Tag Archives: Vlaanderen

182.000 kandidaat-huurders op sociale wachtlijsten

8 jul

182.000 kandidaat-huurders op sociale wachtlijsten

Vandaag zijn er 182.000 huurders die wachten op een sociale woning. Een historisch record. Nooit waren de sociale wachtlijsten zo hoog ! 

Het aantal wachtenden stijgt volgens de minister minder snel dan vroeger maar dat is nonsens. Theoretisch hebben 250.000 mensen recht op een sociale woning, maar de mensen zijn zo ontmoedigd dat ze zich zelfs niet meer inschrijven.

Vorig jaar kwamen er maar 668 bij in heel Vlaanderen. Tevens het grootste dieptepunt in jaren.

Het systeem botst op zijn grenzen. In de steden waar er 72.000 wachtenden zijn verdwenen zelfs 332 woningen vorig jaar.

De sociale huisvesting heeft nog weinig grond, een project duurt gemiddeld vier tot zes jaar en tegen veel projecten is er beroep.

Als parlementslid stel ik al jaren dat contracten tijdelijk moeten zijn. In 2017 werd dit voor het eerst ingevoerd. De eerste contracten die aflopen zijn dus pas in 2026.

Er moet meer doorstroming zijn. Een tijdelijke oplossing.

Mijn voorstel is om sociale woningen toe te wijzen aan mensen die het echt nodig hebben : zieke mensen, gepensioneerden met laag pensioen, …. Wie gezond is en kan werken kan dit enkel tijdelijk bekomen na tegenslag (bijvoorbeeld faillissement, scheiding en geen inkomen, ….)

Bovendien vind ik dat een sociale woning ook een bestaande woning kan zijn en geen nieuwbouwwijk hoeft te zijn.  

Een huurbonus is een beter systeem. Laat mensen tijdelijk een stuk van de huur fiscaal aftrekken. Dat motiveert ook om te werken.

Wie nu een sociale woning toebedeeld krijgt, moet meer huur betalen als er meer verdiend wordt. (22 procent inkomen). Wie dus aan de slag gaat, heeft naast werkloosheidsval ook huisvestingsval.

Wie een huurpremie krijgt en aan de slag gaat, verliest zijn premie.

We moeten inzetten op tijdelijke hulp. De minister moet alleszins meer doen en niet historisch slechte cijfers positief proberen uitleggen.

De minister moet beseffen dat het systeem op zijn grenzen loopt en dus en nieuw sociaal woonbeleid komen. Een systeem die werken aanmoedigt, mensen vlugger helpt en tijdelijkheid centraal stelt voor al wie kan werken.

Wie werkt en belastingen betaalt, onderhoudt vandaag het systeem.

Bovendien is er een te grote discrepantie tussen normale huur en sociale huur. De gemiddelde huur is 360 euro voor een sociale woning. Op de private markt is dat 800 euro.

Een sociale huur zou minimum 500 euro moeten zijn. Voor 360 euro kan je zelfs geen studentenkot meer huren.

De 11.277 toewijzingen telt voor 1/5 herhuisvestingen. Dus amper 9.000 mensen van de 182.000 kandidaten op die sociale wachtlijsten werden geholpen. Dat is 5 procent van de wachtenden!

Tijd voor actie meneer de minister en leg vrijdag aub de huurbonus op tafel of uitbreiding van een tijdelijke huurpremie voor alle wachtenden die straks ook indexatie van 10 procent huur staat te wachten.

De nieuwe cijfers werden vandaag gepubliceerd op de website van de VMSW.

Hier kan u mijn reactie in de pers terugvinden.

Kadastrale inkomens in 2020 gemiddeld 4,5% lager dan in 2015

18 feb

BRUSSEL – In 2015 bedroeg het niet-geïndexeerd kadastraal inkomen van de gemiddelde Vlaamse woning 1010. In 2020 is dat nog 964, wat een daling van 4,5% betekent. Elk jaar zien we een daling. De nieuwe woningen die erbij komen hebben duidelijk een lager KI hebben dan de reeds bestaande woningen. Dat blijkt uit de cijfers die Vlaams parlementslid Mercedes Van Volcem opvroege bij minister Demir.

Van Volcem ziet een duidelijke tendens in de cijfers: “De grootste reden die ik zie voor de dalende trend is dat er steeds kleiner gebouwd wordt. Bij nieuwe woonontwikkeling hanteert men kleinere percelen en in de stad bouwen we een pak denser. De woonoppervlakte van nieuwbouw werd de voorbije jaren ook kleiner. Ook de typologie speelt een rol: appartementen hebben gemiddeld genomen een lager KI dan villawoningen. Dus als je verhoudingsgewijs meer appartementen bouwt dan diegene die er al staan draagt dat ook bij tot een dalend KI.  In de centrumsteden Antwerpen en Turnhout daalde het gemiddelde KI zelfs met meer dan 10% sedert 2015.”

Het Kadastraal Inkomen of KI is de gemiddelde jaarlijkse normale nettohuurwaarde van het onroerend goed, maar dus geen écht inkomen. 

Het KI is een fictief inkomen dat overeenstemt met het gemiddelde jaarlijkse netto-inkomen dat het onroerend goed zijn eigenaar zou opbrengen in referentiejaar 1975. 

In Vlaanderen zien we de laatste vijf jaar een steeds sneller dalende trend van het KI ten opzichte van het jaar ervoor. In 2020 daalde het KI van een gemiddelde Vlaamse woning met 1,37% ten opzichte van 2019.

‘Ik vind niet meteen een aantoonbare oorzaak, van de versnelde beweging de laatste 2 jaar. De steeds strengere energie-eisen zorgen wel dat er veel dichter op elkaar ontwikkeld wordt. Rijwoningen en appartementen zorgen gemiddeld voor een lagere KI.” aldus Van Volcem.

Gemiddeld KI  Vlaams gewestVerschil
20151010,410
20161005,87-0,45%
2017999,38-0,65%
2018990,83-0,86%
2019978,16-1,28%
2020964,72-1,37%
2015-2020 -4,52%

Dalend KI niet problematisch voor overheid

Het kadastraal inkomen (KI) vormt de basis voor de inning van de onroerende voorheffing en voor de bepaling van het onroerende inkomen dat in de personenbelasting belast wordt. Dat het gemiddeld KI daalt is op zich geen probleem voor de inkomsten van de overheid. “Er komen woningen bij, wat voor meer inkomsten zorgt. Het is een keuze van het beleid om niet alles vol te bouwen met grote villawijken.  Dat nieuwe woningeigenaars gemiddeld genomen kleiner wonen en dus minder belastingen betalen is normaal.”

Grote verschillen per centrumstad

De gemiddelde KI’s verschillen ook aanzienlijk per centrumstad. “Een van de oorzaken is het type gebouwen: hoeveel rijwoningen en hoeveel (half) open bebouwingen heeft een stad. Of hoeveel gezinswoningen, kleine en grote appartementen of ruime villa’s worden in de stad gebouwd. Ook de waarde en afwerkingsgraad van de woningen zelf spelen een rol.” verduidelijkt Mercedes Van Volcem.

“We wonen kleiner en dichter”, aldus Van Volcem.

Roeselare is de ‘goedkoopste’ centrumstad als het op gemiddeld KI aankomt: 847 in 2020.  Aalst volgt in het kielzog met 890. Leuven telt het hoogste gemiddelde KI met 1224 anno 2020, gevolgd door Antwerpen met 1152.

gemiddeld niet-geïndexeerd kadastraal inkomen per centrumstad
centrumstad201520162017201820192020
Aalst933,65924,94920,07913,32902,41890,08
Antwerpen1.289,801.273,301.249,521.224,721.187,021.152,23
Brugge1.029,661.025,481.015,221.002,75985,48958,06
Genk1.057,761.059,871.040,241.023,781.008,93992,05
Gent1.142,191.140,741.128,541.122,241.104,451.085,78
Hasselt1.233,001.218,211.194,761.186,881.185,181.161,47
Kortrijk1.134,361.129,021.123,481.115,471.106,431.084,63
Leuven1.352,981.316,901.298,321.280,841.236,551.224,80
Mechelen1.090,551.080,981.065,621.059,441.058,771.039,37
Oostende947,31942,33935,98930,58919,97905,05
Roeselaere889,01881,49878,18873,01855,50847,19
Sint-Niklaas1.077,101.068,651.058,141.048,341.023,901.006,05
Turnhout1.049,511.054,111.037,271.011,04983,71934,28
Vlaams Gewest1.010,411.005,87999,38990,83978,16964,72
andere Vlaamse gemeenten963,07960,14956,33949,41939,72929,43
Gemiddelde KI per centrumstad.

Daling KI grootst in Antwerpen, Turnhout en Leuven

In de centrumsteden (-7,4%) daalt het gemiddeld KI van 2015 tot 2020 dubbel zo hard als in de andere gemeenten en steden (-3,5%). Onderling zijn er bovendien nog grotere verschillen. Turnhout spant de kroon met -11% gevolgd door Antwerpen (-10,7%) en Leuven (-9,5%).  “Een mogelijke oorzaak is een groot aantal nieuwbouwprojecten die veel kleinere woonoppervlaktes hebben dan het bestaand patrimonium. Om dit met zekerheid te weten zou je nog iets diepgaandere analyses moeten doen per stad.” aldus Van Volcem.

procentuele toename gemiddeld niet-geïndexeerd kadastraal inkomen per centrumstad      
centrumstad201620172018201920202015-2020
Aalst-0,9%-0,5%-0,7%-1,2%-1,4%-4,7%
Antwerpen-1,3%-1,9%-2,0%-3,1%-2,9%-10,7%
Brugge-0,4%-1,0%-1,2%-1,7%-2,8%-7,0%
Genk0,2%-1,9%-1,6%-1,5%-1,7%-6,2%
Gent-0,1%-1,1%-0,6%-1,6%-1,7%-4,9%
Hasselt-1,2%-1,9%-0,7%-0,1%-2,0%-5,8%
Kortrijk-0,5%-0,5%-0,7%-0,8%-2,0%-4,4%
Leuven-2,7%-1,4%-1,3%-3,5%-1,0%-9,5%
Mechelen-0,9%-1,4%-0,6%-0,1%-1,8%-4,7%
Oostende-0,5%-0,7%-0,6%-1,1%-1,6%-4,5%
Roeselaere-0,8%-0,4%-0,6%-2,0%-1,0%-4,7%
Sint-Niklaas-0,8%-1,0%-0,9%-2,3%-1,7%-6,6%
Turnhout0,4%-1,6%-2,5%-2,7%-5,0%-11,0%
Procentuele toename KI per centrumstad.
 Vlaams gewestVerschil centrumstedenandere
20151010,410 00
20161005,87-0,45% -0,87%-0,30%
2017999,38-0,65% -1,33%-0,40%
2018990,83-0,86% -1,23%-0,72%
2019978,16-1,28% -2,01%-1,02%
2020964,72-1,37% -2,15%-1,10%
2015-2020 -4,52% -7,38%-3,49%