Tag Archives: Vlaams Parlement

Mercedes in Brussel

24 jun

BRUSSEL – Vlaams volksvertegenwoordiger Mercedes Van Volcem zetelt in de commissies Wonen & Onroerend Erfgoed en Mobiliteit & Openbare Werken. Vanuit het Vlaams parlement probeert ze met een Brugse bril het leven van de Vlaming te beïnvloeden voor het goede.

Commissie Mobiliteit en Openbare Werken

Mercedes ondervroeg deze week de minister over de sluis in Zeebrugge en naar de werken met betrekking tot kustveiligheid. Daarnaast vroeg ze de minister naar haar mening met betrekking tot de stopzetting van zandwinning in natuurgebieden op zee. Bekijk hieronder de vragen die Mercedes stelde aan de minister.

Mercedes in Brussel

17 jun

BRUSSEL – Vlaams volksvertegenwoordiger Mercedes Van Volcem zetelt in de commissies Wonen & Onroerend Erfgoed en Mobiliteit & Openbare Werken. Vanuit het Vlaams parlement probeert ze met een Brugse bril het leven van de Vlaming te beïnvloeden voor het goede.

Commissie Wonen en Onroerend Erfgoed

De Vlaamse Regering diende een ontwerp van verzameldecreet in om verschillende decreten inzake Wonen te wijzigen. Het betreft in hoofdzaak de samenvoeging van de sociale huisvestingsmaatschappijen en sociale verhuurkantoren in één woonactor met maar één speler per gemeente, en aanpassingen aan het sociaal huurstelsel, zoals een nieuw toewijzingsmodel, de invoering van een regelgevend kader voor bewijs van onroerend bezit in het buitenland, de aanpassing van de taalkennisvereiste en de nieuwe verplichting van inschrijving bij de VDAB. Verder wordt volop ingezet op digitalisering via een centraal inschrijvingsregister. De leden van de commissie houden hierover een hoorzitting met vertegenwoordigers van de Vereniging van Vlaamse Steden en Gemeenten, van sociale huisvestingsmaatschappijen, van de Vereniging van Vlaamse Huisvestingsmaatschappijen, en van HUURpunt.

Volg de commissie hier:

Commissie Mobiliteit en Openbare Werken

Vandaag stel ik 2 vragen om uitleg aan minister Lydia Peeters over de impact van de bestelling van 350 elektrische bussen op het busaanbod in de stadskernen. Uiteraard ook met het oog op het aanbod van het elektrisch busvervoer in onze Brugse binnenstad. Daarnaast ondervraag ik de minister over de intentie van de minister om busritten in de spits duurder te maken.

Je kan mijn vragen en de commissie volgen via hier:

Bekijk hier integraal de vragen die Mercedes stelt aan de minister:

Minister Peeters onderzoekt geluidswerende middelen aan Oostendse steenweg

8 jun

BRUSSEL/BRUGGE – Minister Lydia Peeters zal geluidsmetingen laten doen in de Oostendse Steenweg omtrent geluidsoverlast van de N31. Dat blijkt uit een schriftelijke vraag van Vlaams volksvertegenwoordiger Mercedes Van Volcem aan de minister.

Aan de Oostendse Steenweg in Brugge vlak bij de N31 zijn heel wat bomen gekapt langs de Ventweg. Die boomkapping legt een tere plek bloot in de buurt en leidde tot meer overlast voor de buurtbewoners, zowel qua geluid als visueel.

Hakhoutbeheer

De boomkap valt onder hakhoutbeheer: de bomen worden tot op 10 centimeter boven de grond afgezaagd. In de volgende seizoenen schieten ze opnieuw uit. Voor de Oostendse Steenweg waren tot nu toe geen geluidswerende middelen gepland. “Na een aanleiding van een burger die een melding maakte van de problematiek,  wordt nu dus nagegaan of de woonzone in aanmerking komt voor een geluidsscherm. Er zullen geluidsmetingen uitgevoerd worden en die zullen aangeven of de 65 dB(A)-drempel uit de samenwerkingsovereenkomst wordt overschreden. Als dat zo is, zal er actief geluidsreductie nagestreefd worden in de Oostendse Steenweg. Ook praktisch moet bekeken worden of geluidsschermen een oplossing kunnen zijn. De verkeersveiligheid moet uiteraard gewaarborgd blijven, maar de geluidsschermen moeten ook voldoende doorgetrokken kunnen worden om doeltreffend te zijn”, klinkt het bij Mercedes Van Volcem, Vlaams volksvertegenwoordiger.

Geluidsschermen in Vlaanderen

In geheel Vlaanderen zijn zo’n 142,1 kilometer geluidswerende constructies terug te vinden langs auto(snel)wegen. In West-Vlaanderen is dat 12,82 kilometer. Die vinden we voornamelijk terug in regio Kortrijk en in de Brugse regio aan gedeeltelijk aan de E40, aan de N32 ter hoogte van Sint-Michiels, de Blauwe Toren aan de N371 en de A11 ter hoogte van Dudzele.

Tabel 1 Geluidswerende middelen in Vlaanderen volgens provincie.

Antwerpen26,23 km
Limburg22,48 km
Oost-Vlaanderen36,62 km
Vlaams-Brabant44,03 km
West-Vlaanderen12,82 km

“Deel uitmakend van de commissie Mobiliteit in het Vlaams parlement houd ik vinger aan de pols bij Brugse dossiers. Het is belangrijk dat inwoners gehoord worden als ze problemen signaleren. Nu de volledige regio rond N31 aangepakt wordt, is het van hoog belang alle actoren en factoren te betrekken”, klinkt het nog bij de Vlaams Volksvertegenwoordiger.

Coronaversoepelingen voor woningmarkt vanaf 9 juni

7 jun

BRUSSEL – Vanaf 9 juni worden ook de coronamaatregelen voor de Vlaamse woningmarkt versoepeld. De kleurcode voor de woningmarkt gaat van rood naar oranje: “Al blijft het nodig om de nodige afstands- en hygiënemaatregelen te hanteren”, aldus Vlaams volksvertegenwoordiger Mercedes Van Volcem.

Ook de Vlaamse woningmarkt ontsnapte niet aan Covid 19. Vorig jaar werden een regelgeving vastgelegd voor de woningmarkt gebaseerd op vier scenario’s met een eigen kleurcode: rood, oranje, geel en groen. Groen duidde op een periode zonder risico’s met geen beperkingen tot een rode periode met de strengste beperkingen mogelijk voor de sector.

Vanaf 9 juni gaat de woningmarkt van code rood naar code oranje. Dat betekent dat de maatregelen minder streng zullen worden al zullen niet-essentiële contacten nog altijd beperkt worden.

“Een nieuwe huur- of koopovereenkomst kan face to face ondertekend worden al moeten de voorzorgsmaatregelen zeker gerespecteer worden. Een sleuteloverdracht gebeurt ook al op die manier vandaag”, aldus de volksvertegenwoordiger. “Bezichtigingen, verhuizingen en huisbezoeken kunnen opnieuw doorgaan op voorwaarde dat de algemene voorzorgsmaatregelen gerespecteerd worden. Ook de conformiteitsonderzoeken gaan opnieuw door”, aldus Van Volcem.

Mercedes in Brussel

3 jun

BRUSSEL – Vlaams volksvertegenwoordiger Mercedes Van Volcem zetelt in de commissies Wonen & Onroerend Erfgoed en Mobiliteit & Openbare Werken. Vanuit het Vlaams parlement probeert ze met een Brugse bril het leven van de Vlaming te beïnvloeden voor het goede.

Commissie Wonen en Onroerend Erfgoed

Vandaag op de agenda van de commissie ondervraagt Mercedes de minister over de aankoop van een starterswoning voor de jonge mensen. Met het huidige investeringsklimaat op de woningmarkt stijgen de prijzen van woningen als maar. Mercedes vraagt om maatregelen om het voor jonge mensen toch mogelijk te blijven maken een woning aan te kopen. Bekijk hieronder de commissie en lees de vraag van Mercedes aan de minister.

Commissie Mobiliteit en Openbare Werken

Mercedes maakt deel uit van de commissie Mobiliteit en Openbare Werken onder minister Lydia Peeters. Volg de commissie vanaf 14 uur via onderstaande link.

Opnieuw vertraging in dossier e-bussen

21 mei

BRUSSEL – “Het verhaal van de e-bussen in Vlaanderen loopt vertraging op”. Dat heeft minister van Mobiliteit Lydia Peeters  geantwoord op vragen van Jos D’Haese (PVDA) en Mercedes Van Volcem (Open Vld). Volgens de Open Vld-minister stond het dossier woensdag op de agenda van de raad van bestuur van De Lijn, maar werd het uigesteld naar een nieuwe vergadering op 31 mei.

De Vlaamse plannen om de busvloot te elektrificeren kennen een hobbelig parcours. Vorige zomer zette De Lijn een eerste aanbesteding –  toen nog voor 970 elektrische bussen – stop.  De vervoersmaatschappij schakelde van dat ‘megaorder’ over op een gefaseerde aanpak, waarbij in een eerste fase sprake zou zijn van ongeveer 200 elektrische bussen. In januari drong de minister bij De Lijn aan op een herziening v an de procedure omdat bepaalde busbouwers dreigden uitgesloten te worden. Ze vroeg De Lijn ook om met een gewoon bestek te werken in plaats van een selectieleidraad. 

Maar intussen blijft het wachten op de goedkeuring van dat bestek. Volgens minister Peeters stond het dossier woensdag op de agenda van de raad van bestuur van De Lijn, maar werd finaal beslist om het punt uit te stellen naar een extra vergadering op 31 mei. “Ik betreur dat het zoveel tijd in beslag neemt. Van januari tot mei is al een lange periode. Ik vraag aan de raad van bestuur om hier werk van te maken. Het moet op 31 mei kunnen gepubliceerd worden”, aldus Peeters. De Open Vld-minister hoopt dat de toewijzing van de bussen ‘”richting november” kan gebeuren.

De gemiddelde sociale huurder is een alleenstaande vrouw ouder dan 50

29 mrt

BRUSSEL- De gemiddelde sociale huurder in 2019 was een alleenstaande vrouw tussen de 50 en 59 die tussen de 1 en 5 jaar de sociale woning betrok. Dat blijkt uit de evolutie die die volksvertegenwoordiger Mercedes Van Volcem opvroeg bij Vlaams minister van Wonen, Matthias Diependaele van 2011 tot nu (tienjarige evolutie). Daaruit blijkt ook dat sinds 2011 er een verschuiving heeft plaatsgevonden van hoe lang die sociale huurder een sociale woning huurt. “Er is een evolutie van het aantal jaren dat sociale huurder hun woning betrekken.  Daarbij komt dat 3.921 sociale huurders minstens 50 procent meer dan de inkomensgrens voor de toewijzing van een sociale huurwoning verdienen. Dat is amper 3 procent van de zetelende huurder”, zegt Van Volcem.   Bijna 10000 mensen hebben vandaag een inkomen boven de oorspronkelijke inkomensgrens (6,5 procent) van de 150000 mensen die wonen in een sociale woning huurwoning. Een sociale huurder blijft langer in de sociale woning

In 2011 waren er 135.881 mensen die een sociale woning huurden: 65.768 mannen en 70.102 vrouwen. Eind 2019 is dat een kleine 10.000 mensen meer: 145.212. Ieder jaar stijgt het aantal sociale huurders, ook al zijn dat er niet veel.

“Wat wel opvallend is, is de aard van die huurder. In 2011 betrok de grootste groep sociale huurders minder dan een jaar hun sociale woning: 57.123 huurders. Blijkbaar waren er toen veel toewijzingen.   Nu ligt dat zwaartepunt op de categorie van een woningduur tussen de 1 en 5 jaar”, legt Van Volcem uit, “Meer nog: de categorieën van een woningduur 6 tot 10 jaar en 11 tot 20 jaar zijn ongeveer verdubbeld. Daar spreken we respectievelijk van 22.904 en 12.363 huurders in 2011, waar dat eind 2019 42.582 en 30.849 huurders zijn. De sociale huurders blijven dus sociale huurders. Weinig stromen uit.”

Sedert 2017 worden tijdelijke contracten afgesloten ingevolge nieuwe regelgeving, meer bepaald reeds meer dan  15000 contracten.  Pas na negen jaar zullen de eerste effecten van die doorstroming te zien zijn.

JaarLeeftijdscategorieën        
Geslacht0-19j20-29j30-39j40-49j50-59j60-64j65-69j70-79j80-89j90j+Eindtotaal
2011646.22015.76425.51429.62413.95011.89820.30211.3211.224135.881
Man392.8797.88511.91014.7907.4686.3969.8954.16334365.768
Vrouw253.3417.87913.60414.8346.4825.50210.4077.15887070.102
Geen gegevens         1111
20121995.96815.74725.52930.20714.37312.87420.27111.5611.334138.063
Man1052.7357.80111.94114.8647.5646.8369.8104.24535466.255
Vrouw943.2337.94613.58815.3436.8096.03810.4617.31697671.804
Geen gegevens         44
20134075.71515.65524.94830.45914.73313.39020.17311.5251.395138.400
Man2072.5497.72811.63014.7897.6367.0689.6934.30438665.990
Vrouw2003.1667.92713.31815.6707.0976.32210.4807.2211.00572.406
Geen gegevens         44
20142775.61015.86924.47730.71415.12713.95720.45011.6721.490139.643
Man1492.5537.84711.50314.8047.7417.2949.8784.43441666.619
Vrouw1283.0578.02212.97415.9107.3866.66310.5727.2381.07273.022
Geen gegevens         22
20151635.67716.08024.15730.87115.53214.63720.74011.7381.532141.127
Man772.6097.82711.40214.6447.8187.4659.9684.44741966.676
Vrouw863.0688.25312.75516.2277.7147.17210.7727.2911.10074.438
Geen gegevens         1313
20161315.68316.35924.15331.03016.16914.72221.48611.7911.647143.171
Man762.6807.90211.50014.5757.9827.41410.2974.51645267.394
Vrouw553.0038.45712.65316.4558.1877.30811.1897.2751.17375.755
Geen gegevens         2222
20171465.51016.32323.88331.10216.32415.01022.00511.8821.845144.030
Man842.6387.78611.46414.4627.9657.41310.4414.54557967.377
Vrouw622.8728.53712.41916.6408.3597.59711.5647.3371.25076.637
Geen gegevens         1616
20181425.28016.46523.65830.91116.57615.37222.39911.9631.939144.705
Man902.6117.82011.39314.4017.9517.48210.5184.58060567.451
Vrouw522.6698.64512.26516.5108.6257.89011.8817.3831.31677.236
Geen gegevens         1818
20191425.07616.26723.43830.91116.65415.60423.02412.0172.079145.212
Man962.5427.70411.34514.4017.9027.53310.7574.60265467.536
Vrouw462.5348.56312.09316.5108.7528.07112.2677.4151.39277.643
Geen gegevens         3333

Alleenstaanden

De grootste groep van die sociale huurders zijn alleenstaanden zonder minderjarigen, meer bepaald: 69.028 huurders. Daarna volgt de groep samenwonenden zonder minderjarigen: 38.494.  Dus twee op drie sociale huurders is een gezin zonder minderjarige kinderen.

Jaar201920182017201620152014201320122011
GezinssamenstellingAantalAantalAantalAantalAantalAantalAantalAantalAantal
Alleenstaande zonder minderjarige69.02868.09267.24266.41564.17262.90461.18062.01959.589
Alleenstaande met 1 minderjarige6.1756.2376.2656.2186.0575.9685.9726.1966.266
Alleenstaande met 2 minderjarige3.9443.9663.9313.9203.8253.8023.8913.9393.868
Alleenstaande met 3 minderjarige1.4611.4751.4531.3711.3511.3841.3481.3411.280
Alleenstaande met 4 of meer
minderjarige
3.7423.6673.5903.4223.2123.0963.0352.9592.827
Samenwonenden zonder minderjarige38.49438.47538.81038.76337.89538.07638.02239.19038.951
Samenwonenden met
1 minderjarige
8.6498.8338.8448.9578.8288.8608.8838.9218.863
Samenwonenden met
2 minderjarige
7.1567.1427.1837.2327.0847.0547.0927.0266.839
Samenwonenden met
3 minderjarige
4.9574.8994.8114.7214.6194.3634.1864.0583.873
Samenwonenden met
4 of meer minderjarige
241730217778713477
Geen gegevens1.5941.9061.8202.1794.0084.0614.8242.3913.487

Leeftijd

De leeftijdsgroep 40-49 en 50-59 zijn het best vertegenwoordigd: samen vertegenwoordigen ze 54.349 van de sociale huurders. Ook de sociale huurders tussen 70 en 79 zijn duidelijk vertegenwoordigd met 23024 huurders.  De jongeren zijn het minst vertegenwoordigd in een sociale woning. Amper 5200 huurders onder de dertig jaar hebben een sociale huurwoningen.

Jaar201920182017201620152014201320122011
WoonduurAantalAantalAantalAantalAantalAantalAantalAantalAantal
<1 jaar11.62412.02412.22412.80212.75212.11033.25553.98357.123
1-5 jaar49.22048.52565.29764.46864.20865.35559.42038.79435.858
6-10 jaar42.58244.18927.83427.59427.41527.66523.12023.08322.904
11-20 jaar30.84929.18627.91927.01825.66723.75816.53614.75312.363
21-30 jaar5.7825.5715.4586.3796.2726.1933.4174.3824.621
31-40 jaar3.6423.7513.8733.4223.2793.1551.7541.9991.920
41-50 jaar1.2121.1641.1281.1721.2211.078660782799
> 50 jaar301295297316313329238288294

Inkomensgrens

Op de laatste dag van 2019 waren er 9.858 sociale huurders met een totaal gezinsinkomen dat hoger ligt dan de inkomensgrens voor de toewijzing van een sociale huurwoning in 2019. “Dat gaat om sociale huurders die een levenslang huurcontract afsloten voor 2017 en waar het inkomen geen permanente impact heeft op hun recht op een sociale woning of niet”, duidt Van Volcem.

3.921 van die sociale huurders verdienen tussen de 50 en 200 procent meer  dan die bepaalde inkomensgrens. “Dat wil zeggen dat sommige gezinnen dus tot drie keer en meer verdienen dan toen ze de sociale woning toegewezen kregen”, gaat de volksvertegenwoordiger verder, “Als we de onderverdeling van dichterbij bekijken gaat het om 2.131 sociale huurders die minstens 50 procent meer verdienden. 849 sociale huurder die minstens 100 procent meer verdienden. Daarna volgen twee segmenten die ministens 150 procent meer en 200 procent meer verdienen dan de inkomensgrens vooropgesteld in 2019. Die categorieën zijn respectievelijk goed voor 522 en 419 sociale huurders.”

Toewijzingen dalen

Opmerkelijk is ook dat het aantal toewijzingen daalt. “Ondanks veel beloften en bijbouwen kan men jaarlijks niet meer mensen helpen. Bovendien zijn drie kwart van de toewijzingen ook voor mensen die reeds een sociale woning bewonen en moeten verhuizen wegens afbraak of renovatie”, stelt Van Volcem. Concreet wil dat zeggen dat de vele middelen en inspanningen niet helpen en niet genoeg zijn voor de vele wachtenden op een sociale woning.

“Vandaag staan eveneel mensen op de wachtlijst als mensen die sociale huurder zijn, maar de doelgroep is eigenlijk nog veel groter dan de wachtlijst.  Slechts 25 procent van mensen die er recht op hebben schrijven zich in op de wachtlijst.  De reële wachtlijst op basis van inkomen is 300000 wachtenden”, aldus de volksvertegenwoordiger. 

“Tijd voor een nieuw verhaal waarbij men de middelen efficiënt inzet, de werkloosheidsval aangepakt wordt. De huisvestingsval bij huisprijsberekeningen en de huurpremie wegvalt als men aan de slag gaat. Een sociale woning moet vooral een tijdelijke oplossing zijn voor iedereen die gezond is en aan de slag kan”, zegt Van Volcem. 

Schaarse grond

Daarbij wonen meer dan 31000 mensen met een handicap in een sociale woning. “Voor mensen die een beperking hebben niet aan de slag kunnen en weinig inkomen hebben, mag de sociale woning levenslang zijn, idem voor gepensioneerden.  Wie tot de actieve bevolkingsgroep behoort en gezond is, is enkel tijdelijke hulp aangewezen. Geen langetermijncontract. Ik pleit ook voor meer inhuurname van panden in plaats van nieuwbouw. Nieuwbouw duurt te lang en de grond die de sociale huisvestingsmaatschappijen is schaars. Samen hebben die maatschappijen amper nog 1600 hectare grond.  Snel gerekend is dat ongeveer nog goed voor 48000 woningen. Nog 250000 tekort als we ooit die wachtlijsten willen wegwerken”, stelt Van Volcem sterk.

Nieuwe tijden zetten Vlaamse centrumsteden voor grote uitdagingen

25 mrt

BRUSSEL – Vlaams Parlementslid Van Volcem Mercedes vroeg de evolutie op van de leegstaande handelspanden in de centrumsteden van 2010 tot en met 2020 bij Minister Crevits. “De evolutie is heel verschillend”, stelt Van Volcem Mercedes die als schepen in de stad Brugge ook de  andere centrumsteden in hun evolutie opvolgt. “Elke centrumstad wil uiteraard ook handel drijven en een aantrekkelijke shoppingstad zijn voor haar bewoner en bezoeker. Het winkelgebeuren kent een ware revolutie door online verkoop, andere consumptiepatronen, corona die toeslaat bij winkeliers dat leidt tot een grote stock.”

Opvallend is dat Antwerpen, de grootste stad ook de stad met het meest leegstaande handelspanden is. Maar een belangrijke kanttekening is dat ze amper 39 leegstaande panden in de laatste tien jaar erbij kreeg. “Alle steden kennen meer leegstaande handelspanden maar de evolutie is niet van die aard om het op heden zorgwekkend te noemen”, stelt Van Volcem.

Gent kent de grootste stijging sedert 2010.  Ook Aalst kent vier maal zoveel leegstaande handelspanden in de laatste tien jaar.  Ook Kortrijk telt meer leegstaande handelspanden. Sint-Niklaas telt amper twee leegstaande handelspanden erbij. Oostende amper vijf leegstaande panden erbij.  

Mechelen is de uitzondering

Slechts één stad kent minder leegstand aan handelspanden dan tien jaar geleden, meer bepaald Mechelen die het als stad steeds op alle cijfers goed doet.

Beleving

Mercedes Van Volcem: “Ik ben ervan overtuigd dat steden hun kernen moeten ontwikkelen met veel ondergrondse parkings, leuke bovengrondse straten, shop-and go parkeerplaatsen en leuke pleinen. Als je makkelijk alles online kan bestellen dan moet het shopgebeuren een beleving zijn.”   De stad kan faciliteren en veel nieuwe initiatieven toelaten op het openbaar domein.  Ook gemende concepten zijn meer en meer aan de orde.

Verschraling

Een bijkomende problematiek is vaak ook de verschraling van het aanbod.  Leuven en Gent kennen een grote diversiteit aan winkels.  Toeristische steden evolueren vaak naar eenzelfde toeristisch aanbod en daar is sturing nodig.  “Een straat moet een afwisselend aanbod kunnen bieden. Eenzijdigheid van aanbod leidt tot een negatieve spiraal”, stelt Van Volcem duidelijk.

Kwalitatieve invulling

De invulling van de leegstaande panden zal dan ook een opdracht worden voor de steden. “Invulling zal niet een probleem zijn wel een kwalitatieve invulling.  Steden kunnen samen met de merken een wervend plan opmaken en faciliteren. De verhuurders kunnen in de centrumsteden best ook meewaken over de invulling van hun panden en zorgen voor startershuur zodat leuke zaken de weg vinden naar het centrum van stad.  Het verhaal van de stad na 2020 inzake shoppen en winkelen is een heuse opdracht voor heel wat stadsbesturen”, aldus Van Volcem.

Groot en divers aanbod

Leegstand op zich zegt iets, maar de invulling en het aanbod moeten ook bekeken worden.  “De shoppers worden veeleisend.  Op internet hebben ze een super groot en divers aanbod en alles wordt aan huis geleverd, bestellen doe je na de klassieke openingsuren en vaak uit de zetel. 

Shoppen in de stad moet dan ook meer bieden dan het internet.  Het samen winkelen, samen terrasjes doen, kunnen passen, genieten van unieke koffiezaakjes en een gezellige en groene en aangename en veilige sfeer met goedkopere parkeerplaatsen ondergronds en duurdere bovengronds en veel leuke en brede voetpaden, wandelroutes en fietsroutes”, sluit Vlaams Parlementslid Mercedes Van Volcem af.

Zowel in de toeristische sector als het shoppen wensen mensen variëteit. De stad zou daar de unieke bodem voor moeten zijn.  Flexibiliteit, vernieuwing, variëteir, visie en beleving en kwaliteit zullen dan ook de kernwoorden zijn in de toekomst.

Bijlage 1

Onderstaande tabel bevat een overzicht van de leegstaande

handelspanden in de centrumsteden:

leegstaande handelspanden  -centrumsteden     
 2010201520192020 
Aalst67165238251 
Gent (opvallend stijgend)190404469624 
Sint-Niklaas180199179182 
Oostende196177193201 
Brugge148155214221 
Roeselare131128145160 
Kortrijk162268255282 
Antwerpen1.3851.4451.4631.424 
Turnhout107187173174 
Mechelen (daler)213150164157 
Leuven193161177208 
Genk157225194209 
Hasselt180287247261 
      
EenheidAantal    
BronLocatus | provincies.incijfers.be    

Steenbruggebrug wordt concreet

23 mrt

BRUSSEL/BRUGGE – Er komt schot in de zaak van de nieuwe Steenbruggebrug. Vlaams minister van Mobiliteit Lydia Peeters (Open Vld) steekt de spade in maart 2023 in de grond. Het project heeft inmiddels een prijskaartje van 32 miljoen euro.

De nieuwe Steenbruggebrug is nodig om schepen tot 3.000 ton te kunnen laten passeren. “Nu zijn er lange wachttijden voor auto’s als de huidige brug open staat. De hoge brug die er komt betekent een permanent vlotte verbinding tussen Brugge en Oostkamp voor auto- en vrachtverkeer. Fietsers en voetganger krijgen een aparte beweegbare brug”, vertelt volksvertegenwoordiger Mercedes Van Volcem.

Zo zou de nieuwe Steenbruggebrug er gaan uitzien.

De vaste hoge brug is in totaal 235 meter lang, 22 meter breed en 7 meter hoog. Op die manier zullen schepen die hoog geladen zijn er probleemloos onderdoor kunnen. Het wegdek wordt uitgerust met een afzonderlijk busrijvak.

Schop in de grond

Naast de twee bruggen, zal het kanaal rechtgetroken worden. Momenteel is het moeilijk voor sommige schepen om de draai net voor de brug goed te nemen. “Er worden dus heel veel problemen in één keer aangepakt”, legt Van Volcem uit.

Normaal had de schop dit jaar in de grond moeten zitten, maar procedures vertragen het hele dossier. Als schepen van Openbaar Domein en Vlaams parlementslid vroeg ik aan bevoegd minister Lydia Peeters (Open Vld) naar een stand van zaken.

Tijdelijke omleiding

“De Vlaamse Waterweg plant het indienen van de omgevingsvergunning begin mei 2021, er is enige vertraging door het geotechnisch onderzoek”, zegt Peeters. Er moeten gronden verworven worden aan de achterzijde van Delhaize en het parochiaal centrum. Die verwerving verloopt moeizamer.

In maart 2023 zoude de werken dan starten. Het einde is voorzien voor eind 2024. Met een budget van 32 miljoen euro wordt alvast een grote buffer ingerekend voor tijdelijke constructies om het verkeer vlot om te leiden.

Timing
26/03/2021 : start uitvoeringsontwerp
18/03/2022 : verzending bestek/prijsvraag aan aannemers
02/03/2023 : start van de werken
19/12/2024 : einde van de werken

Kostprijs Werfinstallatie € 2.729.452,81
Vaste wegbrug € 15.820.259,46
Beweegbare brug voor fietsers & voetgangers € 2.584.479,70
Wegenis € 2.208.897,32
Bochtrechttrekking € 5.215.891,59
Omgevingsaanleg € 1.465.000,00
SUBTOTAAL € 30.023.980,88
Tijdelijke infrastructuur € 993.000,00
Onteigeningen € 1.000.000,00
TOTAAL € 32.016.980,88

Vanuit het parlement volg ik dagelijks de Brugse en Vlaamse dossiers op.

Rioleringsgraad Vlaamse gemeenten moet beter

23 mrt

BRUSSEL – In 2020 was gemiddeld 82,32 procent van de Vlamingen aangesloten op de riolering. Dit percentage groeide de laatste tien jaar aan met ruim vijf procent. Dat blijkt uit het antwoord van Vlaams minister van Omgeving Zuhal Demir op een schriftelijke vraag van Open Vld-parlementslid Mercedes Van Volcem. Er zijn wel grote provinciale verschillen. “Limburg scoort het best met een rioleringsgraad van 88,21 procent. West-Vlaanderen is daarentegen de hekkensluiter. Daar zijn gemiddeld 78,93 procent van de inwoners aangesloten op de riolering. Deze provincie kende de afgelopen tien jaar wel de sterkste stijging. Zij gaan van 71,52 procent in 2010 naar 78,93 procent in 2020”, weet Van Volcem.
Op tien jaar tijd is de rioleringsgraad in Vlaanderen gestegen van 77,09 procent in 2010 tot 82,32 procent in 2020. De rioleringsgraad geeft de verhouding van het aantal gerioleerde inwoners tegenover het totaal aantal inwoners van een gemeente weer. “Over alle gemeenten heen is dus nog steeds bijna één op vijf inwoners niet aangesloten op de riolering. Dat zijn heel veel mensen”, aldus Vlaams Parlementslid Mercedes Van Volcem (Open Vld). “We zetten wel stappen vooruit, maar ik ben ervan overtuigd dat Vlaanderen en haar gemeenten beter en sneller kunnen op dit vlak. Laat ons dat de komende jaren tonen. De boodschap is dan ook: rioleren, rioleren, rioleren.”
 
Provinciale verdeling 
Wanneer we naar de vijf provincies kijken, merken we grote verschillen in rioleringsgraad. Limburg kon vorig jaar – net zoals in 2010 – de beste cijfers voorleggen. Daar zijn gemiddeld 88,21 procent van de inwoners aangesloten op de riolering. De provincie Antwerpen staat als tweede gerangschikt met een rioleringsgraad van 86,11 procent. De verschillen tussen de laatste drie provincies zijn miniem.
Vlaams-Brabant, Oost-Vlaanderen en West-Vlaanderen scoren het minst goed met respectievelijk 80,20%, 79,76% en 78,93%. “Ik stel vast dat de volgorde qua rioleringsgraad in 2020 nog exact dezelfde is als deze in 2010”, aldus Van Volcem. “De kloof tussen de provincies is wel deels gedicht. In 2010 bedroeg het verschil tussen Limburg en West-Vlaanderen nog ruim dertien procent. In 2020 is dit teruggedrongen tot ruim negen procent.”
Bij de provincies scoort West-Vlaanderen het slechtst.

Horebeke bengelt onderaan, Baarle-Hertog spant de kroon

Ook de cijfers per gemeente of stad leggen interessante verschillen bloot. Zo vinden we de minst gerioleerde inwoners in het Oost-Vlaamse Horebeke (14,64%) en heeft de gemeente Denderleeuw de hoogste rioleringsgraad van Oost-Vlaanderen (99,69%). De meest gerioleerde inwoners van Vlaanderen wonen dan weer in het Antwerpse Baarle-Hertog (99,85%) en de gemeente Zoersel heeft de laagste rioleringsgraad van Antwerpen (58,73%). Alle Limburgse gemeenten bevinden zich qua percentage tussen aan de ene kant Voeren met 32,49% en aan de andere kant Genk met 99,15%. De gemeenten in Vlaams-Brabant zijn te vinden tussen Pepingen met 29,25% en Zaventem met 99,36% en tot slot zitten de West-Vlaamse gemeenten tussen Vleteren met 54,57% en Oostende met 99,48%.

Centrumsteden

Van alle centrumsteden doet Oostende het het best. Daar zijn gemiddeld 99,48 procent van de inwoners aangesloten op de riolering. Ter vergelijking: Sint-Niklaas moet het stellen met een rioleringsgraad van 87,69 procent.

De rioleringsgraad van de centrumsteden.

Lees hieronder meer over de rioleringsgraad in de print media:

HLN: https://www.hln.be/binnenland/bijna-1-op-de-5-vlamingen-nog-altijd-niet-aangesloten-op-riolering~a20efdca/

Nieuwsblad: https://www.nieuwsblad.be/cnt/dmf20210323_93591926

Trends: https://trendstop.knack.be/nl/ontop/ondernemen/nog-bijna-1-op-de-5-vlamingen-niet-aangesloten-op-riolering-1068-1432464.aspx