Tag Archives: Vlaams Parlement

De gemiddelde sociale huurder is een alleenstaande vrouw ouder dan 50

29 mrt

BRUSSEL- De gemiddelde sociale huurder in 2019 was een alleenstaande vrouw tussen de 50 en 59 die tussen de 1 en 5 jaar de sociale woning betrok. Dat blijkt uit de evolutie die die volksvertegenwoordiger Mercedes Van Volcem opvroeg bij Vlaams minister van Wonen, Matthias Diependaele van 2011 tot nu (tienjarige evolutie). Daaruit blijkt ook dat sinds 2011 er een verschuiving heeft plaatsgevonden van hoe lang die sociale huurder een sociale woning huurt. “Er is een evolutie van het aantal jaren dat sociale huurder hun woning betrekken.  Daarbij komt dat 3.921 sociale huurders minstens 50 procent meer dan de inkomensgrens voor de toewijzing van een sociale huurwoning verdienen. Dat is amper 3 procent van de zetelende huurder”, zegt Van Volcem.   Bijna 10000 mensen hebben vandaag een inkomen boven de oorspronkelijke inkomensgrens (6,5 procent) van de 150000 mensen die wonen in een sociale woning huurwoning. Een sociale huurder blijft langer in de sociale woning

In 2011 waren er 135.881 mensen die een sociale woning huurden: 65.768 mannen en 70.102 vrouwen. Eind 2019 is dat een kleine 10.000 mensen meer: 145.212. Ieder jaar stijgt het aantal sociale huurders, ook al zijn dat er niet veel.

“Wat wel opvallend is, is de aard van die huurder. In 2011 betrok de grootste groep sociale huurders minder dan een jaar hun sociale woning: 57.123 huurders. Blijkbaar waren er toen veel toewijzingen.   Nu ligt dat zwaartepunt op de categorie van een woningduur tussen de 1 en 5 jaar”, legt Van Volcem uit, “Meer nog: de categorieën van een woningduur 6 tot 10 jaar en 11 tot 20 jaar zijn ongeveer verdubbeld. Daar spreken we respectievelijk van 22.904 en 12.363 huurders in 2011, waar dat eind 2019 42.582 en 30.849 huurders zijn. De sociale huurders blijven dus sociale huurders. Weinig stromen uit.”

Sedert 2017 worden tijdelijke contracten afgesloten ingevolge nieuwe regelgeving, meer bepaald reeds meer dan  15000 contracten.  Pas na negen jaar zullen de eerste effecten van die doorstroming te zien zijn.

JaarLeeftijdscategorieën        
Geslacht0-19j20-29j30-39j40-49j50-59j60-64j65-69j70-79j80-89j90j+Eindtotaal
2011646.22015.76425.51429.62413.95011.89820.30211.3211.224135.881
Man392.8797.88511.91014.7907.4686.3969.8954.16334365.768
Vrouw253.3417.87913.60414.8346.4825.50210.4077.15887070.102
Geen gegevens         1111
20121995.96815.74725.52930.20714.37312.87420.27111.5611.334138.063
Man1052.7357.80111.94114.8647.5646.8369.8104.24535466.255
Vrouw943.2337.94613.58815.3436.8096.03810.4617.31697671.804
Geen gegevens         44
20134075.71515.65524.94830.45914.73313.39020.17311.5251.395138.400
Man2072.5497.72811.63014.7897.6367.0689.6934.30438665.990
Vrouw2003.1667.92713.31815.6707.0976.32210.4807.2211.00572.406
Geen gegevens         44
20142775.61015.86924.47730.71415.12713.95720.45011.6721.490139.643
Man1492.5537.84711.50314.8047.7417.2949.8784.43441666.619
Vrouw1283.0578.02212.97415.9107.3866.66310.5727.2381.07273.022
Geen gegevens         22
20151635.67716.08024.15730.87115.53214.63720.74011.7381.532141.127
Man772.6097.82711.40214.6447.8187.4659.9684.44741966.676
Vrouw863.0688.25312.75516.2277.7147.17210.7727.2911.10074.438
Geen gegevens         1313
20161315.68316.35924.15331.03016.16914.72221.48611.7911.647143.171
Man762.6807.90211.50014.5757.9827.41410.2974.51645267.394
Vrouw553.0038.45712.65316.4558.1877.30811.1897.2751.17375.755
Geen gegevens         2222
20171465.51016.32323.88331.10216.32415.01022.00511.8821.845144.030
Man842.6387.78611.46414.4627.9657.41310.4414.54557967.377
Vrouw622.8728.53712.41916.6408.3597.59711.5647.3371.25076.637
Geen gegevens         1616
20181425.28016.46523.65830.91116.57615.37222.39911.9631.939144.705
Man902.6117.82011.39314.4017.9517.48210.5184.58060567.451
Vrouw522.6698.64512.26516.5108.6257.89011.8817.3831.31677.236
Geen gegevens         1818
20191425.07616.26723.43830.91116.65415.60423.02412.0172.079145.212
Man962.5427.70411.34514.4017.9027.53310.7574.60265467.536
Vrouw462.5348.56312.09316.5108.7528.07112.2677.4151.39277.643
Geen gegevens         3333

Alleenstaanden

De grootste groep van die sociale huurders zijn alleenstaanden zonder minderjarigen, meer bepaald: 69.028 huurders. Daarna volgt de groep samenwonenden zonder minderjarigen: 38.494.  Dus twee op drie sociale huurders is een gezin zonder minderjarige kinderen.

Jaar201920182017201620152014201320122011
GezinssamenstellingAantalAantalAantalAantalAantalAantalAantalAantalAantal
Alleenstaande zonder minderjarige69.02868.09267.24266.41564.17262.90461.18062.01959.589
Alleenstaande met 1 minderjarige6.1756.2376.2656.2186.0575.9685.9726.1966.266
Alleenstaande met 2 minderjarige3.9443.9663.9313.9203.8253.8023.8913.9393.868
Alleenstaande met 3 minderjarige1.4611.4751.4531.3711.3511.3841.3481.3411.280
Alleenstaande met 4 of meer
minderjarige
3.7423.6673.5903.4223.2123.0963.0352.9592.827
Samenwonenden zonder minderjarige38.49438.47538.81038.76337.89538.07638.02239.19038.951
Samenwonenden met
1 minderjarige
8.6498.8338.8448.9578.8288.8608.8838.9218.863
Samenwonenden met
2 minderjarige
7.1567.1427.1837.2327.0847.0547.0927.0266.839
Samenwonenden met
3 minderjarige
4.9574.8994.8114.7214.6194.3634.1864.0583.873
Samenwonenden met
4 of meer minderjarige
241730217778713477
Geen gegevens1.5941.9061.8202.1794.0084.0614.8242.3913.487

Leeftijd

De leeftijdsgroep 40-49 en 50-59 zijn het best vertegenwoordigd: samen vertegenwoordigen ze 54.349 van de sociale huurders. Ook de sociale huurders tussen 70 en 79 zijn duidelijk vertegenwoordigd met 23024 huurders.  De jongeren zijn het minst vertegenwoordigd in een sociale woning. Amper 5200 huurders onder de dertig jaar hebben een sociale huurwoningen.

Jaar201920182017201620152014201320122011
WoonduurAantalAantalAantalAantalAantalAantalAantalAantalAantal
<1 jaar11.62412.02412.22412.80212.75212.11033.25553.98357.123
1-5 jaar49.22048.52565.29764.46864.20865.35559.42038.79435.858
6-10 jaar42.58244.18927.83427.59427.41527.66523.12023.08322.904
11-20 jaar30.84929.18627.91927.01825.66723.75816.53614.75312.363
21-30 jaar5.7825.5715.4586.3796.2726.1933.4174.3824.621
31-40 jaar3.6423.7513.8733.4223.2793.1551.7541.9991.920
41-50 jaar1.2121.1641.1281.1721.2211.078660782799
> 50 jaar301295297316313329238288294

Inkomensgrens

Op de laatste dag van 2019 waren er 9.858 sociale huurders met een totaal gezinsinkomen dat hoger ligt dan de inkomensgrens voor de toewijzing van een sociale huurwoning in 2019. “Dat gaat om sociale huurders die een levenslang huurcontract afsloten voor 2017 en waar het inkomen geen permanente impact heeft op hun recht op een sociale woning of niet”, duidt Van Volcem.

3.921 van die sociale huurders verdienen tussen de 50 en 200 procent meer  dan die bepaalde inkomensgrens. “Dat wil zeggen dat sommige gezinnen dus tot drie keer en meer verdienen dan toen ze de sociale woning toegewezen kregen”, gaat de volksvertegenwoordiger verder, “Als we de onderverdeling van dichterbij bekijken gaat het om 2.131 sociale huurders die minstens 50 procent meer verdienden. 849 sociale huurder die minstens 100 procent meer verdienden. Daarna volgen twee segmenten die ministens 150 procent meer en 200 procent meer verdienen dan de inkomensgrens vooropgesteld in 2019. Die categorieën zijn respectievelijk goed voor 522 en 419 sociale huurders.”

Toewijzingen dalen

Opmerkelijk is ook dat het aantal toewijzingen daalt. “Ondanks veel beloften en bijbouwen kan men jaarlijks niet meer mensen helpen. Bovendien zijn drie kwart van de toewijzingen ook voor mensen die reeds een sociale woning bewonen en moeten verhuizen wegens afbraak of renovatie”, stelt Van Volcem. Concreet wil dat zeggen dat de vele middelen en inspanningen niet helpen en niet genoeg zijn voor de vele wachtenden op een sociale woning.

“Vandaag staan eveneel mensen op de wachtlijst als mensen die sociale huurder zijn, maar de doelgroep is eigenlijk nog veel groter dan de wachtlijst.  Slechts 25 procent van mensen die er recht op hebben schrijven zich in op de wachtlijst.  De reële wachtlijst op basis van inkomen is 300000 wachtenden”, aldus de volksvertegenwoordiger. 

“Tijd voor een nieuw verhaal waarbij men de middelen efficiënt inzet, de werkloosheidsval aangepakt wordt. De huisvestingsval bij huisprijsberekeningen en de huurpremie wegvalt als men aan de slag gaat. Een sociale woning moet vooral een tijdelijke oplossing zijn voor iedereen die gezond is en aan de slag kan”, zegt Van Volcem. 

Schaarse grond

Daarbij wonen meer dan 31000 mensen met een handicap in een sociale woning. “Voor mensen die een beperking hebben niet aan de slag kunnen en weinig inkomen hebben, mag de sociale woning levenslang zijn, idem voor gepensioneerden.  Wie tot de actieve bevolkingsgroep behoort en gezond is, is enkel tijdelijke hulp aangewezen. Geen langetermijncontract. Ik pleit ook voor meer inhuurname van panden in plaats van nieuwbouw. Nieuwbouw duurt te lang en de grond die de sociale huisvestingsmaatschappijen is schaars. Samen hebben die maatschappijen amper nog 1600 hectare grond.  Snel gerekend is dat ongeveer nog goed voor 48000 woningen. Nog 250000 tekort als we ooit die wachtlijsten willen wegwerken”, stelt Van Volcem sterk.

Nieuwe tijden zetten Vlaamse centrumsteden voor grote uitdagingen

25 mrt

BRUSSEL – Vlaams Parlementslid Van Volcem Mercedes vroeg de evolutie op van de leegstaande handelspanden in de centrumsteden van 2010 tot en met 2020 bij Minister Crevits. “De evolutie is heel verschillend”, stelt Van Volcem Mercedes die als schepen in de stad Brugge ook de  andere centrumsteden in hun evolutie opvolgt. “Elke centrumstad wil uiteraard ook handel drijven en een aantrekkelijke shoppingstad zijn voor haar bewoner en bezoeker. Het winkelgebeuren kent een ware revolutie door online verkoop, andere consumptiepatronen, corona die toeslaat bij winkeliers dat leidt tot een grote stock.”

Opvallend is dat Antwerpen, de grootste stad ook de stad met het meest leegstaande handelspanden is. Maar een belangrijke kanttekening is dat ze amper 39 leegstaande panden in de laatste tien jaar erbij kreeg. “Alle steden kennen meer leegstaande handelspanden maar de evolutie is niet van die aard om het op heden zorgwekkend te noemen”, stelt Van Volcem.

Gent kent de grootste stijging sedert 2010.  Ook Aalst kent vier maal zoveel leegstaande handelspanden in de laatste tien jaar.  Ook Kortrijk telt meer leegstaande handelspanden. Sint-Niklaas telt amper twee leegstaande handelspanden erbij. Oostende amper vijf leegstaande panden erbij.  

Mechelen is de uitzondering

Slechts één stad kent minder leegstand aan handelspanden dan tien jaar geleden, meer bepaald Mechelen die het als stad steeds op alle cijfers goed doet.

Beleving

Mercedes Van Volcem: “Ik ben ervan overtuigd dat steden hun kernen moeten ontwikkelen met veel ondergrondse parkings, leuke bovengrondse straten, shop-and go parkeerplaatsen en leuke pleinen. Als je makkelijk alles online kan bestellen dan moet het shopgebeuren een beleving zijn.”   De stad kan faciliteren en veel nieuwe initiatieven toelaten op het openbaar domein.  Ook gemende concepten zijn meer en meer aan de orde.

Verschraling

Een bijkomende problematiek is vaak ook de verschraling van het aanbod.  Leuven en Gent kennen een grote diversiteit aan winkels.  Toeristische steden evolueren vaak naar eenzelfde toeristisch aanbod en daar is sturing nodig.  “Een straat moet een afwisselend aanbod kunnen bieden. Eenzijdigheid van aanbod leidt tot een negatieve spiraal”, stelt Van Volcem duidelijk.

Kwalitatieve invulling

De invulling van de leegstaande panden zal dan ook een opdracht worden voor de steden. “Invulling zal niet een probleem zijn wel een kwalitatieve invulling.  Steden kunnen samen met de merken een wervend plan opmaken en faciliteren. De verhuurders kunnen in de centrumsteden best ook meewaken over de invulling van hun panden en zorgen voor startershuur zodat leuke zaken de weg vinden naar het centrum van stad.  Het verhaal van de stad na 2020 inzake shoppen en winkelen is een heuse opdracht voor heel wat stadsbesturen”, aldus Van Volcem.

Groot en divers aanbod

Leegstand op zich zegt iets, maar de invulling en het aanbod moeten ook bekeken worden.  “De shoppers worden veeleisend.  Op internet hebben ze een super groot en divers aanbod en alles wordt aan huis geleverd, bestellen doe je na de klassieke openingsuren en vaak uit de zetel. 

Shoppen in de stad moet dan ook meer bieden dan het internet.  Het samen winkelen, samen terrasjes doen, kunnen passen, genieten van unieke koffiezaakjes en een gezellige en groene en aangename en veilige sfeer met goedkopere parkeerplaatsen ondergronds en duurdere bovengronds en veel leuke en brede voetpaden, wandelroutes en fietsroutes”, sluit Vlaams Parlementslid Mercedes Van Volcem af.

Zowel in de toeristische sector als het shoppen wensen mensen variëteit. De stad zou daar de unieke bodem voor moeten zijn.  Flexibiliteit, vernieuwing, variëteir, visie en beleving en kwaliteit zullen dan ook de kernwoorden zijn in de toekomst.

Bijlage 1

Onderstaande tabel bevat een overzicht van de leegstaande

handelspanden in de centrumsteden:

leegstaande handelspanden  -centrumsteden     
 2010201520192020 
Aalst67165238251 
Gent (opvallend stijgend)190404469624 
Sint-Niklaas180199179182 
Oostende196177193201 
Brugge148155214221 
Roeselare131128145160 
Kortrijk162268255282 
Antwerpen1.3851.4451.4631.424 
Turnhout107187173174 
Mechelen (daler)213150164157 
Leuven193161177208 
Genk157225194209 
Hasselt180287247261 
      
EenheidAantal    
BronLocatus | provincies.incijfers.be    

Steenbruggebrug wordt concreet

23 mrt

BRUSSEL/BRUGGE – Er komt schot in de zaak van de nieuwe Steenbruggebrug. Vlaams minister van Mobiliteit Lydia Peeters (Open Vld) steekt de spade in maart 2023 in de grond. Het project heeft inmiddels een prijskaartje van 32 miljoen euro.

De nieuwe Steenbruggebrug is nodig om schepen tot 3.000 ton te kunnen laten passeren. “Nu zijn er lange wachttijden voor auto’s als de huidige brug open staat. De hoge brug die er komt betekent een permanent vlotte verbinding tussen Brugge en Oostkamp voor auto- en vrachtverkeer. Fietsers en voetganger krijgen een aparte beweegbare brug”, vertelt volksvertegenwoordiger Mercedes Van Volcem.

Zo zou de nieuwe Steenbruggebrug er gaan uitzien.

De vaste hoge brug is in totaal 235 meter lang, 22 meter breed en 7 meter hoog. Op die manier zullen schepen die hoog geladen zijn er probleemloos onderdoor kunnen. Het wegdek wordt uitgerust met een afzonderlijk busrijvak.

Schop in de grond

Naast de twee bruggen, zal het kanaal rechtgetroken worden. Momenteel is het moeilijk voor sommige schepen om de draai net voor de brug goed te nemen. “Er worden dus heel veel problemen in één keer aangepakt”, legt Van Volcem uit.

Normaal had de schop dit jaar in de grond moeten zitten, maar procedures vertragen het hele dossier. Als schepen van Openbaar Domein en Vlaams parlementslid vroeg ik aan bevoegd minister Lydia Peeters (Open Vld) naar een stand van zaken.

Tijdelijke omleiding

“De Vlaamse Waterweg plant het indienen van de omgevingsvergunning begin mei 2021, er is enige vertraging door het geotechnisch onderzoek”, zegt Peeters. Er moeten gronden verworven worden aan de achterzijde van Delhaize en het parochiaal centrum. Die verwerving verloopt moeizamer.

In maart 2023 zoude de werken dan starten. Het einde is voorzien voor eind 2024. Met een budget van 32 miljoen euro wordt alvast een grote buffer ingerekend voor tijdelijke constructies om het verkeer vlot om te leiden.

Timing
26/03/2021 : start uitvoeringsontwerp
18/03/2022 : verzending bestek/prijsvraag aan aannemers
02/03/2023 : start van de werken
19/12/2024 : einde van de werken

Kostprijs Werfinstallatie € 2.729.452,81
Vaste wegbrug € 15.820.259,46
Beweegbare brug voor fietsers & voetgangers € 2.584.479,70
Wegenis € 2.208.897,32
Bochtrechttrekking € 5.215.891,59
Omgevingsaanleg € 1.465.000,00
SUBTOTAAL € 30.023.980,88
Tijdelijke infrastructuur € 993.000,00
Onteigeningen € 1.000.000,00
TOTAAL € 32.016.980,88

Vanuit het parlement volg ik dagelijks de Brugse en Vlaamse dossiers op.

Rioleringsgraad Vlaamse gemeenten moet beter

23 mrt

BRUSSEL – In 2020 was gemiddeld 82,32 procent van de Vlamingen aangesloten op de riolering. Dit percentage groeide de laatste tien jaar aan met ruim vijf procent. Dat blijkt uit het antwoord van Vlaams minister van Omgeving Zuhal Demir op een schriftelijke vraag van Open Vld-parlementslid Mercedes Van Volcem. Er zijn wel grote provinciale verschillen. “Limburg scoort het best met een rioleringsgraad van 88,21 procent. West-Vlaanderen is daarentegen de hekkensluiter. Daar zijn gemiddeld 78,93 procent van de inwoners aangesloten op de riolering. Deze provincie kende de afgelopen tien jaar wel de sterkste stijging. Zij gaan van 71,52 procent in 2010 naar 78,93 procent in 2020”, weet Van Volcem.
Op tien jaar tijd is de rioleringsgraad in Vlaanderen gestegen van 77,09 procent in 2010 tot 82,32 procent in 2020. De rioleringsgraad geeft de verhouding van het aantal gerioleerde inwoners tegenover het totaal aantal inwoners van een gemeente weer. “Over alle gemeenten heen is dus nog steeds bijna één op vijf inwoners niet aangesloten op de riolering. Dat zijn heel veel mensen”, aldus Vlaams Parlementslid Mercedes Van Volcem (Open Vld). “We zetten wel stappen vooruit, maar ik ben ervan overtuigd dat Vlaanderen en haar gemeenten beter en sneller kunnen op dit vlak. Laat ons dat de komende jaren tonen. De boodschap is dan ook: rioleren, rioleren, rioleren.”
 
Provinciale verdeling 
Wanneer we naar de vijf provincies kijken, merken we grote verschillen in rioleringsgraad. Limburg kon vorig jaar – net zoals in 2010 – de beste cijfers voorleggen. Daar zijn gemiddeld 88,21 procent van de inwoners aangesloten op de riolering. De provincie Antwerpen staat als tweede gerangschikt met een rioleringsgraad van 86,11 procent. De verschillen tussen de laatste drie provincies zijn miniem.
Vlaams-Brabant, Oost-Vlaanderen en West-Vlaanderen scoren het minst goed met respectievelijk 80,20%, 79,76% en 78,93%. “Ik stel vast dat de volgorde qua rioleringsgraad in 2020 nog exact dezelfde is als deze in 2010”, aldus Van Volcem. “De kloof tussen de provincies is wel deels gedicht. In 2010 bedroeg het verschil tussen Limburg en West-Vlaanderen nog ruim dertien procent. In 2020 is dit teruggedrongen tot ruim negen procent.”
Bij de provincies scoort West-Vlaanderen het slechtst.

Horebeke bengelt onderaan, Baarle-Hertog spant de kroon

Ook de cijfers per gemeente of stad leggen interessante verschillen bloot. Zo vinden we de minst gerioleerde inwoners in het Oost-Vlaamse Horebeke (14,64%) en heeft de gemeente Denderleeuw de hoogste rioleringsgraad van Oost-Vlaanderen (99,69%). De meest gerioleerde inwoners van Vlaanderen wonen dan weer in het Antwerpse Baarle-Hertog (99,85%) en de gemeente Zoersel heeft de laagste rioleringsgraad van Antwerpen (58,73%). Alle Limburgse gemeenten bevinden zich qua percentage tussen aan de ene kant Voeren met 32,49% en aan de andere kant Genk met 99,15%. De gemeenten in Vlaams-Brabant zijn te vinden tussen Pepingen met 29,25% en Zaventem met 99,36% en tot slot zitten de West-Vlaamse gemeenten tussen Vleteren met 54,57% en Oostende met 99,48%.

Centrumsteden

Van alle centrumsteden doet Oostende het het best. Daar zijn gemiddeld 99,48 procent van de inwoners aangesloten op de riolering. Ter vergelijking: Sint-Niklaas moet het stellen met een rioleringsgraad van 87,69 procent.

De rioleringsgraad van de centrumsteden.

Lees hieronder meer over de rioleringsgraad in de print media:

HLN: https://www.hln.be/binnenland/bijna-1-op-de-5-vlamingen-nog-altijd-niet-aangesloten-op-riolering~a20efdca/

Nieuwsblad: https://www.nieuwsblad.be/cnt/dmf20210323_93591926

Trends: https://trendstop.knack.be/nl/ontop/ondernemen/nog-bijna-1-op-de-5-vlamingen-niet-aangesloten-op-riolering-1068-1432464.aspx

Minister van Mobiliteit Peeters investeert 75,58 miljoen euro in Brugge

22 mrt

BRUSSEL/BRUGGE – Minister Lydia Peeters investeert 75,58 miljoen euro dit jaar in Brugge. Dat maakt de minister bekend in het jaarlijks Geïntegreerd Investeringsprogramma (GIP). Vlaams volksvertegenwoordiger Mercedes Van Volcem volgt de investeringen in de commissie Mobiliteit en Openbare Werken van dichtbij op in het Vlaams parlement en is uitermate tevreden met de investeringen van de minister. “De grootste investeringen op Brugs grondgebied gaan naar de A11 en de geluidsmuren van de N31”, legt de Vlaams volksvertegenwoordiger Van Volcem uit.

Het GIP (Geïntegreerd Investeringsprogramma) van minister Peeters geeft ieder jaar een overzicht weer van alle investeringen in het beleidsdomein Mobiliteit en Openbare werken. Alle budgetten voor het AWV (Agentschap Wegen en Verkeer), Agentschap voor Maritieme Dienstverlening en Kust, De Vlaams Waterweg, De Lijn en de Luchthavens Antwerpen en Oostende-Brugge worden erin opgenomen. “Als schepen van Openbare Werken in Brugge ben ik vast lid van de Commissie Mobiliteit en Openbare Werken in het Vlaams parlement, daarnaast houd ik de investeringen van de Brugse zeehaven nauwlettend in het oog als lid van het havenbestuur. De bekendmaking van het GIP is een belangrijk ijkpunt. Het is een onmisbaar instrument om zich te krijgen op de uitdagingen op vlak van mobiliteit en Openbare werken die aangepakt worden”, aldus de volksvertegenwoordiger. 

Wegenwerken in Vlaanderen | Vlaanderen.be

Geluidsmuren N31

In dat GIP maakt de minister nu bekend dat in totaal 70.985.000 euro naar het Brugs grondgebied gaat via het Agentschap Wegen en Verkeer. “500.000 euro wordt geïnvesteerd in de Brugse Steenweg in Koolkerke. Daar wordt de verharding van de rijweg én de middengeleiders hersteld”, duidt Van Volcem, “Maar liefst 14,3 miljoen euro zal de minister gebruiken voor de geluidsmuren aan de N31.”

2,41 miljoen euro van die grote pot gaat rechtstreeks naar het algemeen onderhoud en herstel van de wegen en fietspaden. “Zelf dring ik aan op het herstel van het fietspad van Dudzele naar Brugge, de geluidsmuren aan de N31 in Sint-Pieters en de fietsring rond Brugge, waar het dossier rond de nieuwe Steenbruggebrug een rol in speelt”, aldus Van Volcem.

Steenbruggebrug

Die Steenbruggebrug is opnieuw een groot dossier voor de regio. De stadsvaart zou er verlegd worden en een vaste hoge brug wordt er geplaatst ter hoogte van de oude Steenbruggebrug die voor schepen nog altijd open en toe gaat. Ook een beweegbare fietsbrug is opgenomen in het plan. “Veiliger en efficiënter woon-werkverkeer, een vlotte verbinding tussen Loppem en Oedelem en een volwaardige recreatieve route voor de Groene Gordel die aansluit op het Bovenlokaal Fietsnetwerk: dat is er wat er op het spel staat met het project Steenbruggebrug en de daarbijhorende aanpassingen aan de N50 en N309 bij Brugge. De Steenbruggebrug is een belangrijke toegang tot Brugge en deel van de verbindingsweg tussen Oostkamp en Brugge”, aldus de Vlaams Volksvertegenwoordiger. De start van de bouw van de Steenbruggebrug is voor zien voor 2023.

Elektrische bussen

De minister schrijft voor De Lijn 400.000 euro in voor 3 elektrische bussen in Brugge. Daarmee mogen we de verdere uitrol van de elektrische busvloot en busbediening inleiden.

Vlaamse Waterweg

De Vlaamse Waterweg krijg 4.595.000 euro. “Het fietspad aan de Damse Vaart Zuid krijgt 168.000 euro. Daarnaast zijn de grootste investeringen in de onteigeningen ter voorbereiden van de werken aan de stadsvaart en dus de Steenbruggebrug. De minister voorziet ook budget om de kustbeveiliging aan te pakken en ter voorbereiding van de nieuwe zeesluis. De renovatie van de Bombardierbrug mag 340.000 euro kosten. Voor de haven van Zeebrugge wordt maar liefst een kleine 42 miljoen euro geïnvesteerd dit jaar.

Leefbaarheidsplan Zeebrugge klaar in 2022

18 mrt

BRUSSEL/ZEEBRUGGE – De onteigeningsperimeter rond de Nieuwe zeesluis van Zeebrugge zal eind dit jaar bekend zijn, maar zo nog belangrijker voor de Zeebrugse regio is het leefbaarheidsplan dat in 2022 klaar zal zijn. Dat antwoordde de minister van Mobiliteit en Openbare Werken, Lydia Peeters, op de vraag om Uitleg van onder andere Mercedes Van Volcem (Open VLD) die in de commissie Mobiliteit zetelt. “Het gebied, de omwonenden, de Havengemeenschap, Voka en andere stakeholders slaken een noodkreet. Ze verwachten duidelijkheid over de start van de bouw, maar vooral hoe zal de leefbaarheid van de omgeving gegarandeerd worden. Er is al vertraging in het dossier en nu kwam er ook een negatief advies van de auditeur. De nieuwe zeesluis is van hoogst belang in de regio qua tewerkstelling, export en de toekomst van onze zeehaven, maar ook de bedrijven, omwonenden en dorpsbewoners van Zeebrugge willen weten waar ze aan toe zijn”, klinkt het bij Vlaams Volksvertegenwoordiger Mercedes Van Volcem.

De bouw van de nieuwe zeesluis zal pas beginnen in 2024.

De nieuwe zeesluis in Zeebrugge is een gigantisch investeringsproject van de Vlaamse overheid ter waarde van om en bij een miljard euro. “Er werd de afgelopen jaren hard gewerkt aan het complex project voor de nieuwe zeesluis van Zeebrugge. Ondanks deze nieuwe procedure die een robuustere en meer participatieve besluitvorming moet garanderen dreigt het project ook nu weer vast te lopen”, klonk het bij volksvertegenwoordiger Van Volcem in de commissie.

Leefbaarheidsplan Zeebrugge

De zeehaven is van economisch belang, maar ook de leefbaarheid van het nabijgelegen Zeebrugge, omwonenden, dorpsbewoners, maar ook de bedrijven is van groot belang.  “Deel van het onderzoek is het leefbaarheidsplan van de regio waar een concreet actieprogramma wordt aan verbonden. Dat leefbaarheidsplan zal afgewerkt zijn in 2022. Dat moet bepalen hoe groot de onteigeningsperimeter is rond het project. Tegen eind dit jaar zullen omwonenden en bewoners weten tot waar er een onteigend zal moeten worden om de streek leefbaar te houden. Dus dit blijft niet boven de mensen hun hoofden hangen. Eind dit jaar komt er duidelijkheid”, aldus minister Peeters. Deze zomer is er ook opnieuw een overleg met de buurten in Zeebrugge en een terugkoppeling. De onteigeningsperimeter betekent rechtszekerheid. Ondertussen werd al 70 procent van de bedrijven in de onteigeningszone minnelijk onteigend.

Hinder verminderen en wegnemen

De minister verduidelijkte ook dat het leefbaarheidsplan heel concreet onderzoekt hoe het met de omgeving van de nieuwe zeesluis gaat en welke effecten er zullen zijn van het project: hinder tijdens de bouw maar ook de exploitatie. “De minister zal alles in staat stellen om die effecten te beperken en weg te nemen. De leefbaarheid van ons Zeebrugge wordt gevrijwaard. En dat is uiteraard de grootste bezorgdheid. De onzekerheid van de omwonenden van wat er nu precies gaat gebeuren is groot. Ik ben blij dat de minister belooft dat eind dit jaar er uitsluitsel zal zijn. Ik riep op om de koe bij de hoorns te vatten. Uit het antwoord van de minister blijkt dat ze ondanks een negatief advies van de auditeur, toch verder gaat met het project en niet aarzelt”, klinkt het bij Mercedes Van Volcem nog.

Bekijk hier de vraag in de commissie:

Start bouw in 2024

In het Vlaams Regeerakkoord wordt beloofd dat de bouw van die nieuwe zeesluis deze legislatuur nog zal begonnen worden. Een negatief auditeursverslag deed de moed zakken, zo haalde Van Volcem, de minister verzekerde: “We blijven niet bij de pakken zitten. Een negatief auditeursverslag wil daarom niet zeggen dat de Raad van state zal afkeuren. Het Uitwerkingstraject, de derde fase waar het complex project nu doorgaat na de verkenning en onderzoeksfase , neemt meer tijd in dan beslag en zal later afgerond kunnen worden. Een definitief projectbesluit zal eind 2023 er zijn. De start van de bouw zal dus voor pas voor 2024 zijn.”

Ondertussen zullen er ook al in 2022 en 2023 voorbereidende werken worden gedaan zoals het verder verwerven van de gronden die nodig zijn, het verleggen van nutsleidingen en het slopen van gebouwen.

 

Erven van vrienden wordt vanaf 1 juli goedkoper met ‘vriendenerfenis’

18 mrt

BRUSSEL – Het Vlaams parlement heeft de vriendenerfenis officieel goedgekeurd. Hiermee kan je een bepaald deel van je erfenis voordeliger nalaten aan goede vrienden of verre familieleden. Tot nu betaalde je voor dergelijke transacties tot 55 procent.

De Vlaamse regering heeft er bij haar start voor gekozen de erfbelasting verder te hervormen. Zo stond de lancering van de ‘vriendenerfenis’ ingeschreven in het regeerakkoord. Daarnaast wil de regering het aantrekkelijker maken om te vererven of schenken aan een goed doel.

Het parlement heeft het licht nu op groen gezet voor de geplande hervorming. De tarieven om een erfenis aan het goede doel na te laten of om bij leven iets te schenken worden verlaagd naar 0 procent. Het wordt daarnaast fiscaal interessanter om een nalatenschap te geven aan beste vrienden. Het tarief voor de eerste 15.000 euro wordt van 25 procent naar 3 procent gebracht, met een maximum nettovoordeel van 3.300 euro.

In 2019 lieten alle overleden Vlamingen samen 894 miljoen euro na aan mensen die niet in rechte lijn vielen en ook geen broer of zus waren. Van deze 894 miljoen euro werd 671 miljoen euro belast aan 55 procent. De hervormingen worden van kracht op 1 juli.

Geen nieuwe fiscale maatregelen voor woningprijzen

11 mrt

BRUSSEL – Vlaams volksvertegenwoordiger Mercedes Van Volcem zetelt in de commissies Wonen & Onroerend Erfgoed en Mobiliteit & Openbare Werken. Vanuit het Vlaams parlement probeert ze met een Brugse bril het leven van de Vlaming te beïnvloeden voor het goede.

Commissie Wonen en Onroerend Erfgoed

Terwijl de woningprijzen hun opmars blijven voortzetten, is Vlaams minister van Wonen Matthias Diependaele (N-VA) voorlopig niet van plan om in te grijpen. “Ik ben terughoudend”, zei hij donderdag in de commissie Wonen van het Vlaams Parlement. “Het verleden heeft ons geleerd dat het zelden een goed idee is om de markt te corrigeren met fiscale maatregelen.”

Diependaele kreeg verscheidene vragen over de situatie op de woningmarkt van onder andere Mercedes Van Volcem (Open Vld). Er werd teruggegrepen naar een barometer van de notarisfederatie Fednot van eind februari, waaruit bleek dat woningen in de vijf Vlaamse provinciehoofdsteden in 2020 een stuk duurder zijn geworden: de prijzen voor huizen en appartementen stegen met bijna 7 procent ten opzichte van 2019.

In zijn reactie nuanceerde de minister in de eerste plaats de gegevens. Zo wees hij er onder meer op dat vooral duurdere woningen sterk in prijs stegen. “Daardoor kan het totaalbeeld vertekend zijn”, zei hij. “Goedkopere woningen stijgen ook in prijs, maar minder snel.”

Daarnaast gaf Diependaele te kennen dat nieuwe ondersteunende maatregelen nemen niet noodzakelijk wenselijk is. “Fiscale maatregelen kunnen een antwoord bieden op sommige vraagstukken, maar kunnen de woningmarkt ook destabiliseren”, luidde het. Bovendien verwees hij naar eerdere maatregelen, zoals de verlaging van de registratierechten op de aankoop van een woning van 7 naar 6 procent en de 9,1 miljard euro die de Vlaamse regering van 2021 tot 2024 zal investeren in woningbouw.

De minister voorziet daarom voorlopig niet in nieuwe initiatieven of maatregelen. “Ik ben terughoudend om zomaar nieuwe fiscale maatregelen te nemen”, zei hij. “Het verleden heeft ons geleerd dat het zelden een goed idee is om de markt te corrigeren met fiscale maatregelen.”

Daarnaast stelde Mercedes ook een vraag over het zicht op de woningmarkt na Covid en de invloed van Covid op ons wonen.

Lees hier de vragen die Mercedes stelde in de Commissie Onroerend erfgoed en Wonen:

Je kan de commissie herbekijken:

Commissie Mobiliteit en Openbare Werken

In uitvoering van het Vlaams regeerakkoord moeten de bussen in stadskernen vanaf 2025 emissievrij rijden, en vanaf 2035 moet dat in heel Vlaanderen het geval zijn. Om haar busvloot te vergroenen, wil De Lijn in de komende jaren stapsgewijs elektrische bussen aankopen. Voor deze investering in bussen en bijbehorende oplaadinfrastructuur wil de Vlaamse Regering op zoek gaan naar private financiering. De vergroening van de busvloot en die private uitbesteding staat vandaag op de agenda.

Je kan hier de commissie bekijken:

Woon-werkfietsverkeer op de agenda

4 mrt

BRUSSEL – Vlaams volksvertegenwoordiger Mercedes Van Volcem zetelt in de commissies Wonen & Onroerend Erfgoed en Mobiliteit & Openbare Werken. Vanuit het Vlaams parlement probeert ze met een Brugse bril het leven van de Vlaming te beïnvloeden voor het goede.

Commissie Wonen en Erfgoed

Vandaag op de agenda wordt de nieuwe conceptnota voor nieuwe regelgeving over de toekenning van de aanpassingspremie voor sociale huurders besproken. Je kan de commissie volgen:

Commissie Mobiliteit en Openbare Werken

Mercedes stelt vandaag 4 vragen om uitleg in de commissie. Ze stelt onder andere op aansturen van Voka enkele vragen over het interfederale relanceplan en de mogelijke middelen en visie op het ondersteunen van Veilig Woon-Werkverkeer. Daarnaast bevraagt ze ook de elektrische laadinfrastructuur in Vlaanderen en hoe die er in een veranderend mobiliteitslandschap zal gaan uitzien.

Daarnaast bevraagt Mercedes de fouten die gebeurd zijn in de het aanleggen van de rotonde ter hoogte van de op-en afritten in Aalter aan de E40. Slecht beton zorgt er daar voor dat de volledige werken opnieuw gedaan moeten worden.

Daarnaast gaat Mercedes in op een onderzoek van HR-dienst Acerta over woon-werkverkeer. Daaruit blijkt dat één op drie de weg naar het werk aflegde met de fiets. Vraag om uitleg over de stijging van het fietsgebruik in het woon-werkverkeer

Je kan ook de commissie Mobiliteit volgen vandaag vanaf 13u30 via onderstaande link:

“Steden zijn dé motor van de samenleving”

24 feb

BRUSSEL – De komende jaren zullen de Vlaamse centrumsteden 6,17 miljard euro investeren. Dat is 720 miljoen euro meer dan oorspronkelijk beraamd, zo blijkt uit de gemeentelijke aangepaste meerjarenplannen 2020-2025. Het aantal investeringen door lokale besturen stijgt deze legislatuur dus verder door. Vlaams volksvertegenwoordiger voor Open Vld Mercedes Van Volcem vroeg de informatie op bij Vlaams minister van Binnenlands Bestuur Bart Somers. “Onze steden hebben het in 2020 hard te verduren gekregen, maar de cijfers tonen aan dat zij dé motor blijven van investeringen”, zegt Van Volcem. “De Vlaamse centrumsteden zijn goed voor 35 procent van alle investeringen door gemeenten en steden. De komende jaren zullen lokale besturen samen 17,44 miljard euro investeren. Dat is 2,6 miljard euro meer dan oorspronkelijk beraamd.”

De autofinancieringsmarge daalde met 80 procent. Toch blijven de investeringen op hetzelfde niveau én meer.

De investeringen van de Vlaamse centrumsteden zetten zich verder door. “Alle centrumsteden hebben de investeringen in hun originele meerjarenplannen ruim overschreden met deze in hun aangepaste meerjarenplannen”, zegt Vlaams Parlementslid Mercedes Van Volcem (Open Vld).

Antwerpen en Gent investeren fel, Turnhoutenaren en Bruggelingen hebben minste schulden

Wanneer we de totale investeringsuitgaven van naderbij bekijken dan kunnen we vaststellen dat Antwerpen de onbetwiste nummer één is met investeringen tot bijna 2,5 miljard euro. Gent volgt op plaats twee met een kleine één miljard euro, Leuven eindigt derde met bijna een half miljard euro en Brugge sluit de top vier af met 354 miljoen euro. Turnhout investeert met 118 miljoen euro de komende jaren het minst van alle centrumsteden. Samen met Genk, Oostende en Hasselt, lijken zij heel wat minder risico te nemen.

“Meer investeringen gaan onherroepelijk samen met een hogere schuldenlast per inwoner. Begin 2020 was de gemiddelde schuldenlast per inwoner van een centrumstad nog 1.838 euro, terwijl dat begin dit jaar strandde op 1.947 euro. De schuld per inwoner daalde vorig jaar nog met acht euro terwijl die in 2021 steeg met 109 euro”, aldus politica Van Volcem. Het verschil in schuld per inwoner is significant. De stad Gent heeft bijvoorbeeld een schuldenlast van 2.605 euro per inwoner, terwijl dit in Brugge slechts 932 euro is. Van alle centrumsteden moet Brugge in deze categorie enkel Turnhout laten voorgaan met 392 euro. “De financiën in de hoofdstad van West-Vlaanderen zijn zeer gezond. Onze stad heeft vrij weinig schuld per inwoner”, reageert Brugs schepen van Financiën Van Volcem.

De Vlaamse centrumsteden zijn verantwoordelijk voor 35 procent van de investeringen.

57 euro meer schulden per inwoner in Vlaanderen

Ook de gemiddelde schuldenlast van alle steden en gemeenten samen steeg het afgelopen jaar met 57 euro per inwoner, van 1.270 euro naar 1.327 euro. Een jaar eerder noteerden we in Vlaanderen nog een daling met 16 euro per inwoner.

80% minder autofinancieringsmarge

Onze steden en gemeenten moesten in 2020 heel wat incasseren. Waar de autofinancieringsmarge (de mate waarin een overheid zichzelf kan onderhouden via bijvoorbeeld belastingen), in 2019 van alle centrumsteden samen nog bijna 328,5 miljoen euro bedroeg, schoot daar in 2020 slechts 65,5 miljoen euro of een kleine twintig procent van over. “Dat is een ongelofelijke daling. Onze centrumsteden proberen die verminderde inkomsten te counteren met grote investeringen. Zo blijven ze dé motor van onze samenleving”, klinkt het bij Van Volcem.