Van Volcem(Open Vld): ‘Meer dan 4 miljard euro te kort: andere koers voor sociale huisvesting noodzakelijk!’

27 sep

In het debat in het Vlaams Parlement over sociale huisvesting pleit Mercedes Van Volcem(Open Vld) voor een gans andere aanpak. Vorige week bleek uit een studie van de vereniging voor Vlaamse huisvestingsmaatschappijen dat er 1,85 miljard euro te kort is voor het bouwen van het vooropgestelde doel. Om het huidig patrimonium te renoveren is bovendien nog eens tussen 2 en 3 miljard euro nodig. Van Volcem wil tijdelijke huurcontracten voor sociale huurwoningen.  Ze pleit er ook voor om werkloze sociale huurders beter te begeleiden en activeren.  “Een verhaal die ik al meer dan een jaar duidelijk tracht te maken, nu worden de contouren duidelijk door studies van de sector zelf.” reageert Van Volcem.

“De Vlaamse overheid heeft onvoldoende middelen om haar doelstellingen inzake woonbeleid te financieren. Vlaanderen zal andere wegen moeten inslaan wil men een efficiënt en effectief woonbeleid van de grond krijgen.” verduidelijkt Van Volcem.

De Vereniging van Vlaamse Huisvestingsmaatschappijen trok vorige week aan de alarmbel. De doelstellingen van het grond- en pandendecreet zullen leiden tot een put van 1,85 miljard euro, aldus de VVH.  “De huurgelden binnen de sociale huursector en de subsidies van de Vlaamse overheid volstaan niet om de kosten van het bouwen en het onderhouden van sociale huurwoningen te dekken. Zo wijst de VVH op een verlies van 50.000 euro dat een sociale huisvestingsmaatschappij loopt op elke, gemiddelde nieuwbouwwoning die over een termijn van 33 jaar wordt afbetaald. Uitgaande van de doelstelling van 37.000 nieuw te bouwen woningen komt men dus tot het totaal van 1,85 miljard euro.”  Aldus Van Volcem.
Van Volcem schuift in de debatten twee maatregelen naar voren. Ze pleit enerzijds voor tijdelijke contracten voor nieuwe sociale huurders. “Eens mensen meer verdienen dan de inkomensvoorwaarde of ze hebben een groot vermogen geërfd moeten ze plaats maken voor mensen die het meer nodig hebben.” Ten tweede wil Van Volcem een sterkere en specifieke activering van werkloze sociale huurders. “We moeten kost wat kost een sociale huisvestingsval vermijden. De voordelen dat je een sociale woning kan huren omdat je niet werkt (en dus een lager inkomen hebt) moeten we wegwerken door een sterk activeringstraject.”

“Sociale woningen zijn bedoeld voor diegene die het meest nodig hebben. De inkomensvoorwaarde (maximum inkomen) om een sociale huurwoning te mogen huren voor een alleenstaande persoon zonder handicap is anno 2011 19.169 euro. Opmerkelijk is dat tien procent alleenstaande huurders zonder handicap een inkomen hebben dat hoger is dan 23558 euro. Concreet verdienen 2372 alleenstaande sociale huurders bijna 4500 euro meer dan de inkomensvoorwaarde. Een aantal sociale huurders heeft dus een inkomen dat ver boven de inkomensvoorwaarde uitstijgt. Als de hoogste inkomens op de private markt hun gading kunnen vinden, kunnen we de wachtlijsten drastisch inkorten.”

Tot slot benadrukte Van Volcem in het debat: “Ik ben er niet om de belangen te verdedigen van de Sociale Huisvestingsmaatschappijen. Sommigen willen misschien solvabele huurders, en dus mensen die veel verdienen. Maar sociale huisvesting dient als ondersteuning van zij die het moeilijkst rond komen.“