Tag Archives: Vlaams Parlement

Kadastraal inkomen van gemiddelde woning in Brugge daalt 7 procent

23 feb

BRUGGE – Het kadastraal inkomen in Brugge daalde sinds 2015 met 7 procent. Dat blijkt uit cijfers die het Vlaams parlementslid en schepen van Openbaar Domein in Brugge, Mercedes Van Volcem opvroeg: “Een gevolg van kleinere woningen en percelen waarop er gebouwd wordt.” Ook in West-Vlaanderen is het kadastraal inkomen procentueel gedaald. Al is het de provincie met de lichtste daling. Als we inzoomen op de andere centrumsteden Kortrijk, Roeselare en Oostende, spreken we van een daling van respectievelijk 4,4%, 4,7% en 4,5%.

België, Brugge, Middeleeuwen, Romantische, Historisch

Brugge spant de kroon met een daling van het KI met maar liefst 7 procent. In de stad ging het kadastraal inkomen van 1029,66 euro naar 958,06 euro. Van Volcem die schepen van Openbaar Domein is in Brugge, ziet dan ook de komende jaren een sterke evolutie. “De woonoppervlakte van nieuwbouw werd de voorbije jaren kleiner. De grond is schaarser en ook duurder. Ook de steeds strengere energie-eisen maken dat nieuwbouw duurder wordt. Gezinnen met kinderen zijn 30 procent van de bevolking. Er zijn meer jonge alleenstaanden maar ook ouderen die langer leven en alleen wonen. De komende jaren zal er meer ingezet worden op kleinere woonvormen bijvoorbeeld zoals Tiny Houses. Zo houden ze meer budget over voor reizen en ontspanning of om te sparen”, klinkt het bij Van Volcem.

De Brugse schepen zetelt in de commissie Wonen en volgt daar de tendens op: “De woningmarkt op dit moment staat onder stroomversnelling en verandert razendsnel. In de commissie Wonen probeer ik alvast een lans te breken voor die alternatieve kleinere woonoplossing. Er is nood aan dergelijke woonvormen.”

Leefbaarheid

“Ik volg de tendens al jaren op. Ik investeer dan ook volop in het publieke domein. We wonen dan misschien kleiner, maar dat wil niet zeggen dat we moeten inboeten op natuur, groen en bewegingsvrijheid. Al is het dan in de publieke sfeer. Ieder park, iedere ontharding, iedere boom of bloembol draagt bij aan een meer leefbare omgeving voor de stadsbewoner”, stelt Van Volcem sterk.

Als Vlaams Parlementslid vroeg Van Volcem de evolutie op van het KI over heel Vlaanderen, West-Vlaanderen en de centrumsteden. Het gemiddeld KI van West-Vlaamse woningen daalt jaar na jaar van 802,38 euro nog in 2015 naar 778,78 EUR in 2020. “De dalende trend wil zeggen: we wonen steeds kleiner. Nieuwbouw wordt op kleinere percelen gezet. Daarbij wordt er in de stad  sowieso met een hogere densiteit gebouwd om de open ruimte vrijwaren”, klinkt het bij Van Volcem.

Gebouw, Huis, Gevel, Baksteen, Architectuur, Brugge

West-Vlaamse centrumsteden

Roeselare

Het Kadastraal Inkomen in Roeselare evolueerde van 889,01 euro in 2015 naar 847,19 euro in 2020. Een daling van 4,7 procent. Roeselare was in vergelijking met de andere West-Vlaamse centrumsteden met 847 euro de ‘goedkoopste’ centrumstad wat betreft het gemiddeld KI.  

Kortrijk

In Kortrijk zien we de laagste daling bij de West-Vlaamse centrumsteden: 4,4%. In 2015 telde daar het Kadastraal inkomen nog 1134,36 euro, in 2020 was dat 1084,63. Niet alleen dat kleiner wonen draagt toe tot een lager kadastraal inkomen aldus parlementslid Van Volcem: “Er zijn meer éénoudergezinnen en singles dan ooit. Een kleinere woning resulteert ook in lagere energiekosten en een minder zware investering bij de aankoop van een woning.”

Oostende

Oostende dan weer had een gemiddeld kadastraal inkomen in 2020 van 905,05 euro. Dat is 4,5 procent minder dan in 2015. Toen spraken we nog van 947,31 euro als gemiddeld kadastraal inkomen.

België, Brugge, Middeleeuwen, Romantische, Historisch

Lager Kadastraal inkomen: Hoezo?

  • Er wordt kleiner gebouwd
  • Woonoppervlakte van nieuwbouw alsmaar kleiner
  • Grond schaarser en dus duurder
  • Bij nieuwe woonontwikkeling: kleinere percelen
  • Hogere densiteit in steden=open ruimte vrijwaren
  • Strenge energie-eisen=>nieuwbouw duurder
  • Kleinere gezinnen (veel singles)
  • Jong en oud wonen klein=lagere elektriciteitfactuur
  • Minder en minder drieslaapkamerappartementen
  • Tiny house? Meer budget voor reizen, ontspanning en sparen
  • Gezinnen met kinderen: 30% van bevolking
  • Ouderen leven langer en wonen alleen
gemiddeld niet-geïndexeerd kadastraal inkomen per centrumstad
centrumstad201520162017201820192020
Aalst933,65924,94920,07913,32902,41890,08
Antwerpen1.289,801.273,301.249,521.224,721.187,021.152,23
Brugge1.029,661.025,481.015,221.002,75985,48958,06
Genk1.057,761.059,871.040,241.023,781.008,93992,05
Gent1.142,191.140,741.128,541.122,241.104,451.085,78
Hasselt1.233,001.218,211.194,761.186,881.185,181.161,47
Kortrijk1.134,361.129,021.123,481.115,471.106,431.084,63
Leuven1.352,981.316,901.298,321.280,841.236,551.224,80
Mechelen1.090,551.080,981.065,621.059,441.058,771.039,37
Oostende947,31942,33935,98930,58919,97905,05
Roeselare889,01881,49878,18873,01855,50847,19
Sint-Niklaas1.077,101.068,651.058,141.048,341.023,901.006,05
Turnhout1.049,511.054,111.037,271.011,04983,71934,28
Vlaams Gewest1.010,411.005,87999,38990,83978,16964,72
andere Vlaamse gemeenten963,07960,14956,33949,41939,72929,43

Provincies

De West-Vlaamse steden hebben dezelfde tendens uiteraard al is het aan een trager tempo dan de andere provincies met Antwerpen met een daling van 7,2%, Limburg 3,8%, Oost-Vlaanderen 3,0% en Vlaams-Brabant met 4,6 procent.

procentuele toename gemiddeld niet-geïndexeerd kadastraal inkomen per provincie  2015-2020
Antwerpen-7,2%
Limburg-3,8%
Oost-Vlaanderen-3,0%
Vlaams-Brabant-4,6%
West-Vlaanderen-2,9%

Buiten West-Vlaanderen

Buiten West-Vlaanderen is de daling van het KI nog meer op te merken zo werd er het volgende opgetekend in andere centrumsteden als Turnhout (-11%– provincie Antwerpen), Antwerpen (-10,7% – provincie Antwerpen) en Leuven (-9,5% – provincie Vlaams-Brabant). Zij telden de voorbije jaren een groot aantal nieuwbouwprojecten.

Na Roeselare als goedkoopste volgt Aalst in Oost-Vlaanderen in het kielzog met 890 euro. Leuven in Vlaams-Brabant telt het hoogste gemiddelde KI met 1.224 euro, gevolgd door Antwerpen met 1.152.

procentuele toename gemiddeld niet-geïndexeerd kadastraal inkomen per centrumstad      
centrumstad201620172018201920202015-2020
Aalst-0,9%-0,5%-0,7%-1,2%-1,4%-4,7%
Antwerpen-1,3%-1,9%-2,0%-3,1%-2,9%-10,7%
Brugge-0,4%-1,0%-1,2%-1,7%-2,8%-7,0%
Genk0,2%-1,9%-1,6%-1,5%-1,7%-6,2%
Gent-0,1%-1,1%-0,6%-1,6%-1,7%-4,9%
Hasselt-1,2%-1,9%-0,7%-0,1%-2,0%-5,8%
Kortrijk-0,5%-0,5%-0,7%-0,8%-2,0%-4,4%
Leuven-2,7%-1,4%-1,3%-3,5%-1,0%-9,5%
Mechelen-0,9%-1,4%-0,6%-0,1%-1,8%-4,7%
Oostende-0,5%-0,7%-0,6%-1,1%-1,6%-4,5%
Roeselaere-0,8%-0,4%-0,6%-2,0%-1,0%-4,7%
Sint-Niklaas-0,8%-1,0%-0,9%-2,3%-1,7%-6,6%
Turnhout0,4%-1,6%-2,5%-2,7%-5,0%-11,0%
Vlaams gewestVerschil centrumstedenandere
20151010,410 00
20161005,87-0,45% -0,87%-0,30%
2017999,38-0,65% -1,33%-0,40%
2018990,83-0,86% -1,23%-0,72%
2019978,16-1,28% -2,01%-1,02%
2020964,72-1,37% -2,15%-1,10%
2015-2020 -4,52% -,38%-3,49%

Kadastrale inkomens in 2020 gemiddeld 4,5% lager dan in 2015

18 feb

BRUSSEL – In 2015 bedroeg het niet-geïndexeerd kadastraal inkomen van de gemiddelde Vlaamse woning 1010. In 2020 is dat nog 964, wat een daling van 4,5% betekent. Elk jaar zien we een daling. De nieuwe woningen die erbij komen hebben duidelijk een lager KI hebben dan de reeds bestaande woningen. Dat blijkt uit de cijfers die Vlaams parlementslid Mercedes Van Volcem opvroege bij minister Demir.

Van Volcem ziet een duidelijke tendens in de cijfers: “De grootste reden die ik zie voor de dalende trend is dat er steeds kleiner gebouwd wordt. Bij nieuwe woonontwikkeling hanteert men kleinere percelen en in de stad bouwen we een pak denser. De woonoppervlakte van nieuwbouw werd de voorbije jaren ook kleiner. Ook de typologie speelt een rol: appartementen hebben gemiddeld genomen een lager KI dan villawoningen. Dus als je verhoudingsgewijs meer appartementen bouwt dan diegene die er al staan draagt dat ook bij tot een dalend KI.  In de centrumsteden Antwerpen en Turnhout daalde het gemiddelde KI zelfs met meer dan 10% sedert 2015.”

Het Kadastraal Inkomen of KI is de gemiddelde jaarlijkse normale nettohuurwaarde van het onroerend goed, maar dus geen écht inkomen. 

Het KI is een fictief inkomen dat overeenstemt met het gemiddelde jaarlijkse netto-inkomen dat het onroerend goed zijn eigenaar zou opbrengen in referentiejaar 1975. 

In Vlaanderen zien we de laatste vijf jaar een steeds sneller dalende trend van het KI ten opzichte van het jaar ervoor. In 2020 daalde het KI van een gemiddelde Vlaamse woning met 1,37% ten opzichte van 2019.

‘Ik vind niet meteen een aantoonbare oorzaak, van de versnelde beweging de laatste 2 jaar. De steeds strengere energie-eisen zorgen wel dat er veel dichter op elkaar ontwikkeld wordt. Rijwoningen en appartementen zorgen gemiddeld voor een lagere KI.” aldus Van Volcem.

Gemiddeld KI  Vlaams gewestVerschil
20151010,410
20161005,87-0,45%
2017999,38-0,65%
2018990,83-0,86%
2019978,16-1,28%
2020964,72-1,37%
2015-2020 -4,52%

Dalend KI niet problematisch voor overheid

Het kadastraal inkomen (KI) vormt de basis voor de inning van de onroerende voorheffing en voor de bepaling van het onroerende inkomen dat in de personenbelasting belast wordt. Dat het gemiddeld KI daalt is op zich geen probleem voor de inkomsten van de overheid. “Er komen woningen bij, wat voor meer inkomsten zorgt. Het is een keuze van het beleid om niet alles vol te bouwen met grote villawijken.  Dat nieuwe woningeigenaars gemiddeld genomen kleiner wonen en dus minder belastingen betalen is normaal.”

Grote verschillen per centrumstad

De gemiddelde KI’s verschillen ook aanzienlijk per centrumstad. “Een van de oorzaken is het type gebouwen: hoeveel rijwoningen en hoeveel (half) open bebouwingen heeft een stad. Of hoeveel gezinswoningen, kleine en grote appartementen of ruime villa’s worden in de stad gebouwd. Ook de waarde en afwerkingsgraad van de woningen zelf spelen een rol.” verduidelijkt Mercedes Van Volcem.

“We wonen kleiner en dichter”, aldus Van Volcem.

Roeselare is de ‘goedkoopste’ centrumstad als het op gemiddeld KI aankomt: 847 in 2020.  Aalst volgt in het kielzog met 890. Leuven telt het hoogste gemiddelde KI met 1224 anno 2020, gevolgd door Antwerpen met 1152.

gemiddeld niet-geïndexeerd kadastraal inkomen per centrumstad
centrumstad201520162017201820192020
Aalst933,65924,94920,07913,32902,41890,08
Antwerpen1.289,801.273,301.249,521.224,721.187,021.152,23
Brugge1.029,661.025,481.015,221.002,75985,48958,06
Genk1.057,761.059,871.040,241.023,781.008,93992,05
Gent1.142,191.140,741.128,541.122,241.104,451.085,78
Hasselt1.233,001.218,211.194,761.186,881.185,181.161,47
Kortrijk1.134,361.129,021.123,481.115,471.106,431.084,63
Leuven1.352,981.316,901.298,321.280,841.236,551.224,80
Mechelen1.090,551.080,981.065,621.059,441.058,771.039,37
Oostende947,31942,33935,98930,58919,97905,05
Roeselaere889,01881,49878,18873,01855,50847,19
Sint-Niklaas1.077,101.068,651.058,141.048,341.023,901.006,05
Turnhout1.049,511.054,111.037,271.011,04983,71934,28
Vlaams Gewest1.010,411.005,87999,38990,83978,16964,72
andere Vlaamse gemeenten963,07960,14956,33949,41939,72929,43
Gemiddelde KI per centrumstad.

Daling KI grootst in Antwerpen, Turnhout en Leuven

In de centrumsteden (-7,4%) daalt het gemiddeld KI van 2015 tot 2020 dubbel zo hard als in de andere gemeenten en steden (-3,5%). Onderling zijn er bovendien nog grotere verschillen. Turnhout spant de kroon met -11% gevolgd door Antwerpen (-10,7%) en Leuven (-9,5%).  “Een mogelijke oorzaak is een groot aantal nieuwbouwprojecten die veel kleinere woonoppervlaktes hebben dan het bestaand patrimonium. Om dit met zekerheid te weten zou je nog iets diepgaandere analyses moeten doen per stad.” aldus Van Volcem.

procentuele toename gemiddeld niet-geïndexeerd kadastraal inkomen per centrumstad      
centrumstad201620172018201920202015-2020
Aalst-0,9%-0,5%-0,7%-1,2%-1,4%-4,7%
Antwerpen-1,3%-1,9%-2,0%-3,1%-2,9%-10,7%
Brugge-0,4%-1,0%-1,2%-1,7%-2,8%-7,0%
Genk0,2%-1,9%-1,6%-1,5%-1,7%-6,2%
Gent-0,1%-1,1%-0,6%-1,6%-1,7%-4,9%
Hasselt-1,2%-1,9%-0,7%-0,1%-2,0%-5,8%
Kortrijk-0,5%-0,5%-0,7%-0,8%-2,0%-4,4%
Leuven-2,7%-1,4%-1,3%-3,5%-1,0%-9,5%
Mechelen-0,9%-1,4%-0,6%-0,1%-1,8%-4,7%
Oostende-0,5%-0,7%-0,6%-1,1%-1,6%-4,5%
Roeselaere-0,8%-0,4%-0,6%-2,0%-1,0%-4,7%
Sint-Niklaas-0,8%-1,0%-0,9%-2,3%-1,7%-6,6%
Turnhout0,4%-1,6%-2,5%-2,7%-5,0%-11,0%
Procentuele toename KI per centrumstad.
 Vlaams gewestVerschil centrumstedenandere
20151010,410 00
20161005,87-0,45% -0,87%-0,30%
2017999,38-0,65% -1,33%-0,40%
2018990,83-0,86% -1,23%-0,72%
2019978,16-1,28% -2,01%-1,02%
2020964,72-1,37% -2,15%-1,10%
2015-2020 -4,52% -7,38%-3,49%

Minister Lydia Peeters neemt gevaren van lachgas in het verkeer mee in uitwerking nieuwe campagne

28 jan

Volgens het VIAS-instituut rijdt 1 op de 7 Belgische bestuurders tussen 18 en 34 jaar minimaal één keer per maand onder invloed van lachgas met de wagen. Bij de jonge mannelijke bestuurders is dit in Vlaanderen zelfs 1 op de 5. Vlaams minister Lydia Peeters gaf vandaag in de commissie Mobiliteit aan de gevaren van lachgas in het verkeer mee te nemen in de uitwerking van een nieuwe campagne ‘don’t do drugs and drive’. Die komt er in juni aan. Open Vld-parlementslid Mercedes Van Volcem: “Ik pleit al sinds vorig jaar voor een campagne die specifiek op jongvolwassenen gericht is. Zo kunnen we de effecten van het gebruik van lachgas op korte en lange termijn onder de aandacht brengen. Ik ben dan ook tevreden dat de minister aan de slag gaat met mijn oproep.”

Bij onze noorderburen merken de politiediensten de laatste jaren een explosieve stijging van het aantal verkeersongelukken waarbij lachgas in het spel was. Die problematiek is echter geen strikt Nederlands fenomeen. Lokale besturen krijgen wekelijks meldingen binnen van lachgaspatronen die her en der verspreid liggen, soms zelfs met de honderden tegelijk en op de rijweg. Exact een jaar geleden stelde Vlaams Parlementslid Mercedes Van Volcem dit probleem al aan de kaak. Sindsdien gaat het aantal krantenartikelen over dit fenomeen in stijgende lijn. Zo waren er in 2020 verschillende zware ongevallen met jongeren waarbij lachgas werd gevonden in hun wagen.  

6 procent

Een grootschalige enquête van het VIAS-instituut toont dit nu zwart op wit aan. 6 procent van de Belgische bestuurders rijdt minstens één keer peer maand met de wagen na het gebruik van lachgas. “Dit zijn onrustwekkende en tegelijkertijd glasheldere cijfers. Vorig jaar was er een gebrek aan officiële gegevens voor België en Vlaanderen. We wisten toen niet of het probleem bij ons dezelfde proporties aannam als in Nederland. Ik ben dus blij dat het VIAS-instituut er onderzoek naar deed”, zegt Van Volcem.

Sensibilisering

Het liberaal parlementslid pleitte vorig jaar al voor een sensibiliseringsactie die zich specifiek richt op jongvolwassenen, met als kanalen Instagram, Snapchat, Tiktok,… Ook het
VIAS-instituut vraagt om hierop in te zetten. Van Volcem reageert tevreden nu minister Peeters aangeeft dat ze de problematiek ruimer wil aanpakken. De campagnekalender voorziet in juni van dit jaar een verkeersveiligheidsactie rond drugs. De huidige werktitel is ‘don’t do drugs and drive’ en heeft als primaire doelgroep jonge autobestuurders. Deze campagne wordt de volgende maanden verder uitgewerkt en zal rekening houden met de problematiek rond lachgas. Van Volcem vult aan: “Het is belangrijk om mee te geven dat lachgas vanaf de eerste minuut impact heeft op de rijvaardigheid, maar dat er ook uren na het gebruik nog effecten kunnen optreden. Dit is dus niet beperkt tot het roeseffect.”

Detectie

Het gebruik van lachgas is trouwens niet op te sporen door speeksel- of bloedanalyses. Bestuurders onder invloed kunnen op vandaag enkel op heterdaad betrapt worden. In Nederland is men dan ook volop op zoek naar een detectiemiddel dat in de medische wereld wordt gebruikt en dat kan helpen bij het opsporen van lachgas in het verkeer.

De Druktebarometer: hoe vermijden we een volkstoeloop?

15 dec

BRUSSEL / BRUGGE De coronacrisis zorgt voor een toegenomen digitalisering. Zo zetten verschillende steden in op druktemeting om grote druktes te vermijden. Daar eindigt het niet voor Vlaams Volksvertegenwoordiger Mercedes Van Volcem (Open VLD). “De coronacrisis toont aan dat druktemeting cruciaal is voor de leefbaarheid van een stad. We moeten nadenken over de opportuniteiten, ook buiten de coronacrisis.”

Door de huidige coronacrisis staat druktemeting hoog op de politieke agenda. Een geslaagde druktemeting zorgt voor een betere opvolging waardoor stadsbesturen korter op de bal kunnen spelen. “We stellen vast dat druktemeting in één jaar tijd een groot belang heeft gekregen. Terecht, ook in Brugge zetten we erop in. Ik wil nu al nadenken over de mogelijkheden buiten de coronacrisis”, stelt Van Volcem.

Een volkstoeloop vermijden: hoe kan Vlaanderen ondersteunen?

Om die reden stelde ze een vraag aan minister Bart Somers om de wenselijkheid van een gestandaardiseerde druktemeting te onderzoeken. Mercedes Van Volcem verwees naar de goede praktijken uit Nederland. “In Amsterdam deelt de overheid systematisch druktecijfers met de bezoekers. Zo spelen toeristen en inwoners gemakkelijk in op de drukte in bepaalde gebieden. De drukte wordt ook gekoppeld aan de prijszetting voor bepaalde diensten, zoals het openbaar vervoer. Bij een grotere drukte kan een hogere prijs worden gevraagd. Dat zorgt voor een grotere leefbaarheid in de volledige stad.”

De minister zal de vraag doorgeven aan Smart Flanders. Dit kennisplatform zal, in samenwerking met 13 centrumsteden, onderzoeken welke lessen Nederland biedt. Het zijn nadien de lokale besturen die zelf moeten aangeven hoe ze zo’n druktemeting in de toekomst zien. “Ik ben sterk overtuigd van de mogelijkheden die druktemeting biedt, zowel voor toeristen als voor de eigen inwoners. Brugge telt op jaarbasis 8 miljoen toeristen. Een uitgebouwd platform kan hun bezoek aan de prachtige Brugse binnenstad nog vlotter doen verlopen”, aldus Vlaams Volksvertegenwoordiger en schepen van Brugge Mercedes Van Volcem.

Interessant om lezen: https://www.hln.be/brugge/brugge-lanceert-druktebarometer-om-massa-volk-in-winkelstraten-en-tijdens-wintergloed-te-voorkomen~af5f9396/

42% minder renovatiepremies uitbetaald dan 2 jaar geleden

10 dec

In Vlaanderen daalt het aantal toegekende renovatiepremies met 42%. Waar er in 2017 nog 27.192 premies werden uitbetaald, zijn er dat in 2019 nog slechts 15.644. Dat blijkt uit het antwoord van Vlaams minister Matthias Diependaele op een schriftelijke vraag van Vlaams Parlementslid Mercedes Van Volcem (Open Vld). “Jaar na jaar worden er minder premies aangevraagd en toegekend, terwijl dit aantal eigenlijk ieder jaar zou moeten groeien. Ik hoop dat deze daling zich snel omzet in een stijging. Want in tijden van relance hebben we nood aan meer renovaties. Deze zijn een win-win, voor onze economie, voor het klimaat, voor het wooncomfort en voor de woonkost”, zegt Mercedes Van Volcem.

Aanpassings- renovatiepremie

Wie zijn woning wil renoveren, verbeteren of aanpassen aan een oudere bewoner, komt onder bepaalde voorwaarden in aanmerking voor een renovatie-, verbeterings- of aanpassingspremie. De verbeterings- en aanpassingspremie kon aangevraagd worden tot 31 mei 2019. Vanaf 1 juni 2019 kan enkel nog een aanpassingspremie of een overkoepelende renovatiepremie aangevraagd worden.
 
In 2019 werd een totaalbedrag van 42,8 miljoen euro toegekend en uitbetaald. Volgens minister Diependaele zal dit in 2020 hoger liggen. Tegelijkertijd zou de impact van de coronacrisis merkbaar zijn in het aantal aanvragen dat dit jaar al is binnengekomen. Zo zijn er tot nu toe gemiddeld 13% minder aanvragen tegenover dezelfde periode in 2019. “De oorzaak van de lage aantallen ligt deels bij de complexe manier van aanvragen. Mensen moeten heel wat documenten op papier invullen en deze via de post versturen. Zo’n administratieve rompslomp is niet meer van deze tijd. Het wordt hoog tijd dat de renovatiepremie digitaal gaat”, aldus Mercedes Van Volcem. Ze vult aan: “Een ander heikel punt is de onbekendheid van de premie. Mensen weten ondertussen dat ze een premie voor glas of dakisolatie kunnen aanvragen. Dat ze daarnaast ook in aanmerking komen voor een renovatiepremie, ontgaat veel verbouwers echter. Dit is een oud zeer, maar aan die bekendheid moet verder gewerkt worden, zodat mensen die recht hebben op de premie, ze ook aanvragen én ontvangen.”
 
 

21.706 hectare ongebruikte bouwgrond in woongebied

10 dec

Vlaamse gemeenten moeten verplicht een register onbebouwde percelen bijhouden. Eind 2019 was er nog 21.706 hectare aan onbebouwde percelen in woongebied en 9.361 hectare aan aansnijdbare bouwgrond in woonuitbreidingsgebied beschikbaar, samen dus 31.067 hectare. Dat blijkt uit het antwoord van Vlaams minister van Omgeving Zuhal Demir op een schriftelijke vraag van Open Vld-parlementslid Mercedes Van Volcem.

Het register onbebouwde percelen vormt een uitstekend monitoringsinstrument voor het woonbeleid. Volgens de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening zijn gemeenten dan ook verplicht om deze gegevens bij te houden. Een grondige analyse van dat register kan erg nuttig zijn om bijvoorbeeld het potentieel aan verdichtingsprojecten te onderzoeken. Niet alle gronden in het register zijn trouwens meteen aansnijdbaar of ontwikkelbaar, bijvoorbeeld omdat er een weg naartoe ontbreekt, omdat er diverse eigenaars zijn, enzovoorts. Vele eigenaars behouden hun grond(en) voor de kinderen of kleinkinderen of gebruiken deze als tuin. Niet alle stukken zijn trouwens groot, vaak zijn het ook kleine percelen.

Van Volcem: “Een goed woonbeleid is gemakkelijker als de gemeente, de provincie en het gewest zicht hebben op de onbenutte bouwpercelen op hun grondgebied. Hoewel gemeenten verplicht zijn om deze gegevens bij te houden, zijn er nog steeds lokale besturen die niet beschikken over een actueel register. De beschikbare ruimte meten is belangrijk om voldoende aanbod aan woningen te kunnen voorzien. Schaarste leidt tot hogere prijzen en heeft impact op elke starter die een woning wenst aan te kopen. Bovendien is beschikbare ruimte ook belangrijk om de bouwsector te stimuleren, want als het goed gaat met de bouw, gaat het ook goed met de economie. En laat die relance nu meer dan ooit nodig zijn. Het laatste wat we willen is dat bouwaanvragen stilvallen en er minder woningen op de markt komen. Er is een grote woonbehoefte, vooral in steden waar het doorlooptraject veel moeilijker en trager verloopt.”

Uit het antwoord van minister Zuhal Demir blijkt dat er eind vorig jaar nog ongeveer 32.559 voetbalvelden (21.706 hectare) aan onbebouwde percelen in woongebied en circa 14.042 voetbalvelden (9.361 hectare) aan aansnijdbare bouwgrond in woonuitbreidingsgebied beschikbaar waren.

Het aantal ongebruikte hectare in woongebied varieert wel enigszins tussen de verschillende provincies. Antwerpen spant de kroon met nog 5.698 hectare, gevolgd door Oost-Vlaanderen met 4.719 hectare. Limburg en Vlaams-Brabant hebben nog respectievelijk 4.365 en 4.284 hectare ter beschikking. Provincie West-Vlaanderen is hekkensluiter met 2.640 hectare.

Wat het aantal onbebouwde hectare in woonuitbreidingsgebied betreft, tekent zich een lichtjes ander beeld af. Oost-Vlaanderen leidt de dans met nog 2.613 hectare, gevolgd door Limburg met 2.343 hectare. Antwerpen bevindt zich in de middenmoot met nog 2.074 hectare. Provincies Vlaams-Brabant en West-Vlaanderen strijden om de laatste plaats met respectievelijk 1.197 en 1.134 beschikbare hectare.

Tegen 3,5% van alle gemeentelijke vergunningen wordt in beroep gegaan

2 dec

In de periode 2010-2016 werd er tegen 3,5% van het totaal aantal beslissingen in beroep gegaan. Dat blijkt uit het antwoord van Vlaams minister van Omgeving Zuhal Demir op een schriftelijke vraag van Open Vld-parlementslid Mercedes Van Volcem. De gemiddelde doorlooptijd van een omgevingsvergunning in eerste aanleg is 87,5 dagen, maar zodra iets voor de Raad voor Vergunningsbetwistingen verschijnt, stijgt dit tot 15 maanden. “Dit is al een verbetering ten opzichte van vroeger, maar de termijn bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen kan nog verder verkort worden. Op die manier zorgen we voor een positiever investeringsklimaat. En dat is nodig om de economische relance, waarvoor de Vlaamse Regering 4,3 miljard euro voorziet, overal in Vlaanderen te bewerkstelligen”, zegt Mercedes Van Volcem.

Vlaamse gemeenten zijn sinds 1999 verplicht om een gemeentelijk vergunningenregister op te stellen. Op basis van de gegevens in die vergunningenregisters blijkt dat in de periode 2010 tot en met 2016 tegen 3,5% van het totaal aantal beslissingen in beroep werd gegaan. Met de introductie van de omgevingsvergunning is dit percentage niet substantieel gewijzigd; in de periode 2018-2019 ging men tegen 3,4% van de beslissingen in beroep. Vlaams Parlementslid Mercedes Van Volcem (Open Vld) voegt toe: “59% van de gemeentelijke beslissingen blijven na die beslissing gehandhaafd. Dit wil zeggen dat een vergunning een vergunning en een weigering een weigering blijft. Tezelfdertijd betekent dit dat een aanzienlijk aantal aanvechtingen (41%) het gewenste doel bereikt.”

Provinciale verdeling

Wat het totale aantal aanvragen betreft waartegen beroep is ingesteld, komen we voor de periode 2018-2019 uit op 4.448. Wanneer we dan specifiek naar de vijf provincies kijken, merken we dat Oost-Vlaanderen (1.214 dossiers en 3,68%), Antwerpen (1.137 en 3,65%) en Vlaams-Brabant (834 en 3,87%), er met kop en schouders bovenuit steken. West-Vlaanderen (788 en 2,70%) en Limburg (475 en 2,77%) klokken af op een pak minder dossiers, ook relatief gezien.

Dossier VVO Laatste AanlegDatum IndieningAantal aanvragen waartegen een beroep is ingesteldPercentage beroep
Totaal4.4483,37%
Provincie Antwerpentotaal1.1373,65%
Provincie Antwerpen20186514,51%
Provincie Antwerpen20194862,92%
Provincie Limburgtotaal4752,77%
Provincie Limburg20182813,50%
Provincie Limburg20191942,12%
Provincie Oost-Vlaanderentotaal1.2143,68%
Provincie Oost-Vlaanderen20187154,68%
Provincie Oost-Vlaanderen20194992,83%
Provincie Vlaams-Brabanttotaal8343,87%
Provincie Vlaams-Brabant20184724,67%
Provincie Vlaams-Brabant20193623,16%
Provincie West-Vlaanderentotaal7882,70%
Provincie West-Vlaanderen20184533,34%
Provincie West-Vlaanderen20193352,15%

Inhaalbeweging bij Raad voor Vergunningsbetwistingen

Bij ‘gewone’ dossiers wordt 56% van de aanvragen binnen de 75 dagen beslist en 80% binnen de 100 dagen. De gemiddelde doorlooptijd van een omgevingsvergunning in eerste aanleg is 87,5 dagen. Vanaf het moment dat een dossier voor de Raad voor Vergunningsbetwistingen verschijnt, stijgt dit echter tot maar liefst 15 maanden. “Uit de gegevens die minister Demir bezorgde blijkt wel dat dit al een daling is ten opzichte van voorheen, en dit door elk werkjaar meer einduitspraken te vellen dan er nieuwe dossiers ingediend worden. Dit is een gevolg van een efficiënter en sneller werkend apparaat. Ondanks het feit dat de instroom aan dossiers de voorbije jaren opnieuw stijgt, wordt ook de achterstand nog weggewerkt. De oudste beroepen die steeds bleven liggen, worden prioritair aangepakt. Daarnaast wierf de minister ondertussen vier extra rechters aan en voorziet ze 1,6 miljoen euro (800.000 euro in zowel 2021 als 2022) voor het digitaal loket”, aldus Van Volcem. “Dat is goed nieuws. Laat ons hopen dat de termijn bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen op die manier nog verder verkort kan worden zoals ook het Vlaams Regeerakkoord onderschrijft. Investerend Vlaanderen zal ons dankbaar zijn.”

Na één jaar: 62 hectare bomen gepland van 4000

25 nov

BRUSSEL – Vlaanderen geldt een ontbossingsverbod. Uitzonderlijk kan er wel een vergunning verleend worden om te ontbossen. Zo’n ontbossing moet echter steeds door een nieuw bos gecompenseerd worden. Sinds 1 oktober 2019 is er slechts 62 hectare nieuw bos en 38,4 hectare compensatiebos aangelegd. Dat blijkt uit het antwoord van Vlaams minister van Omgeving Zuhal Demir op een schriftelijke vraag van Open Vld-parlementslid Mercedes Van Volcem. “Er zijn een aantal verzachtende omstandigheden waardoor er dit eerste jaar van de legislatuur nog maar weinig nieuw bos is aangeplant. De doelstelling tegen 2024 is echter 4.000 hectare nieuw bos. Afgelopen jaar werd er daar met 62 hectare slechts 1,55% van gerealiseerd. Ik vrees dan ook dat het de komende jaren, ook zonder die verzachtende omstandigheden, nog een helse uitdaging wordt om de doelstelling te halen”, zegt Van Volcem.

Om te voorkomen dat de bosoppervlakte in Vlaanderen verder achteruitgaat, is er sinds 1990 een ontbossingsverbod van kracht. Slechts in een beperkt aantal gevallen kan er een vergunning verleend worden om wel te ontbossen. Zo’n ontbossing moet op zijn beurt bijna altijd door een nieuw bos gecompenseerd worden. Meestal gebeurt de boscompensatie door het betalen van een zogenaamde bosbehoudsbijdrage aan het boscompensatiefonds van de overheid. Deze bedraagt 3,66 euro/m2 voor een naaldbos en 7,32 euro/m2 voor een inheems loofbos. Een tweede mogelijkheid om bos te compenseren is door zelf een compensatiebos aan te planten. Een derde mogelijkheid is om een overeenkomst te sluiten met de eigenaar van een stuk grond, die hierop een compensatiebos aanplant en daarvoor een vergoeding krijgt van degene die ontbost. Vlaams Parlementslid Mercedes Van Volcem (Open Vld) vroeg zich af waar we staan op vlak van nieuw en gecompenseerd bos en stelde er een schriftelijke vraag over.

Uit het antwoord van minister Zuhal Demir blijkt dat het boscompensatiefonds op 27 oktober 2020 4.420.977 euro aan ontvangsten bevatte. Verder tonen de cijfers geregistreerd op bosteller.be aan dat er sinds 1 oktober 2019 slechts 62 hectare nieuw bos en 38,4 hectare compensatiebos werd aangelegd. “Er zijn – zoals de minister ook aangeeft – een aantal verzachtende omstandigheden waardoor er dit eerste jaar van de legislatuur nog maar weinig nieuw bos is aangeplant”, zegt Van Volcem. Zo is er nog maar één plantseizoen achter de rug (half oktober tot eind maart). Ook werd er recent een nieuw subsidiebesluit voor bebossing goedgekeurd waarop zij die nieuw bos willen aanleggen gewacht hebben omdat ze nu meer subsidies krijgen. Tot slot is er onlangs een nieuwe projectoproep voor openbare besturen gelanceerd voor de aankoop van gronden voor bosuitbreiding.

“De doelstelling die minister Demir zichzelf tegen 2024 gezet heeft is maar liefst 4.000 hectare nieuw bos. Het voorbije jaar werd er daarvan met 62 hectare slechts 1,55% gerealiseerd. Ik vrees dan ook dat het de komende drie jaar, ook zonder die verzachtende omstandigheden, nog een heus huzarenstukje wordt om de doelstelling te halen”, aldus Van Volcem. “Nu we iedereen mobiliseren om bomen te planten en duurzaam te leven, moet de overheid het goede voorbeeld geven. Bomen zijn letterlijk en figuurlijk onze parasols. Meer bomen zijn dus een goede zaak in onze oververhitte wereld. Mensen willen in een kwalitatieve en gezonde omgeving wonen.”

Meer info:

Vlaanderen veert recht na Corona

30 sep

De Vlaamse regering stelde eerder deze week haar relanceplan voor. Het plan bestaat uit zeven speerpunten, waaronder een doorgedreven digitale transformatie, jaarlijks 525 miljoen extra voor de zorg en groene investeringen. De ambities van het plan worden kracht bijgezet door maar liefst 4,3 miljard euro aan eenmalige investeringen.

Vlaanderen kapt 21% minder bomen

9 jul

Elk jaar worden er in Vlaanderen door het Agentschap Natuur en Bos (ANB) bomen gekapt. Dit gebeurt steeds volgens de principes van natuurgericht en duurzaam bosbeheer. Het aantal mgeoogst hout daalde de afgelopen paar jaar. Terwijl er in 2016 nog 109.865,91 m3 plaats moest ruimen, was dat vorig jaar slechts 86.573,06 m3. Dat blijkt uit het antwoord van Vlaams minister van Omgeving Zuhal Demir op een schriftelijke vraag van Open Vld-parlementslid Mercedes Van Volcem. “Het is bemoedigend nieuws dat het kappen van bomen in onze Vlaamse bossen een daling van 21% kent. In 2019 beloofde het ANB om het tempo, alsook de schaal, terug te schroeven wat het aantal geoogste m3 betreft. Deze dalende evolutie zou zich de komende jaren dus moeten doorzetten”, zegt Van Volcem. 

Het Agentschap Natuur en Bos kapt ieder jaar een bepaalde hoeveelheid bomen. Dit gebeurt altijd omwille van een combinatie van redenen. Enerzijds is er het kappen van bomen waardoor het bos verdwijnt (ontbossing), maar anderzijds is er ook het vellen van bomen waardoor onze Vlaamse domeinbossen mooier en sterker worden. Vlaams Parlementslid Mercedes Van Volcem (Open Vld) vroeg zich af in welke cijfers deze principes van goed bosbeheer zich vertaalden en stelde er een schriftelijke vraag over.

Dalende trend

Uit het antwoord van minister Zuhal Demir blijkt dat het aantal m3 geoogst hout de afgelopen paar jaar daalde. Vorig jaar tekende men een daling met 21,2 procent op in vergelijking met 2016 (respectievelijk 86.573,06 m3 en 109.865,91 m3). Volgens de minister wordt er steeds gezorgd voor een positief evenwicht tussen nieuwe en gevelde bomen. De toename van hout in onze Vlaamse bossen zou de houtoogst dus fors overstijgen. Daardoor neemt de hoeveelheid levend én dood hout in onze bossen snel toe, wat zowel de biodiversiteit als de koolstofcaptatie ten goede komt.

Provinciaal verschil

Het aantal m3 geoogst hout varieert wel enigszins tussen de verschillende provincies. “De provincie Limburg kan de sterkste daling op haar conto schrijven. Terwijl er in 2016 nog 49.078,24 mplaats moest ruimen, was dat vorig jaar slechts 30.086,52 m3, ofwel -38,7 procent. West-Vlaanderen daarentegen, is de enige provincie die een stijging optekent. Zij evolueren van 7.549,94 m3 in 2016 naar 10.101,45 m3 in 2019, wat neerkomt op +33,8 procent”, geeft Mercedes Van Volcem nog mee.

Liberaal Parlementslid Van Volcem besluit: “Deze cijfers stemmen me optimistisch. Het kappen van bomen in onze domeinbossen kende de afgelopen paar jaar een daling. Daarnaast beloofde het Agentschap Natuur en Bos om het tempo én de schaal van het aantal geoogste m3 terug te dringen met als doel op lange termijn mooie bossen met grote bomen te realiseren. De dalende evolutie sinds 2016 zou dus ook de komende jaren een vervolg moeten kennen.”

 2016201720182019
ProvincieVolume m³Volume m³Volume m³Volume m³
Antwerpen21847,7828011,2619021,0520163,53
Limburg49078,2430847,5536749,0530086,52
Oost-Vlaanderen8822,624964,849127,817469,44
Vlaams-Brabant22567,3330943,3124174,3318752,13
West-Vlaanderen7549,945623,766912,9410101,45
Eindtotaal109865,91100390,7395985,1886573,06
Daling geoogst hout (m3)