Motie om stadsvlucht te counteren

13 okt

Gezinnen keren de stad de rug toe… Alarmerende berichtgeving in de pers naar aanleiding van een studie van SumResearch. Ondanks inspanningen van de centrumsteden, ontvluchtten nooit eerder zoveel gezinnen de stad. Om de betrokken overheden tot actie te engageren stelde Van Volcem samen met Sven Gatz, Marino Keulen en Filip Antheunis een motie op omtrent oplossingen om stadsvlucht tegen te gaan.

MOTIE TOT BESLUIT VAN DE INTERPELLATIE VAN DE HEER SVEN GATZ OVER DE STADSVLUCHT VAN JONGE GEZINNEN
Het Vlaams Parlement,
– overwegende dat de stadsvlucht van jonge gezinnen in Vlaanderen een permanente uitdaging blijft;
–    overwegende dat toenemende inspanningen dienaangaande niet altijd tot het gewenste resultaat hebben geleid;
– overwegende dat factoren als onderwijs, cultureel aanbod, nabijheid van openbaar vervoer, kwaliteit van publieke ruimte, speeltuinen en parken belangrijk worden geacht, net als rust, persoonlijke ruimte en groen;
– overwegende dat selectieve stadsvlucht van 30-39 jarigen en 0-9 jarigen leidt tot een vermindering van dynamiek van de stad (mix leeftijden) alsook leidt tot minder inkomsten van de tweeverdiener voor de stad zodat er geen gezonde mix meer is;
– overwegende dat een stad best een evenwichtige mix is van  zowel jongeren als ouderen als gezinnen met kinderen;
– overwegende dat de stadsvlucht zorgt voor extra mobiliteit van en naar de stad;
– overwegende dat stadsvlucht mede het gevolg is van gebrek aan ruimte voor gezinnen en gebrek aan betaalbare huisvesting in de stad en soms gezinsonvriendelijk parkeerbeleid of mobiliteitsbeleid;
– overwegende dat de stad nochtans iets is om verliefd op te zijn wegens het grote aanbod aan cultuur, onderwijs, ontspanningsmogelijkheden, werkgelegenheid, …;
– overwegende dat de vergrijzing van de steden en de gezinsverdunning de druk op de ruimte doet toenemen zodat de prijzen stijgen en gezinnen uitwijken naar randgemeenten waar er grotere percelen zijn (15 woningen per ha) en waar de bouwgrond goedkoper is door een groter aanbod;
– overwegende dat appartementen en lofts niet altijd een geliefde vorm van wonen is voor gezinnen met kinderen (fiets, tuin, overlast, lawaai, huisdieren, …) doch eerder worden gesmaakt door gezinnen zonder kinderen en door alleenstaanden;
– dat klassieke verkavelingen in residentiële wijken in de stad het meest behuisd worden door gezinnen met kinderen door aanwezigheid van andere kinderen, speeltuinen, …
Vraagt de Vlaamse Regering,
1° prioritaire aandacht te besteden aan de kwaliteitsvoorwaarden van de woonomgeving in de stad, op vlak van ruimtelijke ordening en stedenbouw, maar evenzeer wat cultuur, onderwijs en mobiliteit betreft;
2 °  om per centrumstad na te gaan wat de specifieke oorzaken zijn van stadsvlucht;
3 °  van stedenbeleid een horizontale bevoegdheid te maken waarbij vooral ook meer initiatief wordt verwacht van de ministers van ruimtelijke ordening en mobiliteit;
4° meer aandacht te spenderen en onderzoek te wijden aan woningtypologie en de morfologie in de stad, en de woonwensen van jonge gezinnen met kinderen betreffende ondermeer kavelgrootte,  appartementen met grote privatieve buitenruimte, stadstuinen, inbreidingsgebieden, etc.;
5° te onderzoeken op welke manier een stadskorting kan worden aangewend als fiscaal middel in de strijd tegen stadsvlucht, hetzij als een algemene en permanente maatregel,
hetzij als een gedifferentieerd, fiscaal mechanisme waarbij specifieke wijken of
gebieden voorwerp zijn van deze korting;
6° te ijveren voor een overheveling van het kadaster van de federale naar de Vlaamse
overheid.
MERCEDES VAN VOLCEM
SVEN GATZ
FILIP ANTHEUNIS
MARINO KEULEN