Herwaardering klooster ‘Rode Nonnen’ in de Katelijnestraat

24 feb

Het voormalige klooster van de Zusters Redemptoristinnen aan de Katelijnestraat,  in Brugge beter gekend als “de Rode Nonnen”, begint binnenkort aan een nieuwe toekomst.  Het complex werd in 2006 gekocht door een aantal Brugse investeerders met de bedoeling een herbestemmingsproject te realiseren. Het project bestaat uit twee delen.  Enerzijds is er de herbestemming van het voormalige klooster van de zusters Redemptoristinnen tot studentenhuisvesting,  anderzijds is er het nieuwbouwproject met ondergrondse parking in de tweede tuin van het voormalige klooster.

Na bespreking van talrijke voorstellen en varianten ligt vandaag een dossier voor goedkeuring kreeg bij alle betrokken besturen en waaraan ook het College op 24 februari 2012 haar goedkeuring hechte en de vergunningen verleende.

“Ik ben uitermate tevreden met de herbestemming van het klooster, de nieuwe woningen in moderne architectuur en de herwaardering van de tuinen.” We hebben een sterke schepen op een moeilijk departement, zegt burgemeester Moenaert.  Bouwen in Brugge vergt geduld, doorzettingsvermogen, een open geest voor adviezen van hogere overheden en actiegroepen. We zien uit naar de realisatie van een boeiend project”

Klooster (stadsgezicht)

“In het voormalige klooster komen 72 studentenkamers, gemeenschappelijke ruimtes en een ontspanningsruimte in de kelder”, stelt schepen Mercedes Van Volcem.  Hiertoe wordt een cour anglais aangelegd.

Het klooster wordt wat betreft de structuur, substantie en ruimteverdeling maximaal behouden.  Alle ingrepen die voorzien zijn gebeuren met respect voor de erfgoedwaarde van het gebouwencomplex.  Zo worden bijvoorbeeld bijna alle waardevolle en oorspronkelijke binnendeuren behouden.  Alle voorzorgen worden genomen om de pandgang zo origineel mogelijk te behouden: behoud van alle deuren die uitgeven op de pandgang, vermijden van bijkomende openingen, behoud van het lijstwerk en de bevloering, behoud van het schrijnwerk en maximaal behoud van open aspect van de pandgang.

Op de eerste en tweede verdieping worden aan één zijde van de gang de oorspronkelijke kamers van de zusters behouden en samengevoegd tot telkens één studentenkamer.  Dit gebeurt met respect voor de oude deuren van de kloosterkamers, met behoud van de kastjes en de luiken.  De tegenoverliggen de nieuwe kamers hebben een zeer moderne vormgeving. “Het contrast tussen behoud en nieuwe invulling versterkt het verhaal van de herbestemming en houdt het verleden van het klooster vast”.

“Aan de kant van de Katelijnestraat worden handelsruimtes ingericht, in de zuidvleugel wordt op de gelijkvloerse verdieping ruimte ook voorzien voor een handels- of horecazaak, zodat de winkelstraat wordt opgewaardeerd, stelt Van Volcem Mercedes.  De concrete invulling hiervan is nog niet gekend.  Deze ruimte staat via een terras in directe relatie met de tuinen van het voormalige klooster.  Gezien deze zullen ingericht worden als (semi-)publiek park is deze bestemming te beschouwen als een goede aantrekkingspool. Dit kan de continuïteit van het handelsaanbod en de aantrekking van de Katelijnestraat als handelsas alleen maar ten goede komen.

Het restauratiedossier werd ingediend door de Brugse architect Vermeersch, gekend van talloze kwalitatieve restauraties in het Brugse.

Een herbestemming voor de kerk is niet voorzien in het project, er worden wel een aantal ingrepen gedaan zodat de kerk afzonderlijk bruikbaar wordt.

Nieuwbouw en renovatie

“Het tweede deel van het project voorziet in enerzijds de renovatie van 6 eengezinswoningen aan de Katelijnestraat,  anderzijds in de realisatie van een inbreidingsproject op de binnengrond”.

“In de voormalige groentetuin van het klooster wordt meergezinswoning met 6 appartementen en 25 stapelwoningen (totaal van 37 woongelegenheden).  We experimenteren met stapelwoningen in de binnenstad. De stapelwoning moet de woongelegenheid betaalbaar maken. Elf woningen zouden zeer groot zijn geweest en duurder. Nu zijn het ideale gezinswoningen voor wie een liefde heeft voor de binnenstad.”    Wijzelf wilden geen appartementen in de binnentuin.

Kwaliteit staat in het project centraal, eerder dan betaalbaarheid. Het is immers een unieke site die gepaard gaat met restauratie van een stadsgezicht.

De woningen worden verbonden met de Katelijnestraat via een doorgang in de Katelijnestraat die toegang verleent tot de site en tot een ondergrondse parking voor 62 wagens.  Er is een fietsenstalling voor de bewoners voorzien in de kelder.

Ook de heraanleg van de voormalige kloostertuinen is voorzien in het dossier, deze krijgen zeker overdag een publiek karakter.  De waardevolle relicten in de tuinen (Calvarieberg, kapelletjes, grot, kruisweg, …) worden integraal bewaard.

Deze tuinzones zullen wel afsluitbaar zijn ’s avonds, naar het idee van bijvoorbeeld park Sebrechts.

Alle bestaande woningen aan de kant van de Katelijnestraat worden gerenoveerd. Storende aanbouwen worden gesloopt, de woningen krijgen allemaal een tuintje.  De voormalige orangerie wordt eveneens een eengezinswoning en krijgt een tuintje aan de zijkant van de woning.  Aan de kant van de Katelijnestraat worden de blindnissen open gemaakt op een hedendaagse manier, men wenst het karakter van de ‘blinde gevel’ nog te bewaren.

Het muurdeel tussen woningen Katelijnestraat 113A en 113B wordt weggebroken en het kapelletje wordt verplaatst naar de overzijde van de tuin.  Het maken van een doorgang naar de Katelijnestraat is noodzakelijk voor de herbestemming van het project (toegankelijk maken van de achterzijde van het klooster voor de hulpdiensten) en voor de ontsluiting van de nieuwe woningen.  De doorbraak rechts van de woning Katelijnestraat 113A is zeer bijzonder.  De zijgevel van deze woning is uitgewerkt met grote rondbogen en zal een kwalitatieve afwerking van de toegang tot de site vormen.  Ook één van de twee lindes aan de Katelijnestraat kan behouden worden.

Door het maken van een doorgang op deze plaats kan de muur tussen de voormalige orangerie en het kinderdagverblijf behouden blijven.  Deze muur bestaat uit twee cassetten is stadslandschappelijk, samen met de achterliggende hoogstammige boommassieven, waardevol

De beschermde tuinmuur aan de zijde van de Visspaanstraat wordt integraal behouden.  Via de bestaande poort is het voor voetgangers en fietsers mogelijk om de site te betreden en een doorsteek te maken naar de Katelijnestraat.

In de tuinzones worden de voormalige wasvleugel van het klooster met annex en een volume dat paalt aan de vroegere orangerie gesloopt.  De tuinmuur tussen de twee tuinen blijft behouden, de opening wordt vergroot tot een poort van net geen 5m breed.

In de zuidelijke tuin wordt nieuwe bebouwing voorzien.  Er worden drie nieuwe volumes van twee bouwlagen met een dak voorzien.  Twee volumes (blok C en D) evenwijdig aan de Katelijnestraat en één dwarsvolume (blok D).  Hierin worden stapelwoningen en enkele appartementen ingericht.

De volumes in de tuinzone staan ingeplant langsheen twee sterke lijnen in de site nl. die de bestaande assen in de tuinaanleg van de site en de tussenmuur tussen de kloostertuin en de voormalige moestuin.  Door de nieuwbouw te richten op deze lijnen worden de structuur van de site en de aanwezige vista’s bewaard en versterkt.

De vormgeving van de volumes herneemt op een hedendaagse manier de Brugse typologie van de trap en -puntgevels, de daken zijn dan geïnspireerd op zogenaamde ‘nonnenkappen’, stelt Van Volcem.  Men kiest voor een afwerking van de gevels en daken in hout. Het klooster is een echte baksteenarchitectuur en wordt beschouwd als onvergankelijk, de nieuwe woningen worden opgevat als vergankelijker en worden daarom opgetrokken in hout. Men wenst de confrontatie met de beschermde site niet aan te gaan en kiest daarom voor een andere typologie en materiaalkeuze.  Hout als afwerkingmateriaal moet als het ware het efemere karakter van de nieuwbouw en de inpassing ervan in de tuin bekrachtigen.

Er wordt gewerkt met een houten latwerk dat op een frame is bevestigd, op deze manier zal het hout niet krom trekken.  Zowel gevels als daken worden met dit systeem afgewerkt.  Er wordt gekozen voor ‘gestoomde es’ of thermowood.  Dit hout wordt op een hoge temperatuur verhit en zo wordt alle vocht en alle ongedierte uit het hout verwijderd.  Es is een houtsoort die zeer egaal is en weinig tot geen knopen en schakeringen vertoont.  Het hout zal behandeld worden met een beschermingsproduct, een soort donkere beits, waardoor het zeer lang mooi blijft.  Het totale uitzicht van het project zal egaal en rustig zijn – er wordt immers bewust gekozen voor een egale houtsoort.

De materiaalkeuze wordt consequent doorgetrokken versterkt het architecturaal beeld van het project.

De nieuwe architectuur en de volumeopbouw vormen een hedendaags antwoord op het klooster en de kloostersite, en maken de herbestemming van de volledige site zinvol.  Het publieke park zal een duidelijke meerwaarde zijn voor de bewoners en de omgeving.  De bouwaanvraag werd gunstig beoordeeld door de RCS en de DMZ en de hogere overheid op het drie partijen overleg.

Het jarenlange proces, dat startte in 2005,  resulteert finaal in een voorbeeldige herbestemming en herwaardering van een belangrijke kloostersite in de Brugse binnenstad. Deze site krijgt een nieuwe toekomst die de erfgoedwaarden veilig stelt,  en ruimte biedt aan nieuwe bewoners,  en de buurt en de stad verrijkt met een waardevolle (semi-)publieke groene long.