Motie n.a.v. beleidsbrief Onroerend Erfgoed samen met Groen!

6 dec

In het Vlaams Parlement stelden Mercedes Van Volcem (Open Vld), Dirk Van Mechelen(Open Vld), Bart Carron(Groen!) en Dirk Peeters(Groen!) gezamenlijk een motie op n.a.v. de beleidsbesprekingen omtrent Onroerend Erfgoed. Lees hier hoe het erfgoedbeleid beter kan.

MET REDENEN OMKLEDE MOTIE

Van Mercedes Van Volcem en de heren Bart Caron, Dirk Peeters, Dirk Van Mechelen bij de Beleidsbrief Onroerend erfgoed 2010 – 2011

Het Vlaams parlement

gelet op
– Het Vlaams regeerakkoord 2009-2014
– de beleidsnota Onroerend Erfgoed 2009-2014
– de beleidsbrief Onroerend erfgoed 2010 – 2011

vraagt de Vlaamse Regering:

1° in te zetten op de bescherming van erfgoed en hierbij ervoor te zorgen dat het aantal nieuwe beschermingen op een hoger peil komt, bijvoorbeeld door pro-actief gebruik te maken van de typologische en thematische inventarissen die beschikbaar zijn bij het middenveld en andere gespecialiseerde instellingen en organisaties;

2° bijzondere aandacht te hebben voor de inventarisatie en de integratie van de verschillende inventarissen zoals bouwkundig erfgoed, landschappen, archeologie enz. en inzonderheid op het vlak van de Centraal Archeologische Inventaris werk te maken van een werkbare en zo volledige mogelijke inventaris die voldoende garanties biedt voor de gebruiker,

3° bij de voorbereidingen voor een nieuw en integraal onroerend erfgoeddecreet maximaal rekening te houden met de voorstellen geformuleerd in het groenboek onroerend erfgoed en  met de bedenkingen van het representatieve middenveld;

4° er voor te zorgen dat de gevolgen van de toepassingen van het Groenboek Interne Staatshervorming op het onroerend erfgoed geen negatieve gevolgen heeft op het vlak van de budgetten voor het erfgoed, noch op het vlak van de dienstverlening (Monumentenwacht);

5° de lokale besturen nauwer te betrekken bij het beleid inzake onroerend erfgoed en hen reële beleidsruimte en verantwoordelijkheid toe te kennen binnen een globaal Vlaams afwegingskader, al dan niet in het kader van intergemeentelijke samenwerkingsverbanden;

6° de educatie over en de sensibilisering voor het onroerend erfgoed sterker te ontwikkelen – dit zijn dé bouwstenen voor een sterk draagvlak voor het erfgoed – en hierbij samen te werken met provincies en gemeenten;

7° ambitieus te zijn op het vlak van de Unesco-erkenning als werelderfgoed, inzonderheid op het vlak van de dossiers inzake het oeuvre van Le Corbusier,  de slagvelden van de eerste wereldoorlog en het Zoniënwoud  en hiertoe in nauwe samenwerking met de andere gewesten en landen pro-actieve samenwerkingsverbanden op te zetten en te onderhoudenen inzonderheid met betrekking tot de opvolging van de Unesco-aanbevelingen voor de Brugse binnenstad;

8° een budgettair meerjarenplan uit te werken om de opnieuw groeiende wachtlijsten voor restauratiepremies af te bouwen;

9° in studies en rapporten in functie van grote ingrijpende openbare werken zoals het Schipdonkkanaal telkens een insteek vanuit het onroerend erfgoedzorg te verzorgen, dat integraal deel uitmaakt van het rapport, teneinde en optimale afweging te kunnen maken tussen het belang van het behoud van de intrinsieke erfgoedwaarden en de andere maatschappelijke belangen  ;

10° de verbanden tussen cultuur (roerend en immaterieel) en onroerend erfgoed nauwer aan te halen en daartoe de samenwerking met het beleidsdomein Cultuur te activeren. Voorbeelden zijn de erfgoedconvenants en de intergemeentelijke archeologische diensten, de Open Monumentendag en de Erfgoeddag enz.;

11° de banden met andere relevante beleidsdomeinen (Natuur en Bos, Ruimtelijke Ordening…) nauwer aan te halen en verkokering tegen te gaan door te zorgen voor een actieve wisselwerking tussen beide, wat Natuur en Bos betreft bijvoorbeeld op het vlak van het opmaak van park- en bosbeheersplannen en landschapsbeheersplannen, of inzake de taakverdeling van de Regionale Landschappen of met betrekking tot het beheer van de als onroerend erfgoed beschermde domeinen eigendom van Natuur en Bos of van de terreinbeherende verenigingen. Wat Ruimtelijke Ordening betreft bijvoorbeeld door te zorgen voor de opmaak van GRUP’s op basis van de definitief aangeduide ankerplaatsen.

12° zo snel mogelijk een archeologiefonds op te richten dat gespijsd wordt met solidaire bijdragen van alle potentiële veroorzakers, om het volledige archeologische traject zoals voorzien in het Verdrag van La Valetta realiseerbaar en betaalbaar te maken en houden met voldoende aandacht voor het behoud in situ bij planningsinitiatieven;

13° een actieve beleidslijn uit te werken voor de herbestemmingen van parochiekerken en andere monumenten die hun functie verloren hebben en voor funerair erfgoed;

14° de effecten van de afschaffing van premies voor onderhoud van monumenten van lokale besturen snel en grondig te evalueren en zo nodig het premiestelsel opnieuw in te voeren;

15° zo snel mogelijk te zorgen voor de integrale implementatie van de geratificeerde internationale Verdragen en Conventies die verband houden met onroerend erfgoed in de meest ruime zin van het woord

16° zo snel mogelijk voor alle beschermde monumenten een lijst op te maken van de cultuurgoederen die hier integraal deel van uitmaken en in overleg met het beleidsdomein cultuur verdere afspraken maken omtrent financiering.

Mercedes Van Volcem
Dirk Van Mechelen
Bart Caron
Dirk Peeters