Natuurweetjes september

11 sep

De ooievaar

Deze onmiskenbare grote zwart-witte vogel met rode snavel en rode poten zien we ook steeds vaker in het Brugse luchtruim. Het is een vogel van open vochtige graslanden met sloten en beken. Daar voedt hij zich met amfibieën, insecten en kleine zoogdieren. De populatie trekt vanaf eind augustus grotendeels weg naar het zuiden, en keert vanaf februari terug. Een klein deel doet hier niet aan mee en overwintert. Grappig genoeg kan een ooievaar het ene jaar besluiten om op trek te gaan, en het andere jaar niet. Op hun trekroute vliegen veel ooievaars naar Spanje, waar ze overwinteren op vuilnisbelten. Door de strengere milieuwetgeving zullen veel vuilnisbelten gesaneerd worden. Misschien trekken de ooievaars dan verder naar Afrika – zelfs tot Mali – wat sommige vogels nu al doen.

Gierzwaluw bereidt zich voor op vertrek

De gierzwaluw is een wat plompere zwaluwensoort. Het is een echte insecteneter en daarom voor ons een zeer nuttige soort. Maar liefst 10.000 insecten per dag of 1 insect per 6,8 seconden! Slapen en eten doet deze luchtacrobaat al vliegend. Veel slaap heeft hij trouwens niet nodig: in de hoogzomer slaapt hij 5 uren en jaagt de overige 19 uren. Hij gaat enkel zitten om te nestelen.

De eekhoorn

In september beginnen eekhoorns met het verzamelen van een wintervoorraadje. Ze stoppen noten in de grond of in de oksel van een boom, en vinden die later terug door hun reukvermogen.