Archief | Vlaams Parlement RSS feed for this section

Vlaanderen kapt 21% minder bomen

9 jul

Elk jaar worden er in Vlaanderen door het Agentschap Natuur en Bos (ANB) bomen gekapt. Dit gebeurt steeds volgens de principes van natuurgericht en duurzaam bosbeheer. Het aantal mgeoogst hout daalde de afgelopen paar jaar. Terwijl er in 2016 nog 109.865,91 m3 plaats moest ruimen, was dat vorig jaar slechts 86.573,06 m3. Dat blijkt uit het antwoord van Vlaams minister van Omgeving Zuhal Demir op een schriftelijke vraag van Open Vld-parlementslid Mercedes Van Volcem. “Het is bemoedigend nieuws dat het kappen van bomen in onze Vlaamse bossen een daling van 21% kent. In 2019 beloofde het ANB om het tempo, alsook de schaal, terug te schroeven wat het aantal geoogste m3 betreft. Deze dalende evolutie zou zich de komende jaren dus moeten doorzetten”, zegt Van Volcem. 

Het Agentschap Natuur en Bos kapt ieder jaar een bepaalde hoeveelheid bomen. Dit gebeurt altijd omwille van een combinatie van redenen. Enerzijds is er het kappen van bomen waardoor het bos verdwijnt (ontbossing), maar anderzijds is er ook het vellen van bomen waardoor onze Vlaamse domeinbossen mooier en sterker worden. Vlaams Parlementslid Mercedes Van Volcem (Open Vld) vroeg zich af in welke cijfers deze principes van goed bosbeheer zich vertaalden en stelde er een schriftelijke vraag over.

Dalende trend

Uit het antwoord van minister Zuhal Demir blijkt dat het aantal m3 geoogst hout de afgelopen paar jaar daalde. Vorig jaar tekende men een daling met 21,2 procent op in vergelijking met 2016 (respectievelijk 86.573,06 m3 en 109.865,91 m3). Volgens de minister wordt er steeds gezorgd voor een positief evenwicht tussen nieuwe en gevelde bomen. De toename van hout in onze Vlaamse bossen zou de houtoogst dus fors overstijgen. Daardoor neemt de hoeveelheid levend én dood hout in onze bossen snel toe, wat zowel de biodiversiteit als de koolstofcaptatie ten goede komt.

Provinciaal verschil

Het aantal m3 geoogst hout varieert wel enigszins tussen de verschillende provincies. “De provincie Limburg kan de sterkste daling op haar conto schrijven. Terwijl er in 2016 nog 49.078,24 mplaats moest ruimen, was dat vorig jaar slechts 30.086,52 m3, ofwel -38,7 procent. West-Vlaanderen daarentegen, is de enige provincie die een stijging optekent. Zij evolueren van 7.549,94 m3 in 2016 naar 10.101,45 m3 in 2019, wat neerkomt op +33,8 procent”, geeft Mercedes Van Volcem nog mee.

Liberaal Parlementslid Van Volcem besluit: “Deze cijfers stemmen me optimistisch. Het kappen van bomen in onze domeinbossen kende de afgelopen paar jaar een daling. Daarnaast beloofde het Agentschap Natuur en Bos om het tempo én de schaal van het aantal geoogste m3 terug te dringen met als doel op lange termijn mooie bossen met grote bomen te realiseren. De dalende evolutie sinds 2016 zou dus ook de komende jaren een vervolg moeten kennen.”

 2016201720182019
ProvincieVolume m³Volume m³Volume m³Volume m³
Antwerpen21847,7828011,2619021,0520163,53
Limburg49078,2430847,5536749,0530086,52
Oost-Vlaanderen8822,624964,849127,817469,44
Vlaams-Brabant22567,3330943,3124174,3318752,13
West-Vlaanderen7549,945623,766912,9410101,45
Eindtotaal109865,91100390,7395985,1886573,06
Daling geoogst hout (m3)

Nieuw decreet nodig voor er nog windmolens kunnen worden vergund

8 jul

Er is een nieuw decreet nodig voor er nog vergunningen voor nieuwe windturbines kunnen worden afgeleverd. Dat zei Vlaams minister van Energie Zuhal Demir (N-VA) in het Vlaams Parlement na de vraag van Mercedes Van Volcem (Open Vld). Volgens minister Demir komen anders de doelstellingen voor hernieuwbare energie in het gedrang.

Arrest Europees Hof

Het Europees Hof van Justitie oordeelde vorige maand dat er een milieueffectbeoordeling vereist is voor de bouw van vijf windturbines langs de E40 in Aalter en Nevele. De vergunning voor de bouw en de exploitatie van die turbines werd in 2016 verleend door het departement Ruimte Vlaanderen, op basis van Vlarem II (het Vlaams Reglement betreffende de Milieuvergunning), dat normen bevat voor slagschaduw, veiligheid en geluid, en een administratieve omzendbrief. Voor dat besluit en die omzendbrief werd echter geen milieueffectbeoordeling uitgevoerd, wat volgens het Hof van Justitie nochtans vereist was.

“We gaan straks aan de slag in het parlement om een nieuw decreet uit te werken die de problemen op korte termijn zal aanpakken”, reageert Vlaams Volksvertegenwoordiger Mercedes Van Volcem.

“Het risico bestaat dat bestaande windturbines moeten worden stilgelegd en dat er geen vergunningen voor nieuwe windturbines meer kunnen worden afgeleverd”, zei Van Volcem woensdag in de commissie ruimtelijke ordening en energie. De minister gaf te kennen dat het voor zich spreekt dat de doelstellingen voor hernieuwbare energie – opgelegd door Europa – hierdoor ernstig in gevaar worden gebracht. Daarnaast zal ook de energiebevoorrading in het gedrang komen.

Decreet

Volgens Demir kan het probleem worden opgelost als het parlement een decreet maakt waarin de sectorale normen voor de windturbines worden gevalideerd. “Een duidelijk signaal dus om hier mee aan de slag te gaan”, reageert Vlaams Volksvertegenwoordiger Van Volcem. “Daarmee zouden immers de komende drie jaar nog windturbines kunnen worden vergund op grond van het huidige kader. De verleende vergunningen zouden dan ook rechtsgeldig blijven”, besluit Van Volcem.

Voor de periode daarna wil de minister starten met de opmaak van een milieueffectbeoordeling voor de nieuwe normen. Die zouden dan in werking moeten treden binnen een termijn van drie jaar.

Bekijk hier opnieuw de parlementaire vraag.

Vlaams Parlement keurt Covid-toeslag voor kwetsbare gezinnen versneld goed

11 jun

De coronacrisis heeft een ongeziene invloed op de situatie van heel veel gezinnen in Vlaanderen, in het bijzonder de meest kwetsbare. Inkomensverlies door tijdelijke werkloosheid of het geen beroep kunnen doen op tijdelijke werkloosheid zorgen voor een toename van het aantal gezinnen dat bij de OCMW’s aanklopt. Om te vermijden dat deze gezinnen in structurele armoede terechtkomen, keurde het Vlaams Parlement deze middag de Covid-toeslag voor kwetsbare gezinnen bij hoogdringendheid goed.

Om tegemoet te komen aan de precaire situatie waarin veel kwetsbare gezinnen zich bevinden sinds de start van de coronacrisis, keurde het Vlaams Parlement op 20 mei unaniem een resolutie goed ter ondersteuning van kwetsbare gezinnen. In uitvoering hiervan werkten de meerderheidspartijen nu een voorstel van decreet uit. Concreet betekent dit dat via het Groeipakket een tijdelijke en extra tegemoetkoming voor kwetsbare gezinnen voorzien wordt. Het gaat om gezinnen die omwille van de coronacrisis tijdens de maanden maart, april, mei of juni van dit jaar een inkomensdaling ervaren van minstens 10 procent in vergelijking met de maanden januari of februari van dit jaar en zo hun inkomen zien dalen tot onder 2.213,30 euro per maand. Ook zij die al een lager inkomen hadden, kunnen hier aanspraak op maken.

covid-toeslag
De tegemoetkoming geldt niet alleen voor werknemers, maar ook voor zelfstandigen.

Toeslag bovenop het basisbedrag

Het gaat om een extra sociale toeslag, dus bovenop het basisbedrag voor elk kind van 163,20 euro en bovenop de eventueel reeds toegekende sociale toeslag, die – afhankelijk van het inkomen en het aantal kinderen – 51 of 81,60 euro per maand bedraagt. De Covid-toeslag bedraagt 120 euro per kind, uitbetaald in drie maandelijkse schijven van 40 euro en kan aangevraagd worden vanaf 15 juni 2020 tot en met 31 oktober 2020. Deze bijzondere toeslag onderbrengen in het Groeipakket heeft vooral administratieve voordelen voor zowel de uitbetalingsactoren als voor de gezinnen.

“Kinderen mogen niet de dupe worden”

Vlaams Parlementslid voor CD&V Katrien Schryvers, die er in het Vlaams Parlement voor ijverde dat naast middelen voor lokale besturen er voor gezinnen met kinderen die het nu extra moeilijk hebben ook een uitbreiding van het Groeipakket zou komen, is tevreden met het resultaat: “Met deze Covid-toeslag komen we tegemoet aan de acute financiële problemen die zich stellen voor die gezinnen met kinderen met de laagste inkomens die hun inkomen nog zagen dalen ingevolge de coronacrisis. Naar schatting 126.000 kinderen zullen recht krijgen op deze Covid-toeslag. Voor hen kan dit echt wel mee het verschil maken. Kinderen mogen immers niet de dupe worden van de coronamaatregelen. Daarom was het belangrijk om snel te schakelen.”

“Mensen in armoede, en kinderen in het bijzonder, zijn de eerste slachtoffers van deze coronacrisis. Met deze extra ondersteuning voor kinderen in kwetsbare omstandigheden, verlichten we de financiële problematiek van gezinnen in armoede”, zegt mede-indiener Freya Saeys, Vlaams Parlementslid voor Open Vld.

“Het is goed dat er een gerichte en extra toeslag is tot 120 euro voor gezinnen die financiële gevolgen dragen van de coronacrisis. Hierdoor kunnen deze gezinnen de nodige middelen voor hun kinderen blijven uittrekken”, besluit mede-indiener en parlementslid voor N-VA Koen Daniëls.

https://www.groeipakket.be/nl/extra-tegemoetkoming-voor-gezinnen-met-inkomensdaling-ten-gevolge-van-covid-19-pandemie

Brugge krijgt bijna twee miljoen euro uit noodfonds voor corona: “Belangrijk voor redding verenigingen”

3 jun

Vlaanderen trekt 87 miljoen euro uit voor de lokale sport-, jeugd- en cultuurverenigingen die door de coronacrisis heel wat inkomsten verloren zijn. “Brugge krijgt bijna 2 miljoen euro uit dit noodfonds”, reageert Vlaams Volksvertegenwoordiger en Brugs schepen van Financiën, Mercedes Van Volcem (Open Vld).

De coronacrisis heeft onze economie en samenleving grondig door elkaar geschud. De afgelopen maanden en weken waren een beproeving waarbij lokale besturen weer maar eens hun ongelooflijke kracht hebben bewezen. Ze vertaalden in de federale richtlijnen op het terrein, kregen er veel extra taken bij en werkten vaak aan een eigen relanceplan. Die ervaringen hebben nogmaals getoond dat steden en gemeenten een hoofdrol zullen spelen bij het lanceren van onze economische en maatschappelijke relance.

Daarom heeft de Vlaamse regering beslist om 87,3 miljoen uit het noodfonds uit te trekken voor de lokale besturen. Elke stad of gemeente krijgt daar een deel van op basis van dezelfde verdeelsleutel die gebruikt is voor de inkanteling van de vroegere sectorale middelen voor cultuur-sport-jeugd in het gemeentefonds. Hoe het deze middelen besteed, is de vrije keuze van elk lokaal bestuur. Zij kennen hun inwoners en verenigingen en bijgevolg hun noden het best. De mogelijke planlast en administratieve verplichtingen zijn tot een minimum beperkt om die vrijheid en autonomie te garanderen. “Brugge ontvangt straks bijna 2 miljoen euro uit het noodfonds. Deze extra middelen kunnen voor veel van onze verenigingen de redding zijn om te kunnen blijven voortbestaan. Zo doen we ons uiterste best om het sociale weefsel in Brugge zo veel als mogelijk te bewaren”, aldus Van Volcem.

Autonomie lokale besturen

“Het is positief dat lokale besturen meer autonomie en slagkracht krijgen van deze Vlaamse Regering”, vertelt Mercedes Van Volcem, “Vlaanderen kan onmogelijk beter weten dan de lokale besturen wat de beste keuzes zijn voor hun stad of gemeente. Daarom krijgen we nu – onder meer dankzij Vlaams Vice minister-president Bart Somers maximale vrijheid en autonomie om deze 2 miljoen te investeren in ons verenigingsleven. Zo kunnen we straks op maat vorm geven aan onze maatschappelijke relance”, besluit Van Volcem.

Vlaams minister Lydia Peeters investeert dit jaar volop in West-Vlaanderen

2 jun

Mijn beleidsdomein is bij uitstek een domein met heel wat investeringen en ze vormen een belangrijke motor van onze Vlaamse economie.

Vlaams minister van Mobiliteit en Openbare Werken Lydia Peeters (Open Vld) maakt de investeringen binnen haar beleidsdomein voor 2020 bekend. Er wordt in 2020 maar liefst 2,2 miljard euro aan investeringen voorzien over alle entiteiten van het beleidsdomein Mobiliteit en Openbare Werken heen. Lydia Peeters: “Mijn beleidsdomein is bij uitstek een domein met heel wat investeringen en ze vormen een belangrijke motor van onze Vlaamse economie. Net daarom houden we dat hoog investeringsritme in 2020 aan, ondanks de coronacrisis. We investeren 2,2 miljard in 924 uiteenlopende projecten waarvan ook heel wat West-Vlaamse projecten”.

Investeringsprojecten in het regeerakkoord

Het regeerakkoord stelt een hoog investeringsritme voorop met een aantal belangrijke investeringsprojecten. In 2020 wordt ook beduidend veel budget gereserveerd voor de West-Vlaamse projecten die opgenomen werden in het regeerakkoord.

Zo wordt er voor de nieuwe sluis in Zeebrugge een budget van 60 miljoen euro vrijgemaakt voor studies, grondonderzoek en verwervingen van woningen en bedrijven. Met de nieuwe sluis wil minister Lydia Peeters een volwaardige tweede toegang creëren tot de achterhaven. De nieuwe sluis is van kapitaal belang om de groei van de haven en de werkgelegenheid in de regio veilig te stellen.

Voor de modernisering van het kanaal Bossuit-Kortrijk wordt er 1,5 miljoen euro voorzien in studies. Dit kanaal verbindt de Leie en de Boven-Schelde met elkaar, maar momenteel hebben binnenvaartschepen nog geen toegang tot het kanaal vanaf de Leie. Enkel pleziervaart en kleine schepen tot 300 ton kunnen er passeren. Er wordt dan ook bekeken hoe het kanaal in de toekomst aangepast kan worden zodat grotere schepen kunnen passeren. Onder andere de vaarweg zal verruimd moeten worden maar ook de sluizen zullen aangepast worden aan de hedendaagse binnenvaartschepen. Een vlotte verbinding met de Leie zal de watergebonden bedrijventerreinen langs het kanaal aantrekkelijker maken.

Daarnaast wordt er ook 3,2 miljoen euro geïnvesteerd in een studie voor de inrichting van de Steenbruggebrug in Brugge. Voor schepen is de doorgang onder de huidige Steenbruggebrug te smal en ligt er vlakbij de brug een krappe bocht die het moeilijk maakt om te manoeuvreren. Bovendien zal een nieuwe brug gunstiger zijn voor het doorgaand verkeer.

Verder is er budget voorzien voor een studie van de stationsomgeving Brugge (0,5 miljoen euro) en een verkennende studie (0,2 miljoen euro) om de opstart van een complex project te onderzoeken voor de verbinding Ieper-Veurne.

Verkeersveiligheid

Vlaams minister van Mobiliteit Lydia Peeters beschouwt verkeersveiligheid als een topprioriteit binnen haar beleid. Naast communiceren en sensibiliseren via diverse campagnes, is ook het investeren in infrastructuur essentieel om de verkeersveiligheid te verhogen. Hiervoor trekt de minister in West-Vlaanderen 10,5 miljoen euro uit en dit voor diverse grote en kleine ingrepen.

Specifiek zal er meer dan 3,2 miljoen euro geïnvesteerd worden in het verkeersveilig maken van diverse gevaarlijke punten. Zo wordt in Lichtervelde de Roeselarebaan N32 heringericht en de fietspaden Meulebeke – Dentergem (rotonde N327 – N305) in Oostrozebeke.

Tot slot blijft handhaving een belangrijk speerpunt in het streven naar een zo hoog mogelijke verkeersveiligheid. Hiervoor is een investering voor heel Vlaanderen van meer dan 14 miljoen euro voorzien voor de installatie van trajectcontroles, de opstart van het ombouwen van de huidige camera’s naar digitale camera’s en de bewaking in het kader van dynamisch verkeersmanagement .

Daarenboven wil de minister ook luisteren naar de vragen van lokale besturen m.b.t. handhaving van snelheidsregimes. Hiervoor wordt 1,4 miljoen euro voorzien.

Verder is er een aanzienlijk bedrag van 3,5 miljoen euro voorzien voor de aanpak van parkings langs de snelwegen waaronder de verlenging van het aflopende bewakingscontract in kader van transmigrantenproblematiek. Dit is zeker van belang voor de drie snelwegparkings langs de E40 met name Jabbeke, Westkerke en Mannekesvere.

Tot slot wordt er ook ingezet op subsidies voor veilige schoolomgevingen. Zo werd in 2020 tot op vandaag al een totaalbedrag van 2,3 miljoen euro besteed. Concreet voor West-Vlaanderen werd aan 23 gemeenten een subsidie gegeven van bijna 633.000 euro.

Investeringen in infrastructuur

Minister Lydia Peeters investeert forse bedragen in het onderhoud en de vernieuwing van de infrastructuur. Ook voor West-Vlaanderen staan er heel wat projecten op de planning: “Een grote hoeveelheid aan infrastructuur vraagt ook een grote hoeveelheid van investeringen. In 2019 werd er 145 miljoen euro geïnvesteerd in fietsinfrastructuur en dat trekken we op tot 180 miljoen euro in 2020. Hiervan wordt er meer dan 19 miljoen euro geïnvesteerd in de fietsinfrastructuur in West-Vlaanderen”.

Voor de weginfrastructuur wordt voor heel Vlaanderen 186 miljoen euro voorzien voor het structureel onderhoud van de Vlaamse wegen. De doorstromingsprojecten op het investeringsprogramma vertegenwoordigen een som van 97 miljoen euro.

Enkele voorbeelden voor West-Vlaanderen:

  • Structureel onderhoud van de N31 in Brugge
  • Structureel onderhoud van de N353 Doorniksesteenweg in Avelgem

Minister Lydia Peeters maakt 160 miljoen euro vrij voor de aanpak van kunstwerken (bruggen, tunnels, keermuren) waarvan 90 miljoen euro voor de prioritaire kunstwerken, die zich in slechte toestand bevinden.

In West-Vlaanderen wordt er in 2020 budget vrijgemaakt voor volgende bruggen van de lijst van de prioritaire kunstwerken:

  • La Flandrebrug in Zwevegem
  • Zwaantjesbrug in Wielsbeke (Ooigem)
  • Fietsbrug aan de Boudewijnbrug (Kleine Boudewijnbrug) in Brugge
  • Brug III Nieuwe Langestraat over A10, Oostende (afbraak)

Watergebonden investeringen

De watergebonden investeringen van de Vlaamse Waterweg op het investeringsprogramma betreffen bijna 285 miljoen euro voor Vlaanderen.

Ook in West-Vlaanderen wordt er fors geïnvesteerd in deze infrastructuur. Enkele projecten :

  • Diverse projecten in het kader van de opwaardering van de Seine-Scheldeverbinding
  • Plaatsen van bodembescherming in het kanaal Roeselare-Leie
  • Vernieuwen Steenbruggebrug in Brugge
  • Bouw van de Reepbrug in Kortrijk

De minister investeert ook 60 miljoen euro in de kusthavens en kustverdediging.

Voor de Zeehaven van Oostende wordt er 6,5 miljoen euro uitgetrokken waaronder budget voor de aanleg en instandhouding van de Demeysluis in Oostende, alsook het aanleggen van kaaimuren en het vernieuwen van het linkeroever kanaal Brugge-Oostende.

De Zeehaven van Zeebrugge kan rekenen op een investering van 73,5 miljoen euro.

Regionale luchthavens

Ook in de infrastructuur van de regionale luchthaven Oostende, die werkt onder een LOM-structuur (Luchthaven Ontwikkelingsmaatschappij), voorzien we verschillende investeringen zoals de herstellingen aan de laadvloer 2 en de riolering voor een bedrag van meer dan 13 miljoen euro.

Openbaar vervoer

2020 zal een recordjaar worden qua investeringen in rollend materieel, maar liefst 83,5 miljoen euro. Er wordt hierbij geïnvesteerd in hybride bussen (42,8 miljoen euro), trams (32 miljoen euro), oplaadsystemen E-bussysteem (3,2 miljoen euro).

Specifiek voor West-Vlaanderen zal er geïnvesteerd worden in elektrische bussen voor Brugge en spoorvernieuwing in Oostduinkerke.

Klimaat en geluid

In 2020 zal er in West-Vlaanderen een bedrag van 4,6 miljoen euro geïnvesteerd worden in maatregelen in kader van klimaat en geluid. Zo zijn er het proefproject ‘Green Public Procurement’ op de Ringlaan (N37) in Pittem en de geluidsberm Keizershoek op de A14 in Harelbeke.

Verder voorziet de minister ook investeringen in het omschakelen naar LED-verlichting op autosnelwegen (en aansluitend op gewestwegen).

Mercedes Van Volcem pleit al 10 jaar voor uitbreiding huurpremie

13 mei

De toeslag is goed voor de huurder maar ook voor de solvabiliteit van de huurder en dus indirect ook voor de verhuurder.

Op vraag van het Vlaams Huurdersplatform en de Verenigde Eigenaars agendeerden de oppositiepartijen Groen, SP.A en PVDA vandaag in het Vlaams Parlement bij spoedbehandeling een voorstel van resolutie om de huurpremie tijdelijk uit te breiden naar alle private huurders op de wachtlijst voor een sociale woning. Open Vld-parlementslid Mercedes Van Volcem is reeds 10 jaar voorstander om de huurtoeslag uit te breiden voor huurders die recht hebben op een sociale woning. “Op vandaag moet je al vier jaar op de wachtlijst staan en mag je maximum 16.500 euro aan inkomen hebben om in aanmerking te komen voor zo’n huurtoeslag. Laat ons deze coronacrisis aangrijpen als hét moment om de toeslag uit te breiden. Het zorgt direct voor een verlichting van de woonkost én het vermindert ook de druk op het bouwen van sociale woningen. Deze gezondheids- en economische crisis mag geen wooncrisis worden”, reageert Mercedes Van Volcem.

Vlaams Parlementslid Mercedes Van Volcem stelde in het verleden al meermaals voor om de huurtoeslag uit te breiden voor huurders die recht hebben op een sociale woning. Het liberaal parlementslid vindt dan ook dat de Vlaamse Regering wel kan tegemoetkomen aan de huidige vragen van huurders.

Wachtlijst

“De coronamaatregelen hebben als rechtstreeks effect dat de bouw van sociale woningen vertraging oploopt. Dat zorgt opnieuw voor extra wachttijd, bovenop de vier jaar die sociale huurders nu al gemiddeld dienen te wachten op een woning. Zo kan de theoretische wachtlijst aangroeien tot 300.000 Vlamingen, ofwel de helft van het totaal aantal huurders in Vlaanderen”, benadrukt Van Volcem.

“Dat zijn enorm veel mensen. In plaats van altijd achterop te blijven lopen in het bouwen van sociale woningen, kunnen we beter eens nadenken over een alternatief, namelijk het uitbreiden van de huurtoeslag voor huurders die recht hebben op een sociale woning. Hiermee sla je twee vliegen in één klap: je zorgt voor verlichting van hun woonkosten én je vermindert ook de druk op het bouwen van sociale woningen”, aldus Van Volcem. “Momenteel moet je echter al vier jaar op de wachtlijst staan en mag je maximum 16.500 euro aan inkomen hebben om in aanmerking te komen voor zo’n huurtoeslag. Dit is dan ook hét moment om daar iets aan te doen. Kortom: laat deze gezondheids- en economische crisis alstublieft geen wooncrisis worden.”

Van Volcem voegt eraan toe dat minister Diependaele in de commissievergadering van 13 februari 2020 nog open stond voor een uitbreiding van de toeslag. Het parlementslid pleit er wel voor dat de toeslag slechts tijdelijk is. Dit om mensen aan te sporen aan de slag te gaan opdat ze de toeslag binnen afzienbare tijd niet meer nodig hebben.

Oneerlijk

Mercedes Van Volcem: “De toeslag ondersteunt de huurder maar is ook goed voor zijn of haar solvabiliteit en is dus indirect ook een goede zaak voor de verhuurder. Op vandaag wordt de helft van de woningen privaat verhuurd aan mensen die op basis van hun inkomen eigenlijk recht hebben op een sociale woning. De discrepantie tussen de huurprijs van een sociale woning (22% van je inkomen) en de huurprijs van een woning op de private markt, betaald door iemand met exact hetzelfde inkomen, is té groot. Respectievelijk is dit 350 en 700 euro. Daar moeten we iets aan doen.”

België legt exitstrategie vast

27 apr

Bemoedigende indicatoren zoals de vermindering van het aantal dagelijkse ziekenhuisopnames of het afvlakken van de curve van overlijdens, maken het mogelijk om vanaf 4 mei de maatregelen geleidelijk af te bouwen.

De Nationale Veiligheidsraad heeft op basis van een advies van de Groep van Experts belast met de Exit Strategie (GEES) de exitstrategie uit de coronacrisis bepaalt. Bemoedigende indicatoren zoals de vermindering van het aantal dagelijkse ziekenhuisopnames of het afvlakken van de curve van overlijdens, maken het mogelijk om vanaf 4 mei de maatregelen geleidelijk af te bouwen.

Lees verder onder de afbeelding:

Regels blijven van kracht

Het is belangrijk te benadrukken dat bepaalde regels van kracht blijven, ongeacht de afbouwfase waarin we ons bevinden. Regels als:

  • het beperken van contacten tussen mensen
  • het respecteren van veilige afstanden
  • goede hygiënische reflexen, ook wel “barrièregebaren” genoemd.

De mond en de neus bedekken

Het bedekken van mond en neus is belangrijk tijdens de afbouw. Dat kan met een zogenaamd comfortmasker of een alternatief beschermingsmiddel zoals een sjaal of een bandana. Dat wordt:

  • aanbevolen in de openbare ruimte
  • verplicht op het openbaar vervoer voor gebruikers van 12 jaar en ouder. Deze maatregel treedt in werking vanaf 4 mei. Op zich biedt een masker geen afdoende bescherming, het moet bekeken worden binnen het bredere gebruik van mondmaskers, hygiënemaatregelen en fysieke afstand.

De federale overheid en de deelstaten zullen er samen voor zorgen dat elke burger gratis minstens één standaard stoffen mondmasker krijgt dat de mond en de neus volledig bedekt. Mensen zullen ook twee “filters” krijgen, om in gekochte of gemaakte maskers te stoppen. Chirurgische maskers en FFP2-maskers blijven voorbehouden voor professionals in de gezondheidszorg, in de woonzorgcentra, in de residentiële voorzieningen en bij de veiligheidsdiensten.

Op de werkvloer moet de werkgever – ook in de publieke sector – z’n werknemers beschermen als dat nodig is.

Het gebruik van het openbaar vervoer

Geleidelijke afbouw zal onvermijdelijk leiden tot een toename van het gebruik van het openbaar vervoer. Om drukte te vermijden is het raadzaam om:

  • u te verplaatsen met eigen middelen (lopen, fietsen, auto, enz), om zo voorrang te geven aan wie het openbaar vervoer het hardst nodig heeft
  • het spitsuur te vermijden

Werkvloer

Wat de organisatie van het werk betreft, heeft de Groep van Tien een generieke gids van good practices gevalideerd. Die zal als basis gelden voor af te sluiten sectoriële- of ondernemingsakkoorden. Hij zal ook als referentie dienen voor een progressieve heropstart van de economie onder veilige en zekere voorwaarden voor iedereen.

Afbouwstrategie

4 mei (fase 1a):

Voor de industrie en B2B-services:

Telewerk blijft de norm.  Zo zullen bedrijven, als ze niet kunnen voldoen aan de fysieke afstand, dat kunnen compenseren door een reeks gezondheidsaanbevelingen te volgen, waaronder het dragen van een masker.

Voor de winkels en de horeca:

Daar veranderen de regels niet, behalve voor de stoffenwinkels, die – gezien hun belangrijke rol in de productie van mondmaskers – hun deuren mogen openen.

Voor de gezondheidszorg:

De afgelopen weken heeft de epidemie een aanzienlijke impact gehad op de zorgverlening, zowel in de eerstelijnszorg als in de ziekenhuizen. Werkgroepen bestuderen nu al hoe ze kunnen reageren op de noodzaak om de beste zorg te blijven bieden aan mensen die besmet zijn met covid-19 en tegelijk de toegang tot de algemene en gespecialiseerde gezondheidszorg geleidelijk en veilig uit te breiden.

Het doel is dat iedereen zo snel mogelijk weer op een normale manier toegang krijgt tot de gezondheidszorg en dat de medische infrastructuur die nodig is voor de verzorging van mensen die aan het virus lijden, niet wordt overbelast.

Wat het dagelijkse leven betreft:

Fysieke activiteit in open lucht is toegestaan met maximaal twee personen, naast de mensen die onder hetzelfde dak wonen, op voorwaarde dat fysieke afstand altijd gerespecteerd wordt.

Het zal ook toegestaan zijn om andere contactloze sporten te beoefenen in de buitenlucht. Maar toegang tot kleedkamers, gemeenschappelijke douches en cafetaria’s is nog altijd verboden.

11 mei (fase 1b):

Voor de winkels:

Deze fase laat toe dat de winkels allemaal tegelijk weer open kunnen gaan – zonder discriminatie op basis van grootte of sector – om zo iedereen dezelfde kans op succes te gunnen. Dat zal uiteraard onder voorwaarden gebeuren. Die zullen bepaald worden in overleg met de sectoren en de sociale partners.

Er zijn drie soorten voorwaarden, met betrekking tot:

  • de organisatie van het werk
  • de ontvangst van klanten
  • en het beperken van de toegang tot de winkel, om drukte te vermijden

De uitoefening van zogenaamde contactberoepen (zoals dat van kapper bijvoorbeeld) is in deze fase nog niet toegestaan.

Voor het dagelijkse leven:

We zullen ook op korte termijn de toekomst verduidelijken van de sportcompetities.

Fase 2 (18 mei)

Voor de winkels:

Het zal bekeken worden of en onder welke voorwaarden zogenaamde contactberoepen hun activiteit opnieuw zouden kunnen uitoefenen, ook hier onder voorwaarden.

Op vlak van cultuur:

De opening van de musea kan ook overwogen worden tijdens fase twee, ook onder voorwaarden, bijvoorbeeld via een systeem van ticketing.

Wat het dagelijkse leven betreft:

Ploegsporten zullen mogelijk zijn in de buitenlucht, maar alleen in clubverband en met respect voor bepaalde consignes.

Op vlak van onderwijs:

De heropstart van de lessen zal zeer geleidelijk gebeuren vanaf 18 mei. Niet alle leerlingen zullen meteen weer naar school gaan.

Elke gemeenschap zal verantwoordelijk zijn voor de uitwerking van deze beslissing op haar eigen grondgebied, in overleg met de onderwijssector.

Ook zullen bepaalde pistes bekeken worden, zoals:

  • de mogelijkheid om thuis privé-bijeenkomsten te houden
  • de mogelijkheid om meer mensen toe te laten tijdens huwelijken en begrafenissen
  • toestaan dat meer dan twee personen samen buiten actief zijn
  • de mogelijkheid om dagtrips te organiseren naar bepaalde regio’s van het land

Vanaf 8 juni (fase 3)

Meerdere punten zullen bekeken worden:

De modaliteiten voor de mogelijke en geleidelijke heropening van restaurants en in een latere fase ook cafés, bars en dergelijke. Dit zal in ieder geval onder strikte voorwaarden moeten gebeuren.

Verschillende zomeractiviteiten zoals buitenlandse reizen, kampen van jeugdbewegingen (daarover moet eind mei een beslissing vallen), stages, toeristische attracties maar ook kleinere openluchtevenementen.

De enige zekerheid is dat massa-evenementen zoals festivals niet voor 31 augustus mogen plaatsvinden.

 Voorwaarden om te slagen:

Om ervoor te zorgen dat de afbouw onder de best mogelijke omstandigheden gebeurt, zullen testing en tracing een belangrijke rol spelen.

Wat de testing betreft, is het de bedoeling een laboratoriumtest aan te bieden aan alle mensen die hem nodig hebben, d.w.z. iedereen die symptomen heeft en van wie de arts vermoedt dat hij of zij besmet is, voor mensen die door hun beroep in hoge mate zijn blootgesteld aan het virus, en voor mensen die intensief contact hebben gehad met een besmet persoon.

Onze laboratoria zullen tegen 4 mei aan 25.000 PCR-tests komen, en de capaciteit zal kunnen worden opgeschaald tot 45.000. Om de uitvoering van de tests te ondersteunen, worden zowel publieke en privé-laboratoria als het federale platform ingezet.

Wat medische apparatuur betreft, worden de leveringen voortgezet en is er voldoende stock beschikbaar.

Ook serologische tests – tests die immuniteit opsporen – , zullen een rol spelen.

Voor de tracing zal een gecoördineerde strategie worden opgezet tussen de gewesten en gemeenschappen, met de steun van federale experts. 

Bron: https://www.premier.be/nl/coronavirus-belgie-heeft-z-n-exitstrategie-vastgelegd

Overzicht van de corona-maatregelen

15 apr

Het coronavirus veroorzaakt tal van problemen. Op tal van niveaus worden steunmaatregelen uitgewerkt om deze moeilijke periode door te komen. Het is voor niemand evident om door het bos het bomen te zien. Daarom volgend overzicht voor jullie:

Vlaamse Steunmaatregelen

1. Vlaamse hinderpremie

Ondernemingen die verplicht moeten sluiten door de federale richtlijnen en een fysieke locatie hebben, krijgen een premie van 4.000 euro (wordt niet belast). Vanaf 5 april krijgen ze bovendien 160 euro per sluitingsdag die samenvalt met een normale openingsdag, zolang de federale sluitingsrichtlijnen van kracht blijven.

Bijkomende info:

  • Deze premie kan je krijgen voor maximaal 5 vestigingen van eenzelfde groep/keten.
  • VZW’s komen ook in aanmerking indien ze minstens 1 VTE in dienst hebben.
  • Zelfstandigen in bijberoep komen ook in aanmerking als ze dezelfde sociale bijdragen betalen als een zelfstandige in hoofdberoep (dit is het geval vanaf inkomsten boven de 13993 euro).

2. Corona compensatiepremie

Ondernemingen die mogen openblijven of verder werken, maar door exploitatiebeperkingen een omzetverlies hebben – ten gevolge van minder prestaties en niet door uitgesteld te factureren – van minstens 60% tussen 15 maart en 30 april (ten opzichte van dezelfde periode van vorig jaar), krijgen een eenmalige vergoeding van 3.000 euro (wordt niet belast). De locatieverplichting die bij de hinderpremie centraal staat, is hier niet van toepassing.

Dit is een brede groep: alle ondernemingen die dit omzetverlies kunnen aantonen komen in aanmerking. Belangrijkste groepen die de facto dit omzetverlies hebben, zijn bedrijven in de evenementensector met ook veel freelancers; (para-)medische beroepen zoals kinesitherapeuten, tandartsen, psychologen of logopedisten die enkel nog dringende interventies mogen doen; bedrijven die essentiële dienstverlening leveren inzake voeding zoals pralinewinkels of drankenhandelaars, maar door gebrek aan passage of toeristen toch zwaar omzetverlies lijden; schilders of loodgieters die enkel nog dringende herstellingswerken mogen uitvoeren; landbouwers die gericht voor horeca-afnemers werken, enz….

Bijkomende info:

  • Deze premie kan je krijgen voor maximaal 5 vestigingen van eenzelfde groep/keten.
  • VZW’s komen ook in aanmerking indien ze minstens 1 VTE in dienst hebben.
  • Zelfstandigen in bijberoep krijgen ook 3.000 euro als ze dezelfde sociale bijdragen betalen als een zelfstandige in hoofdberoep.
  • Een zelfstandige in bijberoep met een jaarlijks inkomen tussen 7keur en 14keur krijgt een halve premie van 1500 euro. Dit geldt ook voor zij die verplicht moeten sluiten, aangezien zij een te laag inkomen hebben voor een volwaardige hinderpremie.
  • Gepensioneerden die nog een zelfstandige activiteit uitoefenen, krijgen ook een halve premie van 1500 euro, net zoals student-ondernemers.
  • Het omzetverlies is in eerste instantie op verklaring van eer, maar zal ex post worden gecontroleerd door een koppeling met de btw-administratie te maken.

De hinderpremie en compensatiepremie zijn maatregelen die vooral gericht zijn, hoewel niet uitsluitend, op zelfstandigen, winkeliers, kleine kmo’s et cetera. In de meeste gevallen kunnen deze 2 premies gecombineerd worden met het federale overbruggingsrecht.

Mercedes Van Volcem

3. Uitbreiding waarborgregeling door coronacrisis (PMV)

Om de economische impact van het coronavirus op te vangen, heeft de Vlaamse regering besloten om tot eind dit jaar de bestaande waarborgregeling tot 1,5 miljoen euro bij PMV/z uit te breiden voor bepaalde schulden. Daarvoor wordt € 100 miljoen vrijgemaakt.

4. COVID-19 waarborg (PMV)

In het kader van de tijdelijke versoepeling van de Europese staatssteunregels ingevolge de coronacrisis, zal Gigarant (waarborgregeling boven € 1,5 miljoen) een aangepaste COVID-19 waarborg in de markt kunnen zetten, die meer flexibiliteit biedt. De waarborgcapaciteit van Gigarant wordt hiervoor opgetrokken van de huidige € 1,5 miljard naar € 3 miljard.

5. Nieuwe achtergestelde lening (PMV)

Er komen signalen uit de markt dat er, naast de federaal voorziene overbruggingskredieten op maximum 12 maanden die liquiditeitsnoden op heel korte termijn lenigen, een grote nood is aan financieringsinstrumenten die een financiële buffer op middellange termijn creëren. PMV is daarom bezig met de uitwerking van een nieuwe achtergestelde lening.

Deze leningen werkt op 3 doelgroepen:

  • KMO’s en werknemers die aan de slag kunnen blijven, maar die daarvoor bepaalde Corona-gerelateerde investeringen moeten maken (bijvoorbeeld rond veiligheid, digitalisering et cetera).
  • Innovatieve start-ups & scale-ups die grote investeringen hebben in R&D of klaar zijn om hun product naar de markt te brengen. Deze bedrijven moeten zich richten op risicokapitaalsverschaffers, maar door de crisis houden deze de vinger op de knip.
  • Voor cashflow genererende starters en meer mature kmo’s: werkkapitaal- en overbruggingsfinanciering op middellange termijn, teneinde de markt toe te laten te normaliseren zodat omzet en cashflow terug op een normaal peil kan komen.

Voor deze achtergestelde leningen zal PMV een budget van 250 miljoen euro voorzien.

Deze 3 PMV-maatregelen zijn complementair met het federale waarborgfonds dat met de bankensector is afgesproken. De federale deal omvat het uitstel van betaling van leningen tot en met 6 maanden en het waarborgen van nieuwe leningen tot 12 maanden (overbruggingskredieten). De Vlaamse maatregelen hebben een langere looptijd met bijhorende voorwaarden en vormen een complementair pakket.

Mercedes Van Volcem

6. Energie- en waterpremie

Werknemers die op tijdelijke werkloosheid zijn geplaatst, krijgen van de Vlaamse overheid een premie voor hun energie-en waterfacturen te betalen van 200 euro.

7. Uitstel van belastingen

Vlaamse onroerende voorheffing zal in het najaar in plaats van het voorjaar geïnd worden. Dit gaat  om 1 miljard euro. Ook de verkeersbelasting, en enkele andere lasten, worden uitgesteld.

8. Wat staat nog op stapel: een noodfonds van 200 miljoen euro

Een noodfonds ten behoeve van gesubsidieerde sectoren (zoals cultuur, jeugd, media, sport, schoolreizen etc.) alsook specifieke sectoren (bv. sierteelt, delen van toerisme, mobiliteit & openbare werken). We monitoren de impact van de corona-crisis op al deze sectoren en voorzien een provisie in de begroting van 200 miljoen euro, zodat we betrokken organisaties en sectoren in zekere mate kunnen helpen om die impact zo goed mogelijk te verwerken. Bovendien garanderen we dat alle reguliere subsidies uitbetaald zullen worden. De verdere modaliteiten moeten nog verder worden uitgewerkt in de komende weken.

9. Overige Vlaamse specifieke maatregelen

  • Aanmoedigingspremie voor werknemers: uitbreiding reeds bestaand Vlaamse aanmoedingspremie
  • Dienstencheques: verlenging geldigheidsduur plus verhoging subsidie per geleverde cheque.
  • Maatwerkbedrijven en de lokale diensteneconomie: eenmalige hogere loonpremie
  • Wijkwerken: versoepeling regels rond hertoeleiding. Bijvoorbeeld: een wijk-werker die in de kinderopvang ondersteunde maar door de mindere vraag daarin onderbroken wordt, kan heringeschakeld worden naar bijvoorbeeld een containerpark. Elke lokale wijk-werk organisator mag aan de VDAB vragen om bepaalde activiteiten toe te voegen aan de Vlaamse wijk-werk-activiteitenlijst. De VDAB zal bijna elke vraag positief beantwoorden.
  • Elke wijkwerker zal een maandelijkse vergoeding krijgen van 70% van een gemiddelde vergoeding gebaseerd op het aantal prestaties in de maanden augustus 2019 tot en met januari 2020; indien de wijkwerker kan heringeschakeld worden, komt bovenop het forfait van 70% ook de klassieke uurvergoeding.
    • Verlenging van de geldigheidsduur van de wijk-werkcheques met drie maanden.
  • Individuele beroepsopleiding (IBO):
    • Een IBO is een vorm van werkplekleren waarna cursisten worden aangeworven als werknemers binnen het bedrijf. Doordat vele bedrijven hun activiteiten stilleggen, worden de IBO-overeenkomsten ook noodgedwongen stopgezet moeten worden.
    • Wegens het onverwachts stopzetten van hun IBO-overeenkomst wordt voorgesteld om de IBO-cursisten die een arbeidsovereenkomst verworven zouden hebben een tijdelijke premie toe te kennen. Deze bedraagt 70% van waar een cursist recht op had op het moment van de stopzetting van zijn IBO-overeenkomst.
  • 5 miljoen euro wordt vrijgemaakt voor jeugd en sociaal toerisme.

Federale steunmaatregelen

Maatregelen werk

Op resp. 6 maart en 20 maart had de federale regering al maatregelen genomen om de schok van de coronacrisis voor bedrijven, werknemers en zelfstandigen op te vangen. De volgende maatregelen werden o.a. toen beslist:

  • Versoepeling tijdelijke werkloosheid wegens overmacht
  • Automatisch uitstel van belastingen en sociale bijdragen
  • Versoepeling van de toegang tot het overbruggingsrecht

Daarnaast werden er bijkomende maatregelen beslist om ervoor te zorgen dat kritieke sectoren voldoende werknemers blijven hebben en om personen te beschermen tegen de effecten van de coronacrisis die momenteel nog niet waren weerhouden (bv. zelfstandigen in bijberoep, actief gepensioneerden, werklozen,…). Deze maatregelen worden hieronder opgesomd:

1. Verhoging overuren voor kritieke sectoren van 100u naar 220u

  • De extra 120u op te nemen tussen 1/4 en 30/6
  • Geen overloon op deze 120u
  • Bruto = netto op deze 120u

2. Asielzoekers mogen werken – werkgever moet instaan voor de opvang

3. Mogelijkheid tot afsluiten van opeenvolgende arbeidsovereenkomsten van bepaalde duur (minimaal 7 dagen)

  • Voor kritieke sectoren
  • Mogelijk gedurende 3 maanden

4. Mogelijkheid tot ter beschikking stelling van personeel aan kritieke sectoren – mogelijks gedurende drie maanden

5. Studentenarbeid – prestaties geleverd in het 2de kwartaal van 2020 zullen niet meegeteld worden voor het contingent van 475u

6. Cumul tijdelijke werkloosheid en swt met deeltijdse arbeid

  • Beperkt tot de land-, tuin- en bosbouw
  • Bij elke gewerkte dag: behoud van 75% van de uitkering. Hierdoor zal men zo’n 20 euro per dag netto meer verdienen dan iemand die normaal in de sector werkt
  • Toegelaten in april en mei

7. Geen degressiviteit van de werkloosheidsuitkeringen gedurende 3 maanden – geldt voor werknemers, iets gelijkaardigs geldt voor de artiesten

8. Mogelijkheid om tijdskrediet tijdelijk te onderbroken

  • Personen in tijdskrediet, loopbaanonderbreking en thematisch verlof kunnen dit tijdelijk onderbreken om terug aan het werk te gaan
  • De uitkering stopt wanneer men terug aan het werk gaat
  • Na de coronacrisis kan men het tijdskrediet, de loopbaanonderbreking en het thematisch verlof terug opnemen

9. Mogelijkheid om tijdens tijdskrediet, loopbaanonderbreking en thematisch verlof bij een andere werkgever te werken

  • Enkel mogelijk in kritieke sectoren
  • Slechts mogelijk gedurende 1 maand, wel verlengbaar met 1 maand
  • Wanneer men bij een andere werkgever werkt, behoudt men 75% van zijn uitkering

10. Half overbruggingsrecht voor zelfstandigen in bijberoep en actief gepensioneerden

  • Voor zij die verplicht hun activiteiten moeten onderbreken
  • De zelfstandigen in bijberoep moeten een netto belastbaar inkomen hebben tussen 6.996,89 en 13.993,77 euro
  • De som van dit halve overbruggingsrecht en andere uitkeringen mag niet hoger zijn dan 1.614,10 euro

11. Mogelijkheid om het overbruggingsrecht te cumuleren met een ander vervangingsinkomen

12. Bankenplan                                                                        

Op 1 april is het charter van Febelfin in werking getreden. Het betreft een vrijwillig initiatief van de sector (m.a.w. de overheid komt hier financieel niet in tussen). Het geeft uitstel van betaling aan ondernemingen en zelfstandigen evenals aan hypothecaire kredietnemers die in betalingsproblemen komen als gevolg van de coronacrisis. Het charter van Febelfin met de concrete modaliteiten kan in bijlage van deze nota worden teruggevonden. Gedurende de eerste week van het charter hebben de banken al 86.000 particulieren en bedrijven (40.000 particulieren en 46.000 ondernemingen) voor een totaal bedrag van 1 miljard euro betalingsuitstel gegeven. De Nationale Bank van België en de thesaurie monitoren of de banken hun engagementen respecteren.

Naast het charter van Febelfin dat betrekking heeft op bestaande kredieten, werd zaterdag 11 april ook het KB aangenomen dat de waarborgregeling van maximaal 50 miljard euro in werking doet treden. Bij de waarborgregeling gaat het om nieuwe bijkomende kredieten of kredietlijnen van max. 12 maanden die tussen 1 april en 30 september 2020 aan levensvatbare ondernemingen, zelfstandigen en non-profitorganisaties worden verstrekt. De volgende kredieten zijn wel uitgesloten: herfinancieringskredieten en wederopnames van kredieten verleend vóór april (want geen “new money”), leasingovereenkomsten en factoringovereenkomsten.

Banken krijgen de mogelijkheid om max. 15% van hun nieuwe kredieten buiten de waarborgregeling te plaatsen. De reden hiervoor is dat er nog steeds bedrijven zijn die niet getroffen zijn door de coronacrisis. Het zou niet correct zijn om aan deze bedrijven de vergoeding te vragen die in het kader van de waarborgregeling verschuldigd is. Deze bedrijven hebben immers de waarborgregeling niet echt nodig. Zij geraken nog aan financiering zonder de waarborgregeling. Voor het gros van de bedrijven is de waarborgregeling natuurlijk wel belangrijk. Deze zal ervoor zorgen dat de financiering aan ondernemingen en zelfstandigen intact blijft.

Onder “levensvatbaar” worden de volgende voorwaarden verstaan:

  • Geen achterstallen op lopende kredieten, belastingen en sociale bijdragen op 1/2/2020 of niet meer dan 30 dagen achterstallen op 29/2/2020
  • Geen actieve kredietherstructurering hebben lopen op 31/1/2020

Zoals uit hierboven blijkt, kijken we naar de levensvatbaarheid vóór het uitbreken van de coronacrisis. Andere kenmerken van de waarborgregeling zijn:

  • De interest mag niet meer dan 1,25% op jaarbasis bedragen.
  • Volgens de Europese regels inzake staatssteun moet er een vergoeding voor de staatswaarborg worden betaald, die gelijk is aan 25 basispunten voor kmo’s en 50 basispunten voor grote ondernemingen.
  • Indien men een krediet van meer dan 50 miljoen euro wenst te verstrekken, dan moet dit voorafgaandelijk door de regering worden goedgekeurd.

Na het aflopen van de staatswaarborg zal er per bank worden gekeken hoeveel verliezen er werden geboekt op de portefeuille. Wat betreft de lastenverdeling gelden de volgende afspraken:

  • Bij verliezen kleiner dan 3%: alles wordt gedragen door de financiële sector (first loss).
  • De verliezen tussen 3% en 5%: 50% door de overheid en 50% door de financiële sector.
  • De verliezen meer dan 5%: 80% door de overheid en 20% door de financiële sector.

De waarborgregeling zal retroactief in werking treden op 1 april 2020. Net als voor het charter van Febelfin zal de Nationale Bank en de thesaurie de uitvoering van de staatswaarborg op het terrein monitoren.

Uitbreiding huurtoeslag is een goed idee!

15 apr

De toeslag is goed voor de huurder maar ook voor de solvabiliteit van de huurder en dus indirect ook voor de verhuurder.

Vlaams Parlementslid Mercedes Van Volcem (Open Vld) vindt het uitbreiden van de huurtoeslagen voor huurders die recht hebben op een sociale woning een goed idee. Ze reageert daarmee op een oproep daartoe, eerder woensdag, van het Vlaams Huurdersplatform en de Verenigde Eigenaars. De voorgestelde “coronahuurtoelage” moet volgens die laatsten de impact van de coronacrisis ietwat verzachten.

Minister van Wonen, Matthias Diependaele (N-VA), verklaarde daarop in De Ochtend op Radio 1 dat er vanuit de overheid al heel wat maatregelen genomen zijn om mensen te helpen die effectief in de problemen zouden geraken met het betalen van hun huur. Hij zei te vrezen dat “nog eens een premie daar bovenop doen, een beetje dubbelop zou zijn”.

Commissie wonen

Van Volcem heeft wel oren naar het voorstel van de huurders en verhuurders. Zo’n uitbreiding zorgt enerzijds voor een verlichting van hun woonkosten en verlicht anderzijds ook de druk op het bouwen van sociale woningen, redeneert ze. Ze wijst er voorts op dat Diependaele een maand geleden in de commissie Wonen nog zei dat hij open stond voor een uitbreiding van de toeslag.

“De toeslag is goed voor de huurder maar ook voor de solvabiliteit van de huurder en dus indirect ook voor de verhuurder. De helft van de woningen wordt nu door private verhuurders verhuurd aan mensen die op basis van hun inkomen eigenlijk recht hebben op een sociale woning. De discrepantie tussen de huurprijs van een sociale woning en iemand met hetzelfde inkomen die huurt op de private markt, is té groot. Respectievelijk betalen zij 350 euro en 700 euro”

Mercedes Van Volcem, Vlaams Volksvertegenwoordiger voor Open Vld

Tijdelijk karakter

Het parlementslid benadrukt wel dat de toeslag een tijdelijk karakter moet hebben, “zodat mensen aan de slag gaan opdat ze die toeslag binnen afzienbare tijd niet meer nodig hebben”.

Compensatiepremie voor ondernemers die zwaar omzetverlies hebben

1 apr

Veel bedrijven en ondernemingen lijden verliezen ten gevolge van de maatregelen die opgelegd worden om de verspreiding van het coronavirus tegen te gaan.

De Vlaamse Regering heeft vandaag beslist dat ook ondernemingen die een groot omzetverlies kennen naar aanleiding van de coronacrisis steun kunnen krijgen. Dat gaat dan om ondernemingen die niet verplicht moeten sluiten, maar (in)direct zware beperkingen ondervinden. Dergelijke ondernemers vinden we in allerlei sectoren zoals in de evenementensector, (para-)medische beroepen, dierenpensions, landbouwsector, dienstenleveranciers of gespecialiseerde voedings- en drankenwinkels zoals een pralinewinkel of wijnhandel. Zij krijgen een compensatiepremie van 3.000 euro om hun verliezen (deels) te compenseren.

Veel bedrijven en ondernemingen lijden verliezen ten gevolge van de maatregelen die opgelegd worden om de verspreiding van het coronavirus tegen te gaan. Voor ondernemingen en winkels die verplicht moeten sluiten was er al de corona hinderpremie. Maar ook voor ondernemingen en hun toeleveranciers die nog verder mogen werken of winkels die openblijven maar door de beperkende maatregelen een groot omzetverlies hebben, komt er nu steun.

Het gaat bijvoorbeeld om bedrijven in de evenementensector met ook veel freelancers en (para-)medische beroepen zoals kinesitherapeuten, tandartsen, psychologen of logopedisten die enkel nog dringende interventies mogen doen. Ook bedrijven die essentiële dienstverlening leveren inzake voeding zoals pralinewinkels of drankenhandelaars, maar door gebrek aan passage of toeristen toch zwaar omzetverlies lijden, kunnen een compensatiepremie ontvangen. Net zoals schilders of loodgieters die enkel nog dringende herstellingswerken mogen uitvoeren of landbouwers die gericht voor horeca-afnemers werken, en kunnen aantonen dat ze een omzetverlies van -60% hebben in de periode tussen 15 maart 2020 en 30 april in vergelijking met dezelfde periode vorig jaar.

Veel ondernemingen en zelfstandigen zijn getroffen door de veiligheidsmaatregelen. We doen als Vlaamse regering ons uiterste best om hen in deze moeilijke periode te helpen. Naast de hinderpremie voor ondernemingen die volledig moeten sluiten, komt er nu dus ook de compensatiepremie voor ondernemingen die nog wel mogen werken maar hun omzet drastisch zien dalen. We moeten immers niet alleen onze gezondheid maar ook onze economie en jobs beschermen.

Vlaams Viceminister-President Bart Somers

Steunmaatregel

  • De éénmalige compensatiepremie bedraagt 3.000 euro;
  • Er zijn maximaal 5 premies per onderneming als er meerder exploitatiezetels per onderneming zijn;
  • Ook zelfstandigen in bijberoep, die door de hoogte van het inkomen sociale bijdragen betalen als een zelfstandige in hoofdberoep, kunnen de compensatiepremie van 3.000 euro ontvangen;
  • Zelfstandigen in bijberoep die een inkomen hebben tussen 6.996,89 euro en 13.993,78 euro kunnen een beroep doen op een compensatiepremie van 1.500 euro. Deze premie geldt ook voor zelfstandigen in bijberoep die verplicht moeten sluiten, maar geldt niet voor zelfstandigen in bijberoep die dit combineren met een job als werknemer van 80% of meer.
  • Het omzetverlies is minstens -60% ten opzichte van dezelfde periode vorig jaar. De referentieperiode is 14 maart 2020 tot en met 30 april 2020.
  • Voor starters wordt gewerkt met een omzetdaling van -60% ten opzichte van het neergelegde financieel plan.
  • Voor de ondernemingen in de vorm van een vzw is de compensatiepremie ook mogelijk, onder voorwaarde dat er minstens één iemand voltijds tewerkgesteld is.
  • De compensatiepremie zal aangevraagd kunnen worden via een toepassing bij VLAIO.

Evaluatie voor 30 april 2020

Alle maatregelen voor steun aan ondernemingen die verplicht moeten sluiten of die beperkingen ondervinden door de genomen maatregelen tegen de verspreiding van het coronavirus zullen voor 30 april 2020 ook geëvalueerd worden.