Bijna helft sociale woningen heeft energiegebreken

26 mei

In antwoord op vragen van Mercedes Van Volcem (Open Vld) en Griet Coppé (CD&V) over de energie-efficiëntie van sociale woningen, maakte de minister de resultaten bekend van een studie van de Vlaamse Maatschappij voor Sociaal Wonen (VMSW), afgenomen bij alle 92 sociale huisvestingsmaatschappijen (100% respons). Bijna de helft van de sociale woningen in Vlaanderen vertoont een of meerdere energiegebreken en moet dus gerenoveerd worden om de doelstellingen uit het Energierenovatieprogramma 2020 (ERP2020) te behalen. Dat heeft Vlaams minister van Wonen Freya Van den Bossche (sp.a) donderdag laten weten in de commissie Woonbeleid van het Vlaams Parlement.        

Voor de 141.588 wooneenheden – 67.183 appartementen en 74.405 eengezinswoningen – uit de bevraging werd gevraagd acht technische kenmerken te omschrijven. Die werden uiteindelijk gedistilleerd in drie factoren: de aanwezigheid van dubbele beglazing, dakisolatie en centrale verwarming. Net niet de helft, 48%, heeft een of meerdere knelpunten: bijna 68.000 sociale woningen moeten aangepakt worden. Dat kan gaan van eenvoudige ingrepen zoals het plaatsen van dakisolatie tot ingrijpende werken zoals het installeren van een nieuwe centrale verwarming. Drieëntwintig procent van de woningen heeft enkel glas, 28% geen dak- of zoldervloerisolatie en 20% heeft geen centrale verwarming of nog elektrische verwarming.  De grootste problemen zijn er bij de woningen gebouwd voor 1985.

Het gaat met 101.917 eenheden of 72 procent van het patrimonium om de grootste groep. Woningen gebouwd na 1985 scoren opmerkelijk beter. Begin de jaren 80 kwam er immers een verstrenging van de isolatienormen, verduidelijkte de minister.  Appartementen scoren beter dan eengezinswoningen: 40 pct met een of meer tekortkomingen tegen over 56 procent. Zeven procent van de huizen scoort negatief op alle drie criteria, bij de appartementen is dat 2%. Achtendertig procent van de huizen heeft geen dakisolatie.    De provincies Antwerpen, Limburg en Vlaams-Brabant zijn de beste leerlingen van de klas met 42 à 43% van de sociale woningen met minstens een gebrek. West-Vlaanderen (60%) en Oost-Vlaanderen (54%) volgen op een afstand. Vertaald naar absolute aantallen moeten Antwerpen, Oost- en West-Vlaanderen elk 16.000 tot 19.000 woningen aanpakken.

Voor net geen vier op de tien sociale woningen is een energie-efficiëntiecijfer (EPC) bekend. Elf procent van de woningen heeft een EPC-getal hoger dan 500 en is dus energieverslindend. Van den Bossche heeft de VMSW gevraagd op korte termijn een plan van aanpak te formuleren om de 2020-doelstelling te behalen. Op basis daarvan zou dan de parlementaire bespreking gevoerd kunnen worden.

Zelf denkt de minister in eerste instantie aan grootschalige dakisolatieprogramma’s en aan de vervanging van enkel glas. Die leveren snel resultaat op voor de energiefactuur van de bewoners, luidde het, en houden ook rekening met de budgettaire situatie. Daarbij zou gewerkt kunnen worden met grote aanbestedingsprocedures.

Voor Van den Bossche is het aangewezen het jaarlijks voorziene renovatiebudget van 128 miljoen euro voor het sociaal patrimonium op energierenovatie in te zetten. Dit jaar is er ook sprake van een bijkomend budget van 7,5 miljoen euro. Om alle woningen met energiegebreken aan te pakken is 2 miljard euro nodig (inclusief andere renovatiekosten aan die woningen), zo leert de enquête. De totale renovatienood bij de sociale huisvestingsmaatschappijen bedraagt 2,9 miljard euro. “Astronomische cijfers”, dixit Van den Bossche.

Bron: Belga