“Ik zou nergens anders willen wonen”

25 jul

Interview in “The Art of Living”, woon- en lifestyle magazine.

Bruggelingen zijn soms een tikkeltje chauvinistisch. En gelijk hebben ze, want het is zalig vertoeven in de mooiste stad van het land. De statige herenhuizen, luxeappartementen en historische panden geven Brugge niet enkel dat onevenaarbare cachet, het is er ook hemels wonen. Al is dat niet voor iedereen weggelegd, want de vastgoedprijzen tikken aardig aan. “Daar staat een cultureel en gastronomisch topaanbod tegenover dat zijn gelijke niet kent”, stelt Mercedes Van Volcem, de Brugse schepen van Ruimtelijke Ordening, Stadsvernieuwing, Monumentenzorg, Urbanisatie en Huisvesting. “Ikzelf zou nergens anders willen wonen”, voegt ze er nog aan toe.

Foto: Jarovan Meert

The Art Of Living: Hoe komt het dat wonen in Brugge zo populair is bij mensen met ‘savoir vivre’?

Schepen Van Volcem: Dat wordt bepaald door verschillende factoren. Brugge is uiteraard de derde stad van Vlaanderen met een historische binnenkern die is uitgeroepen tot Werelderfgoed.  Maar er is veel meer dan dat. Zo is het culturele aanbod enorm uitgebreid en valt hier het ganse jaar iets te beleven, ook tijdens de winter en op weekdagen. Ook het shoppingaanbod kent zijn gelijke niet. Dat lokt veel volk, wat voor een aantrekkelijke dynamiek zorgt. Bovendien is Brugge een zeer veilige stad en wordt er op verkeersvlak een progressief mobiliteitsbeleid gevoerd waarin fietsers en voetgangers de hoofdrol spelen. Verder zijn er diverse kwaliteitsscholen en allerhande sportfaciliteiten in de binnenstad. De nabijheid van de kust is een erg belangrijke troef en verder is er het omringende polderlandschap met zijn schilderachtige stadjes en dorpjes zoals Lissewege en Damme. Ook het feit dat hier slechts 3% mensen van vreemde origine wonen – het gros dan nog West-Europeanen – maakt Brugge voor velen extra aantrekkelijk. Verder zijn er amper stadskankers of ontsierende leegstand. Al die elementen samen geven Brugge een grote aantrekkingskracht. Het is absoluut een bijzonder leuke stad om in te wonen.

De Brugse vastgoedprijzen doen alvast niet onder voor die in Knokke

Hoe mooier en aantrekkelijker iets wordt, des te groter de vraag en des te hoger de prijzen. Vooral als het aanbod beperkt is. Ook de vele handelshuizen en het toerisme spelen daar een rol in.  Bovendien merken we dat steeds meer mensen de kust inruilen voor Brugge omdat hier altijd iets te zien of te beleven valt. Wij bieden weliswaar geen 0% personenbelasting, zoals Knokke, maar daar tegenover staat een cultureel en gastronomisch topaanbod dat zijn gelijke niet kent.

Zowat alles in Brugge oogt even mooi  en kwalitatief. Hoe doen jullie dat?

Dat Brugge er zo mooi en goed gerenoveerd bijligt, is uiteraard het resultaat van jarenlange inspanningen. We voeren een uitgekiend beleid. Niet enkel inzake het gebruik van materialen, maar ook door het opsplitsen van gebouwen te ontmoedigen zodat klassieke grote woningen niet onderverdeeld worden in kamertjes of flats. Dat vergt bijgevolg eigenaars die meer kapitaalkrachtiger zijn. Het bouwen van flatgebouwen is niet toegestaan in de kernstad omwille van het Werelderfgoedkarakter. Veranderingen moeten nu eenmaal passen binnen het aanwezige stedelijke weefsel. Het stadsbestuur spendeert jaarlijks één miljoen euro aan verbeteringsprojecten van eigenaars met een eerste eigen woning. Voor panden met een cultuurhistorische waarde wordt een gevelpremie voorzien die kan oplopen tot 18.750 euro. Wat niet wegneemt dat het renoveren van oude gebouwen vaak een dure aangelegenheid is. Een opmerkelijk voorbeeld is het schitterend gerenoveerde Hotel Casselbergh in de Hoogstraat, dat voordien 14 jaar leeg stond. De brokstukken vielen gewoon op straat, zo erg was het historische gebouw eraan toe. Tijdens de hoogconjunctuur is er 22 miljoen euro geïnvesteerd om het gebouw weer in zijn oorspronkelijke luister te herstellen. Vandaag de dag is Hotel Casselbergh een luxueus vijfsterrenhotel en heeft Brugge er een fraaie blikvanger bij.

De UNESCO-regelgeving is heel strikt. Een vloek of een zegen?

De UNESCO erkende de binnenstad in 2000 als werelderfgoed. We willen dat label graag behouden, want het heeft een belangrijke toeristische waarde. Anderzijds vinden we ook dat UNESCO niet in onze plaats kan beslissen over de stad en wat er gebeurt. Er moet een evenwicht zijn, met plaats voor zowel het erfgoed, wonen, werken en winkelen. De combinatie van dat alles wordt met behulp van een managementsplan in goede banen geleid. Brugge wordt wel eens ‘het Venetië van het Noorden’ genoemd, maar we willen zeker geen stad worden zoals Venetië, met enkele toeristen en handelaars maar geen bewoners. Venetië is ’s avonds dood, en dat willen we Brugge niet laten overkomen.

Vormen de vele toeristen geen storende factor?

We ontvangen gemiddeld 3,9 miljoen toeristen op een jaar. Daar tegenover staan 20.000 bewoners in de binnenstad en 120.000 in Groot-Brugge. De toeristen concentreren zich echter vooral in de zogenaamde ‘gouden driehoek’ met z’n vele winkels en toeristische bezienswaardigheden. De rest van Brugge is toegespitst op wonen. Er is ondertussen zelfs een hotelstop. Dat betekent dat er dus geen nieuwe hotels meer bijkomen, om te verhinderen dat de ganse binnenstad hotelzone zou worden. Hetzelfde geldt voor vakantiewoningen. Wel worden nog gastenkamers toegelaten in bepaalde grote woningen.

Brugge is een historische stad, maar doet tegelijkertijd ook modern en eigentijds aan.

Dat klopt. Dat komt omdat we enerzijds dat historische kader goed conserveren, maar anderzijds ook veel aandacht besteden aan moderne en dynamische projecten op het vlak van evenementen, nieuwe architectuur, stadsvernieuwing, paviljoenen, bruggen,… Ook is er heel veel groen: de stadsvesten aan het water rond het centrum zijn één en al groen, goed voor liefst 7 kilometer. Verder bestaat 25% van de oppervlakte van de binnenstad uit kloosters en kerken met grote binnentuinen die echte stiltegebieden zijn middenin de stad. Die enorme open ruimtes en al dat groen zijn een ware verademing. Die bijzondere combinatie maakt van Brugge een unicum.  Ook in de deelgemeenten is het uiterst aangenaam wonen in de woonparken met hun grote villa’s, zoals aan het Tillegembos.

Recent werden enkele nieuwe bouwprojecten op toplocaties gestart

Er zijn momenteel liefst zeven uitbreidingsgebieden voorzien die allen woongebied worden. In Assebroek alleen al zijn er 450 nieuwe woningen gepland. Dit zijn de klassieke verkavelingen met modale woningen. In de binnenstad echter zijn enkele luxueuze nieuwbouwprojecten opgestart. De exclusieve locatie en/of de vereiste integratie van een beschermd monument in de nieuwbouw, vertaalt zich in een aanzienlijk pr ijskaartje. Zo is er de Gouden Boom: een voormalige brouwerij die een hoogstaand woonproject als nieuwe bestemming krijgt met flats vanaf zo’n half miljoen euro. Het is er schitterend wonen in een prachtige setting vlakbij de binnenstad. Bovendien hebben de bewoners een prachtig uitzicht op het nieuwe Rijksarchief aan de Predikherenlei.  Het Rijksarchief wordt een hypermodern en opvallend gebouw, met een dak dat refereert naar een gekreukt blad papier. Het Europacollege, in een gezellige straat vol brocanterie en interieurwinkeltjes, wordt eveneens grondig gerestaureerd tot residentiële woningen.  En dan is er uiteraard ook nog het nieuwbouwproject Minnewater, met standingvolle flats van 700.000 euro op exclusieve toplocaties.

Waar woont u trouwens zelf?

Ik woonde tot voor kort in de Brugse deelgemeente Lissewege. Recent ben ik met mijn gezin verhuisd naar Assebroek, een andere deelgemeente. Ik ben ook Vlaams parlementslid, en dus moet ik heel vaak op en af naar Brussel. Dat is een flink eindje rijden en je bent vaak urenlang onderweg, maar desondanks ik zou het er niet voor over hebben om te verhuizen. Eigenlijk zou ik nergens anders willen wonen dan hier in Brugge. Als ik zou moeten kiezen tussen het Vlaams parlement en het stadsbestuur, dan koos ik zeker Brugge. En zelfs nog liever als burgemeester dan als schepen.