Tag Archives: Wonen

De gemiddelde sociale huurder is een alleenstaande vrouw ouder dan 50

29 mrt

BRUSSEL- De gemiddelde sociale huurder in 2019 was een alleenstaande vrouw tussen de 50 en 59 die tussen de 1 en 5 jaar de sociale woning betrok. Dat blijkt uit de evolutie die die volksvertegenwoordiger Mercedes Van Volcem opvroeg bij Vlaams minister van Wonen, Matthias Diependaele van 2011 tot nu (tienjarige evolutie). Daaruit blijkt ook dat sinds 2011 er een verschuiving heeft plaatsgevonden van hoe lang die sociale huurder een sociale woning huurt. “Er is een evolutie van het aantal jaren dat sociale huurder hun woning betrekken.  Daarbij komt dat 3.921 sociale huurders minstens 50 procent meer dan de inkomensgrens voor de toewijzing van een sociale huurwoning verdienen. Dat is amper 3 procent van de zetelende huurder”, zegt Van Volcem.   Bijna 10000 mensen hebben vandaag een inkomen boven de oorspronkelijke inkomensgrens (6,5 procent) van de 150000 mensen die wonen in een sociale woning huurwoning. Een sociale huurder blijft langer in de sociale woning

In 2011 waren er 135.881 mensen die een sociale woning huurden: 65.768 mannen en 70.102 vrouwen. Eind 2019 is dat een kleine 10.000 mensen meer: 145.212. Ieder jaar stijgt het aantal sociale huurders, ook al zijn dat er niet veel.

“Wat wel opvallend is, is de aard van die huurder. In 2011 betrok de grootste groep sociale huurders minder dan een jaar hun sociale woning: 57.123 huurders. Blijkbaar waren er toen veel toewijzingen.   Nu ligt dat zwaartepunt op de categorie van een woningduur tussen de 1 en 5 jaar”, legt Van Volcem uit, “Meer nog: de categorieën van een woningduur 6 tot 10 jaar en 11 tot 20 jaar zijn ongeveer verdubbeld. Daar spreken we respectievelijk van 22.904 en 12.363 huurders in 2011, waar dat eind 2019 42.582 en 30.849 huurders zijn. De sociale huurders blijven dus sociale huurders. Weinig stromen uit.”

Sedert 2017 worden tijdelijke contracten afgesloten ingevolge nieuwe regelgeving, meer bepaald reeds meer dan  15000 contracten.  Pas na negen jaar zullen de eerste effecten van die doorstroming te zien zijn.

JaarLeeftijdscategorieën        
Geslacht0-19j20-29j30-39j40-49j50-59j60-64j65-69j70-79j80-89j90j+Eindtotaal
2011646.22015.76425.51429.62413.95011.89820.30211.3211.224135.881
Man392.8797.88511.91014.7907.4686.3969.8954.16334365.768
Vrouw253.3417.87913.60414.8346.4825.50210.4077.15887070.102
Geen gegevens         1111
20121995.96815.74725.52930.20714.37312.87420.27111.5611.334138.063
Man1052.7357.80111.94114.8647.5646.8369.8104.24535466.255
Vrouw943.2337.94613.58815.3436.8096.03810.4617.31697671.804
Geen gegevens         44
20134075.71515.65524.94830.45914.73313.39020.17311.5251.395138.400
Man2072.5497.72811.63014.7897.6367.0689.6934.30438665.990
Vrouw2003.1667.92713.31815.6707.0976.32210.4807.2211.00572.406
Geen gegevens         44
20142775.61015.86924.47730.71415.12713.95720.45011.6721.490139.643
Man1492.5537.84711.50314.8047.7417.2949.8784.43441666.619
Vrouw1283.0578.02212.97415.9107.3866.66310.5727.2381.07273.022
Geen gegevens         22
20151635.67716.08024.15730.87115.53214.63720.74011.7381.532141.127
Man772.6097.82711.40214.6447.8187.4659.9684.44741966.676
Vrouw863.0688.25312.75516.2277.7147.17210.7727.2911.10074.438
Geen gegevens         1313
20161315.68316.35924.15331.03016.16914.72221.48611.7911.647143.171
Man762.6807.90211.50014.5757.9827.41410.2974.51645267.394
Vrouw553.0038.45712.65316.4558.1877.30811.1897.2751.17375.755
Geen gegevens         2222
20171465.51016.32323.88331.10216.32415.01022.00511.8821.845144.030
Man842.6387.78611.46414.4627.9657.41310.4414.54557967.377
Vrouw622.8728.53712.41916.6408.3597.59711.5647.3371.25076.637
Geen gegevens         1616
20181425.28016.46523.65830.91116.57615.37222.39911.9631.939144.705
Man902.6117.82011.39314.4017.9517.48210.5184.58060567.451
Vrouw522.6698.64512.26516.5108.6257.89011.8817.3831.31677.236
Geen gegevens         1818
20191425.07616.26723.43830.91116.65415.60423.02412.0172.079145.212
Man962.5427.70411.34514.4017.9027.53310.7574.60265467.536
Vrouw462.5348.56312.09316.5108.7528.07112.2677.4151.39277.643
Geen gegevens         3333

Alleenstaanden

De grootste groep van die sociale huurders zijn alleenstaanden zonder minderjarigen, meer bepaald: 69.028 huurders. Daarna volgt de groep samenwonenden zonder minderjarigen: 38.494.  Dus twee op drie sociale huurders is een gezin zonder minderjarige kinderen.

Jaar201920182017201620152014201320122011
GezinssamenstellingAantalAantalAantalAantalAantalAantalAantalAantalAantal
Alleenstaande zonder minderjarige69.02868.09267.24266.41564.17262.90461.18062.01959.589
Alleenstaande met 1 minderjarige6.1756.2376.2656.2186.0575.9685.9726.1966.266
Alleenstaande met 2 minderjarige3.9443.9663.9313.9203.8253.8023.8913.9393.868
Alleenstaande met 3 minderjarige1.4611.4751.4531.3711.3511.3841.3481.3411.280
Alleenstaande met 4 of meer
minderjarige
3.7423.6673.5903.4223.2123.0963.0352.9592.827
Samenwonenden zonder minderjarige38.49438.47538.81038.76337.89538.07638.02239.19038.951
Samenwonenden met
1 minderjarige
8.6498.8338.8448.9578.8288.8608.8838.9218.863
Samenwonenden met
2 minderjarige
7.1567.1427.1837.2327.0847.0547.0927.0266.839
Samenwonenden met
3 minderjarige
4.9574.8994.8114.7214.6194.3634.1864.0583.873
Samenwonenden met
4 of meer minderjarige
241730217778713477
Geen gegevens1.5941.9061.8202.1794.0084.0614.8242.3913.487

Leeftijd

De leeftijdsgroep 40-49 en 50-59 zijn het best vertegenwoordigd: samen vertegenwoordigen ze 54.349 van de sociale huurders. Ook de sociale huurders tussen 70 en 79 zijn duidelijk vertegenwoordigd met 23024 huurders.  De jongeren zijn het minst vertegenwoordigd in een sociale woning. Amper 5200 huurders onder de dertig jaar hebben een sociale huurwoningen.

Jaar201920182017201620152014201320122011
WoonduurAantalAantalAantalAantalAantalAantalAantalAantalAantal
<1 jaar11.62412.02412.22412.80212.75212.11033.25553.98357.123
1-5 jaar49.22048.52565.29764.46864.20865.35559.42038.79435.858
6-10 jaar42.58244.18927.83427.59427.41527.66523.12023.08322.904
11-20 jaar30.84929.18627.91927.01825.66723.75816.53614.75312.363
21-30 jaar5.7825.5715.4586.3796.2726.1933.4174.3824.621
31-40 jaar3.6423.7513.8733.4223.2793.1551.7541.9991.920
41-50 jaar1.2121.1641.1281.1721.2211.078660782799
> 50 jaar301295297316313329238288294

Inkomensgrens

Op de laatste dag van 2019 waren er 9.858 sociale huurders met een totaal gezinsinkomen dat hoger ligt dan de inkomensgrens voor de toewijzing van een sociale huurwoning in 2019. “Dat gaat om sociale huurders die een levenslang huurcontract afsloten voor 2017 en waar het inkomen geen permanente impact heeft op hun recht op een sociale woning of niet”, duidt Van Volcem.

3.921 van die sociale huurders verdienen tussen de 50 en 200 procent meer  dan die bepaalde inkomensgrens. “Dat wil zeggen dat sommige gezinnen dus tot drie keer en meer verdienen dan toen ze de sociale woning toegewezen kregen”, gaat de volksvertegenwoordiger verder, “Als we de onderverdeling van dichterbij bekijken gaat het om 2.131 sociale huurders die minstens 50 procent meer verdienden. 849 sociale huurder die minstens 100 procent meer verdienden. Daarna volgen twee segmenten die ministens 150 procent meer en 200 procent meer verdienen dan de inkomensgrens vooropgesteld in 2019. Die categorieën zijn respectievelijk goed voor 522 en 419 sociale huurders.”

Toewijzingen dalen

Opmerkelijk is ook dat het aantal toewijzingen daalt. “Ondanks veel beloften en bijbouwen kan men jaarlijks niet meer mensen helpen. Bovendien zijn drie kwart van de toewijzingen ook voor mensen die reeds een sociale woning bewonen en moeten verhuizen wegens afbraak of renovatie”, stelt Van Volcem. Concreet wil dat zeggen dat de vele middelen en inspanningen niet helpen en niet genoeg zijn voor de vele wachtenden op een sociale woning.

“Vandaag staan eveneel mensen op de wachtlijst als mensen die sociale huurder zijn, maar de doelgroep is eigenlijk nog veel groter dan de wachtlijst.  Slechts 25 procent van mensen die er recht op hebben schrijven zich in op de wachtlijst.  De reële wachtlijst op basis van inkomen is 300000 wachtenden”, aldus de volksvertegenwoordiger. 

“Tijd voor een nieuw verhaal waarbij men de middelen efficiënt inzet, de werkloosheidsval aangepakt wordt. De huisvestingsval bij huisprijsberekeningen en de huurpremie wegvalt als men aan de slag gaat. Een sociale woning moet vooral een tijdelijke oplossing zijn voor iedereen die gezond is en aan de slag kan”, zegt Van Volcem. 

Schaarse grond

Daarbij wonen meer dan 31000 mensen met een handicap in een sociale woning. “Voor mensen die een beperking hebben niet aan de slag kunnen en weinig inkomen hebben, mag de sociale woning levenslang zijn, idem voor gepensioneerden.  Wie tot de actieve bevolkingsgroep behoort en gezond is, is enkel tijdelijke hulp aangewezen. Geen langetermijncontract. Ik pleit ook voor meer inhuurname van panden in plaats van nieuwbouw. Nieuwbouw duurt te lang en de grond die de sociale huisvestingsmaatschappijen is schaars. Samen hebben die maatschappijen amper nog 1600 hectare grond.  Snel gerekend is dat ongeveer nog goed voor 48000 woningen. Nog 250000 tekort als we ooit die wachtlijsten willen wegwerken”, stelt Van Volcem sterk.

Geen nieuwe fiscale maatregelen voor woningprijzen

11 mrt

BRUSSEL – Vlaams volksvertegenwoordiger Mercedes Van Volcem zetelt in de commissies Wonen & Onroerend Erfgoed en Mobiliteit & Openbare Werken. Vanuit het Vlaams parlement probeert ze met een Brugse bril het leven van de Vlaming te beïnvloeden voor het goede.

Commissie Wonen en Onroerend Erfgoed

Terwijl de woningprijzen hun opmars blijven voortzetten, is Vlaams minister van Wonen Matthias Diependaele (N-VA) voorlopig niet van plan om in te grijpen. “Ik ben terughoudend”, zei hij donderdag in de commissie Wonen van het Vlaams Parlement. “Het verleden heeft ons geleerd dat het zelden een goed idee is om de markt te corrigeren met fiscale maatregelen.”

Diependaele kreeg verscheidene vragen over de situatie op de woningmarkt van onder andere Mercedes Van Volcem (Open Vld). Er werd teruggegrepen naar een barometer van de notarisfederatie Fednot van eind februari, waaruit bleek dat woningen in de vijf Vlaamse provinciehoofdsteden in 2020 een stuk duurder zijn geworden: de prijzen voor huizen en appartementen stegen met bijna 7 procent ten opzichte van 2019.

In zijn reactie nuanceerde de minister in de eerste plaats de gegevens. Zo wees hij er onder meer op dat vooral duurdere woningen sterk in prijs stegen. “Daardoor kan het totaalbeeld vertekend zijn”, zei hij. “Goedkopere woningen stijgen ook in prijs, maar minder snel.”

Daarnaast gaf Diependaele te kennen dat nieuwe ondersteunende maatregelen nemen niet noodzakelijk wenselijk is. “Fiscale maatregelen kunnen een antwoord bieden op sommige vraagstukken, maar kunnen de woningmarkt ook destabiliseren”, luidde het. Bovendien verwees hij naar eerdere maatregelen, zoals de verlaging van de registratierechten op de aankoop van een woning van 7 naar 6 procent en de 9,1 miljard euro die de Vlaamse regering van 2021 tot 2024 zal investeren in woningbouw.

De minister voorziet daarom voorlopig niet in nieuwe initiatieven of maatregelen. “Ik ben terughoudend om zomaar nieuwe fiscale maatregelen te nemen”, zei hij. “Het verleden heeft ons geleerd dat het zelden een goed idee is om de markt te corrigeren met fiscale maatregelen.”

Daarnaast stelde Mercedes ook een vraag over het zicht op de woningmarkt na Covid en de invloed van Covid op ons wonen.

Lees hier de vragen die Mercedes stelde in de Commissie Onroerend erfgoed en Wonen:

Je kan de commissie herbekijken:

Commissie Mobiliteit en Openbare Werken

In uitvoering van het Vlaams regeerakkoord moeten de bussen in stadskernen vanaf 2025 emissievrij rijden, en vanaf 2035 moet dat in heel Vlaanderen het geval zijn. Om haar busvloot te vergroenen, wil De Lijn in de komende jaren stapsgewijs elektrische bussen aankopen. Voor deze investering in bussen en bijbehorende oplaadinfrastructuur wil de Vlaamse Regering op zoek gaan naar private financiering. De vergroening van de busvloot en die private uitbesteding staat vandaag op de agenda.

Je kan hier de commissie bekijken:

Kadastrale inkomens in 2020 gemiddeld 4,5% lager dan in 2015

18 feb

BRUSSEL – In 2015 bedroeg het niet-geïndexeerd kadastraal inkomen van de gemiddelde Vlaamse woning 1010. In 2020 is dat nog 964, wat een daling van 4,5% betekent. Elk jaar zien we een daling. De nieuwe woningen die erbij komen hebben duidelijk een lager KI hebben dan de reeds bestaande woningen. Dat blijkt uit de cijfers die Vlaams parlementslid Mercedes Van Volcem opvroege bij minister Demir.

Van Volcem ziet een duidelijke tendens in de cijfers: “De grootste reden die ik zie voor de dalende trend is dat er steeds kleiner gebouwd wordt. Bij nieuwe woonontwikkeling hanteert men kleinere percelen en in de stad bouwen we een pak denser. De woonoppervlakte van nieuwbouw werd de voorbije jaren ook kleiner. Ook de typologie speelt een rol: appartementen hebben gemiddeld genomen een lager KI dan villawoningen. Dus als je verhoudingsgewijs meer appartementen bouwt dan diegene die er al staan draagt dat ook bij tot een dalend KI.  In de centrumsteden Antwerpen en Turnhout daalde het gemiddelde KI zelfs met meer dan 10% sedert 2015.”

Het Kadastraal Inkomen of KI is de gemiddelde jaarlijkse normale nettohuurwaarde van het onroerend goed, maar dus geen écht inkomen. 

Het KI is een fictief inkomen dat overeenstemt met het gemiddelde jaarlijkse netto-inkomen dat het onroerend goed zijn eigenaar zou opbrengen in referentiejaar 1975. 

In Vlaanderen zien we de laatste vijf jaar een steeds sneller dalende trend van het KI ten opzichte van het jaar ervoor. In 2020 daalde het KI van een gemiddelde Vlaamse woning met 1,37% ten opzichte van 2019.

‘Ik vind niet meteen een aantoonbare oorzaak, van de versnelde beweging de laatste 2 jaar. De steeds strengere energie-eisen zorgen wel dat er veel dichter op elkaar ontwikkeld wordt. Rijwoningen en appartementen zorgen gemiddeld voor een lagere KI.” aldus Van Volcem.

Gemiddeld KI  Vlaams gewestVerschil
20151010,410
20161005,87-0,45%
2017999,38-0,65%
2018990,83-0,86%
2019978,16-1,28%
2020964,72-1,37%
2015-2020 -4,52%

Dalend KI niet problematisch voor overheid

Het kadastraal inkomen (KI) vormt de basis voor de inning van de onroerende voorheffing en voor de bepaling van het onroerende inkomen dat in de personenbelasting belast wordt. Dat het gemiddeld KI daalt is op zich geen probleem voor de inkomsten van de overheid. “Er komen woningen bij, wat voor meer inkomsten zorgt. Het is een keuze van het beleid om niet alles vol te bouwen met grote villawijken.  Dat nieuwe woningeigenaars gemiddeld genomen kleiner wonen en dus minder belastingen betalen is normaal.”

Grote verschillen per centrumstad

De gemiddelde KI’s verschillen ook aanzienlijk per centrumstad. “Een van de oorzaken is het type gebouwen: hoeveel rijwoningen en hoeveel (half) open bebouwingen heeft een stad. Of hoeveel gezinswoningen, kleine en grote appartementen of ruime villa’s worden in de stad gebouwd. Ook de waarde en afwerkingsgraad van de woningen zelf spelen een rol.” verduidelijkt Mercedes Van Volcem.

“We wonen kleiner en dichter”, aldus Van Volcem.

Roeselare is de ‘goedkoopste’ centrumstad als het op gemiddeld KI aankomt: 847 in 2020.  Aalst volgt in het kielzog met 890. Leuven telt het hoogste gemiddelde KI met 1224 anno 2020, gevolgd door Antwerpen met 1152.

gemiddeld niet-geïndexeerd kadastraal inkomen per centrumstad
centrumstad201520162017201820192020
Aalst933,65924,94920,07913,32902,41890,08
Antwerpen1.289,801.273,301.249,521.224,721.187,021.152,23
Brugge1.029,661.025,481.015,221.002,75985,48958,06
Genk1.057,761.059,871.040,241.023,781.008,93992,05
Gent1.142,191.140,741.128,541.122,241.104,451.085,78
Hasselt1.233,001.218,211.194,761.186,881.185,181.161,47
Kortrijk1.134,361.129,021.123,481.115,471.106,431.084,63
Leuven1.352,981.316,901.298,321.280,841.236,551.224,80
Mechelen1.090,551.080,981.065,621.059,441.058,771.039,37
Oostende947,31942,33935,98930,58919,97905,05
Roeselaere889,01881,49878,18873,01855,50847,19
Sint-Niklaas1.077,101.068,651.058,141.048,341.023,901.006,05
Turnhout1.049,511.054,111.037,271.011,04983,71934,28
Vlaams Gewest1.010,411.005,87999,38990,83978,16964,72
andere Vlaamse gemeenten963,07960,14956,33949,41939,72929,43
Gemiddelde KI per centrumstad.

Daling KI grootst in Antwerpen, Turnhout en Leuven

In de centrumsteden (-7,4%) daalt het gemiddeld KI van 2015 tot 2020 dubbel zo hard als in de andere gemeenten en steden (-3,5%). Onderling zijn er bovendien nog grotere verschillen. Turnhout spant de kroon met -11% gevolgd door Antwerpen (-10,7%) en Leuven (-9,5%).  “Een mogelijke oorzaak is een groot aantal nieuwbouwprojecten die veel kleinere woonoppervlaktes hebben dan het bestaand patrimonium. Om dit met zekerheid te weten zou je nog iets diepgaandere analyses moeten doen per stad.” aldus Van Volcem.

procentuele toename gemiddeld niet-geïndexeerd kadastraal inkomen per centrumstad      
centrumstad201620172018201920202015-2020
Aalst-0,9%-0,5%-0,7%-1,2%-1,4%-4,7%
Antwerpen-1,3%-1,9%-2,0%-3,1%-2,9%-10,7%
Brugge-0,4%-1,0%-1,2%-1,7%-2,8%-7,0%
Genk0,2%-1,9%-1,6%-1,5%-1,7%-6,2%
Gent-0,1%-1,1%-0,6%-1,6%-1,7%-4,9%
Hasselt-1,2%-1,9%-0,7%-0,1%-2,0%-5,8%
Kortrijk-0,5%-0,5%-0,7%-0,8%-2,0%-4,4%
Leuven-2,7%-1,4%-1,3%-3,5%-1,0%-9,5%
Mechelen-0,9%-1,4%-0,6%-0,1%-1,8%-4,7%
Oostende-0,5%-0,7%-0,6%-1,1%-1,6%-4,5%
Roeselaere-0,8%-0,4%-0,6%-2,0%-1,0%-4,7%
Sint-Niklaas-0,8%-1,0%-0,9%-2,3%-1,7%-6,6%
Turnhout0,4%-1,6%-2,5%-2,7%-5,0%-11,0%
Procentuele toename KI per centrumstad.
 Vlaams gewestVerschil centrumstedenandere
20151010,410 00
20161005,87-0,45% -0,87%-0,30%
2017999,38-0,65% -1,33%-0,40%
2018990,83-0,86% -1,23%-0,72%
2019978,16-1,28% -2,01%-1,02%
2020964,72-1,37% -2,15%-1,10%
2015-2020 -4,52% -7,38%-3,49%

Samenwerkingsproject tussen wonen en welzijn op til

4 mei

De stad Brugge is geselecteerd voor en samenwerkingsproject Wonen-Welzijn ondersteund door de Vlaamse Regering. “Dit is zeer positief nieuws voor het Brugse Woon- en Welzijnsbeleid. Heel wat Brugse instellingen participeren mee in het project dat de bedoeling heeft om wonen en welzijn beter op elkaar af te stemmen.” verduidelijkt Vlaams parlementslid Mercedes Van Volcem(Open Vld).

(meer…)