik hier een interpellatie over. Gelijke kansen liggen mij als liberaal na aan het hart. Gelijke kansen… starten vanaf de wieg. Voor Brugge, als lokale overheid, is daar een belangrijke taak weggelegd. Er moet een gecoördineerd plan komen om deze problematiek aan te pakken.

Ik pleit voor een tweeluik. Enerzijds het ‘luik voorkomen’ anderzijds het ‘luik bestrijden’.

Luik voorkomen

Met voorkomen denk ik aan het monitoren van kleuterparticipatie vanaf 3 jaar, het tegengaan van spijbelgedrag, adequate opvolging en begeleiding.

Onderzoeken tonen duidelijk aan dat kinderen die niet naar de kinderopvang gaan of geen kleuteronderwijs gevolgd hebben, die achterstand in kansen niet kunnen wegwerken.

En het zijn vooral die kinderen die opgroeien in een zwakker sociaal milieu, of ouders hebben met een migratie-achtergrond die veel later naar school beginnen gaan dan kinderen uit de middenklasse.

Kleuters van vreemde origine zijn in elke leeftijdsklasse minder aanwezig in vergelijking met Belgische kleuters. Bij de Belgische kleuters is 2% niet aanwezig. Bij de allochtone kleuters van binnen de Europese Unie (EU) is dat al 8.4% en bij allochtone kleuters van buiten de EU loopt dit op tot 10%. Het vijfvoud van het autochtoon gemiddelde.

En ook binnen deze groep zijn er verschillen. Zo zijn diegene met een thuistaal anders dan het Nederlands of met ouders met een laag opleidingsniveau het vaakst afwezig.

Dit niet participeren heeft effecten op de rest van hun leven. Een kleuter die niet ingeschreven is op 2,5 jaar en pas vanaf de leeftijd van 3 jaar aanwezig is, heeft 18 procent meer kans om schoolse achterstand op te lopen. Voor kinderen van  EU onderdanen loopt dit op tot 22 procent en niet EU onderdanen tot 25 procent.

Afwezigheid op scholen moet gecontroleerd worden. Het kan onschuldig zijn, maar ook wijzen op mishandeling en/of verwaarlozing.  Kinderen kunnen dit niet communiceren, daarom moeten wij het detecteren.

Schoolparticipatie kan door de lokale overheid worden opgevolgd alsook spijbelgedrag op latere leeftijd kan worden opgevolgd.

Luik bestrijding

Wanneer we onaangepast gedrag van jongeren niet preventief hebben kunnen voorkomen, dan moet er een gecoördineerd plan komen dat adequaat omgaat met dit gedrag.

De bestrijding van wachtlijsten voor instellingen voor deze jongeren zijn een Vlaams probleem. Ik kaart dit probleem in het Vlaams Parlement aan bij de bevoegde minister.

Kortom wil ik besluiten dat de problematiek zich afspeelt hier, in onze stad, Brugge. We moeten dan ook vanuit Brugge een antwoord bieden op dit precair probleem. Vandaar mijn vraag aan het stadsbestuur:

Wat gaat het stadsbestuur doen om het probleem onder controle te krijgen en met welke actoren van welke niveaus zal zij hiervoor samenwerken?